Deze bijdragen zijn ook verschenen op LinkedIn

15. jun, 2017

Today embedded journalists are everywhere in Iraq, in Syria and in Afghanistan. Being embedded as a journalist has several advantages. You may freely talk to everybody, the army will protect you physically and you may end up in places where even a lonely planet tourist never comes. Once embedded journalists are set free they start getting dangerous. Then they start talking with connections of connections. They start arguing about about facts and figures. They form their own opinion on the basis of personal histories, site visits and other research. A publication of Michael Hastings lead to the unintended end of the splendid career of Lt.Gen. Stanley McChrystal, responsible for the US task force Afghanistan, spending an annual military budget comparable with the Dutch GBP.

"The first casualty when war comes is truth"

Hiram W. Johnson, senator - 1918.

 

Most of the recordings of Hastings dates back between 2008 and 2010. President Obama inherited the Afghan war from the Republican Bush. Bush used to be familiar with uniforms and military men. For Obama the military apparatus has no appeal at all. He doesn't even know how to handle them. Yet he is aware of the military-industrial complex that is behind the frontline. There is another factor, which should not be neglected; the military-public relations-public affair complex. Joseph Goebbels and Leni Riefenstahl laid the basis for propaganda in 1933. Since then the sector provides workplaces for many thousands of people and not only in times of war!

Searching for truth in wartimes is as difficult as finding a white bear on the South Pole. Even the answer to a simple question "why did we basically start this invasion?" might develop over time. Getting out of a conflict is even worse. When have we achieved our goals? When do we claim victory? How to prevent loss of face? How do we secure the safety of military personell when, one day, the withdrawal takes place. Seventy years after WW-II new publications are continuously issued. Yes, it takes time to dig up all nasty facts. And say 'sorry' for the mistakes during the war.

Hastings scrupulously describes the reasons, sentiment, goals and results of the military action in Afghanistan. He concludes that there was a clear cut goal right at the beginning: chase away IS and Taliban from Afghanistan and restore the failed state. But was this a realistic goal? No way! Fighting for un unrealistic goal demotivated the soldiers and their officers. More people on the ground doesn't help achieving that type of goals. More people only makes generals ('the operators') more important. Hastings is impressed by the drive of many individual soldiers. The feel that they are fighting for their country and take into account great personal risks.

Hastings has written a breathtaking account (412 pages) of the Afghan war. He shows that bureaucratic sword fighting in Washington DC is sometimes even more important the deploying Chinook helicopter above the battlefield. Some leaders emerge as the right man in the right place and time. McCrystal. Others perform as mere career generals. Petreaus. Like in big multinationals you'll never get an extra star when you haven't won a war somewhere abroad.

It's hard to say why, but Dutch journalist seldom pop up as war correspondents. The job requires a lot of time, patience, diplomacy, courage and investigations to get to the heart of the matter. Hastings has it all. He made friends. He made enemies. Above all he did a tremendous job!

 

20. mrt, 2017

... voor bestuurlijk Nederland zou tegenspraak moeten zijn, aldus Pier Eringa in NRC Handelsblad van 6 maart 2017.

 

Interessante stelling!

Het lijkt me een leuke klus voor mijn collega's van het Nederlands Normalisatie Instituut in Delft. Ze maken er meteen een project van, compleet met probleem- en doelstelling, financieringsbehoefte, tijdplan, stakeholderanalyse, definities, internationale harmonisatie, meetmethodes en - natuurlijk - een interne pilot. Over dat laatste maak ik me nog de minste zorgen. De meeste NEN-medewerkers zijn mondig en assertief genoeg voor tegenspraak. Het NEN-management weet daar - in mijn ogen - heel behoorlijk mee om te gaan.

Waarom schrijft Eringa over bestuurlijke tegenspraak?

In de provincie Drenthe is vorige week een bestuurder uit de bocht gevlogen. Zijn naam was Tichelaar, commissaris van de Koning in de provincie. Hij had zijn schoonzus voorgedragen voor een klusje bij de provincie en hoewel niet verboden, had hij daarmee toch de schijn van belangenverstrengeling gewekt. Exit Tichelaar.

Tichelaar hoeft zich niet eenzaam te voelen; korpschef Bouman, COA-bestuurder Albayrak en wethouder Van Rey (en vele anderen) gingen hem voor. Ze gedroegen zich als kleine zonnekoningen, lieten zich niet tegenspreken en verloren onderweg hun morele kompas. Eerder schreef ik over de fraudesoftware bij VW, waar een aantal managers in de fout ging. Onduidelijk is waar het begon en wie daarvoor verantwoordelijk is. In essentie was het 'Verstoss' bekend, maar het werd intern niet gecorrigeerd. Tegenspraak valt slecht in een hiërarchische organisatie. Iemand had Winterkorn of Tichelaar op zijn vestje moeten durven spugen. Hey man, dit ken ech nie!

Er zijn goede redenen om aan te nemen dat bepaalde NAM-ingenieurs meer wisten over de risico's van aardbevingsschade dan de firma naar buiten wilde erkennen. Ze werden 'kaltgestellt' door de ondernemingsleiding en -juristen. Aansprakelijkheid! Imagoschade! Gisteren zat premier Rutte bij Pauw en Jinek tegenover een aantal boze Groningers. Hij wist met de situatie niet goed raad. Hij wist dat hij zich empathisch moest tonen, deed zijn stinkende best, maar voelde ook dat zijn empathisch gedrag in de ambtelijke uitvoeringsorganisatie wordt gesmoord. Maar die organisatie wilde hij ook niet afvallen. De Groningers voelde zich niet gehoord, op dezelfde manier als ik me (ooit) niet gehoord voelde door mijn pensioenmaatschappij, die mij aanzienlijke schade had berokkend, maar niet in voor mij begrijpelijke termen wist uit te leggen hoe dat zo gekomen was, laat staan wie daarvoor verantwoordelijk te houden viel. Levendig kon ik me gisterenavond de boosheid van de Groningers voorstellen. Het gaat meestal minder om persoonlijk leed dan om bestuurlijke doofheid en het ontbreken van mogelijkheden tot tegenspraak.

Tegenspraak laat zich niet vanuit Den Haag regisseren, net zomin als integriteit zich top-down laat opleggen. Het gaat zelfs nog een stap verder. Zolang de ambtelijke of ondernemingsleiding haar medewerkers intern vasthoudt aan doelstellingen die contrair zijn aan de officiële doctrine van Public Affairs & Externe Communicatie is het systeem zo rot als een appel. Een NAM-medewerker moet vooral veel gas en leveringszekerheid verkopen. Hij moet winst maken! Bij Public Affairs mogen ze een mooi verhaaltje houden over verantwoord en zuinig omgaan met aardgas en over de relatieve voordelen van schoon aardgas. Herkent u iets? Ik ben daar zeer alert op in mijn pogingen om passend werk te vinden. Veel belangenbehartigers zijn meer bezig met het opwrijven van hun achterban dan met het oplossen van maatschappelijke problemen. GroenLinks wil om die reden niet meer met ze praten. Ik snap dat wel, al vind ik het niet altijd verstandig. Ik laat me niet snel meer iets op de mouw spelden. Bij Externe Communicatie moeten ze zich de boze bewoners van het lijf zien te houden. Zo werkt het dus niet. Er zijn veel firma's waar interne en externe doelstellingen niet congruent zijn. Burgers voelen dat intuïtief aan. En ze hebben gelijk.

Pier Eringa doet een oproep tot meer tegenspraak. Ik kan achter die oproep staan, maar de praktijk zal niet gemakkelijk zijn. Managers die tegengesproken worden, voelen dat al snel als persoonlijke kritiek. Of voelen zich in hun beroepseer aangetast. Om maar te zwijgen over hun autoriteit. Ondergeschikten worden snel weggezet als deloyaal. Of als betweters. Dat is geen cultuur die uitnodigt tot tegenspraak. Medewerkers zullen zich onveilig voelen, zich terugtrekken of ondergronds gaan.

Ik denk en vrees dat het een kwestie van lange adem gaat worden; het organiseren van een cultuur waarin tegenspraak net zo normaal is als 's morgens je schoenen aantrekken. Cultuurveranderingen kosten in de regel veel tijd. Zulke veranderingen wordt vertraagd door een generatieverschil. Tichelaar was een zestiger en nog redelijk autoritair. Zijn ondergeschikte medewerkers waren mondig, maar kregen weinig ruimte. De allerjongsten waren misschien zelfs onaangepast. Ook dit patroon is bekend uit de management literatuur en -praktijk.

Het lijkt me echt een schitterende klus voor NEN om aan de slag te gaan met het onderwerp tegenspraak. Als de norm er komt, dan is er meteen draagvlak bij alle partijen. Op de groene versie kan iedereen die dat wil reageren. Organisaties kunnen zich van elkaar onderscheiden en zich laten certificeren op basis van beoordelingsrichtlijnen. Bij HRM kunnen ze zich vast gaan warmlopen in de jacht op 'countervailing power'. Misschien komt er bij politieke wetenschappen wel een leerstoel "Institutionele aspecten van de organisatie van tegenspraak".

Opeens stokt mijn pen. Ik ga dat waarschijnlijk niet meer meemaken in mijn arbeidzame leven. Maar er moet natuurlijk wel iets te dromen overblijven.

11. jan, 2017

 

La journaliste juïve-française Anne Sinclair (née 1948) est la petite-fille de Paul Rosenberg, fameux conseiller des peintres modernes, dont la galerie se trouvait 21 Rue de La Boétie, Paris. Elle est aussi connue comme la ex-femme de Dominique Strauss-Kahn, président du IMF.

Un jour Mme Sinclair se trouve dans son automobile quand son quartier, chez La Bastille, a été bouclé par la police. Elle demande la police que faire maintenant. Sans réfléchir le gendarme réponds automatiquement "Vos papiers' s'il vous plaît" et après "Vos quatre grands-parents, sont il français?"

C'était longtemps que quelqu'un lui a posé une question comme ça. Elle était stupéfaite. Ce serait le début d'un récherche pour retrouver ses racines.

Ce livre est une combinaison des récherches journalistiques, familiaires et historiques. C'est ni l'un, ni l'autre. Plûtot tous ensembles. 

Du point de vue historique il n'y a pas beaucoup de nouveau. Pour les Français. Les Français qui ont démenti leur propre rôle dans la deuxième Guerre du Monde pour trop longtemps. Dans le temps Paris hébergeait une très grande population juïve. La régime Vichy n'a pas été très sympatique pour eux. Mème aujourd'hui Paris est important pour la communauté juïve.

Comme à Amsterdam beaucoup de juïfs posèdent des galeries d'arts. Pendant la guerre un bien grand part des chef d'oeuvres a éte volé par les Allemands. Après la guerre les toiles ont été recuperés partiellements, parfois avec un grand effort juridique. Les Allemands, les Suisses, les Russes, ils aiment les toiles beaucoup et ils n'étaient pas incliné de les relivrer gratuit. Un part significant des possesseurs n'avaient pas survecu la guerre. Les héritiers n'était pas toujours connus avec les pièces d'art. Ou mort aussi. 

Bien que Mme Sinclair n'a pas étudié ses grands-parents dans une mode journalistique, ses liens familiaire lui forcent de les rechercher plus profonde. Elle se sent part de sa famille. Parfois très proche, parfois très loin. L'anti-sémitisme en France lui paraissait quelque chose du passé. En même temps elle est forcée de reconnaître qu'une certaine base n'est pas encore disparu. Sa famille a souffert pendant la guerre. L'histoire a clairement marqué sa famille, qui s'était  enfuis vers l'Amérique du Nord pour ne jamais rentrer en France.

Moi j'ai appris beaucoup sur la rôle de la France pendant la deuxième Guerre du Monde. Il me faut reconnaître que la langue de Mme Sinclair est très riche, très originale et souvent très impressionante. Il y a des phrases que je me souviendrai longtemps. Biensûr, elle est une des journalistes les plus admirées en France. C'est difficile à imaginer qu'elle a eu une longue relation avec une des plus grands bambocheurs de la France .... (DSK).  

  

28. dec, 2016

 

The author, Richard J. Evans (1947) is known as a professor of modern history at Cambridge University. He is specialized in German history, more specifically WW-II.

It might seem a bit queer that historians get more and more productive right after their retirement. The explanation is simple. From then on, they don't have management tasks anymore, they don't need to look after funds, they don't need to justify their time and money. The period that is covered by 'The Pursuit of Power' (812 pages) is not a familiar ground for Evans. Yet it has been received by fellow historians with great enthousiasm. I do not fully sustain that applause.

The books starts with the aftermath of the Napoleontic era. Basically the starting point is the Congress of Vienna in 1815. The geographical and political map of Europe was drawn again and proved to be stable for another 33 years. It ends with the assassination of Franz-Ferdinand, archduke of Habsburg in 1914 in Sarajevo. There is some logic in this time frame. The asset of his writing is certainly in the geographical coverage. The first focus is inevitable on the UK, a major player in the 19th century world scene. The second focus is on Europe, from Portugal to Russia, from Italy till Finland. The upcoming nations outside Europe enter the theatre where this book ends. There is hardly any European country that hasn't fought a war in this era. Though weapons of mass destruction hadn't been invented, even minor wars consumed more than 100.000 military victims. Colonialism was deployed in a untamed manner. European civilisation was assumed to be superior. Natives could be shot without remorse. And that is what they did: the Spaniard, Portugese, French, British, the Dutch, the Belgians and the Germans. I fear that Evans' refections are closer to reality than what I learned at the primary school in the late sixties.

Reading history again brings the reader a lot of better understanding, interlinks between events in different countries and in different times. In this respect I didn't was my time on this book. Sometimes a got annoyed and disturbed by the apparent need of the author to show that he knows more than you. From time to time facts and figures are overwhelming. And this is where the readers loses track. The layout of the text doesn't help much; it old fashioned, typically for elder historians. Many chapters hint on further reading. The reader feels that Evans concentrates too much on facts and too less on interpretation. Yes, historians may add interpretation to texts. That is added value. As for myself, I came to conclusions that I never have drawn before. The book not only shows that democracy emerged in the 19th century, but also how and why. Illiteracy disappeared slowly, papers could be printed and distributed much faster than in the past, capital was rather concentrated than spread. There are many similarities between Europe in the 19th century and in the 21st. The question is, do politicians see these and are they willing to learn lessons from it? When it comes to the ultra-right wing nationalist wave that hits our coasts today I'm pretty pessimistic. Apart from the fact that these people hardly read books, and don't know about history and certainly about 800 page history books, lessons to be learned are so obvious that the mistakes of the past should definitely not be repeated at the cost of millions of lives. The pursuit of power is the well chosen title of a magnum opus. Autocrats who pursue uncontested dominion require countervailing power every day. We call that: democracy, the passion of optimism combined with the power of the reason.

We must take more care of our democracy.

That was the major lesson I learned from this book.

Thank you, Renée, for giving this nice birthday present.

25. dec, 2016

 

Ik kende het ochlocratie woord niet. Sterker nog, ik had die lettercombinatie tot vanmorgen nog nooit op mijn netvlies gehad. Toch bestaat het woord ὀχλοκρατία al meer dan 2.000 jaar. Ik kwam het woord tegen in de avondeditie van "Der Standard", voor wie het niet weet, dat is de Oostenrijkse kwaliteitskrant. In het Duits kan het worden vertaald met Pöbelherrschaft. Onthoud: "Pöbel is etymologisch verwant aan "peuple" - het volk, maar dan wel in de pejoratieve (negatieve) betekenis. Het woord is "uitgevonden" door de Griekse militair en politicus Polybius (203 v.Chr. - 120 v.Chr.).

Het werk waar Polybius lang geleden bekend mee werd, wereldberoemd bestond in die dagen nog niet, is een verhandeling over de opgang van het Romeinse Rijk vanaf de Tweede Punische oorlog (128 v.Chr. - 201 v.Chr.) tot aan de verwoesting van Carthago (146 v.Chr.) genaamd "Historiën". Met dit werk wilde hij aantonen dat de Romeinse staatsvorm, zijnde een mengeling van oligarchie, monarchie en democratie, de beste is. In hedendaagse termen: Poetin, Willem-Alexander en Merkel op één stoel.

Een kwaliteitskrant is er natuurlijk niet om ons aan de wijsheden van de oude Grieken te herinneren. Dit was bedoeld als een bruggetje naar Donald Trump. Samuel Huntington en Francis Fukuyama zagen na de val van de muur het einde van de geschiedenis en een clash van beschavingen. Het lijkt anders te gaan lopen. Niet de islamitische baardmannen, maar de ontevreden witte mannen nemen de macht over. Voorlopig alleen in de Verenigde Staten. Maar we hoeven de Atlantische Oceaan niet over om te zien wat er in het UK, in Hongarije, Polen, Frankrijk, Duitsland en Nederland aan de hand is.

Het is niet de eerste keer in de geschiedenis dat zoiets plaatsvindt. We hoeven maar te denken aan het lot van Lodewijk XIV, de Romanovs, Ceauscescu, aan Hindenburg, Batista en Caetano of meer recent aan Gadaffi, Mubarak en Ben Ali. Het volk voelde zich niet gehoord, ongerecht behandeld en komt in opstand. In het geval van Hindenburg door iemand die - net als Donald Trump - deftige narcistische en nationalistische trekken had, bepaalde bevolkingsgroepen als minderwaardig wegzette en over weinig ervaring met het politieke handwerk beschikte. En eenmaal aan de macht de democratie al snel aan zijn laars lapte: we kennen hem als Adolf Hitler. De parallel is griezelig.

Polybius betoogde dat er een soort varkenscyclus bestaat tussen oligarchie, monarchie en democratie. Elk van deze staatsvormen heeft volgens hem maar een beperkte houdbaarheid, aldus Polybius. Oligarchie en monarchie gaan ten onder omdat de machthebbers vroeger of later geen grenzen meer kennen. Democratie van het volk ὀχλοκρατία is te veel gericht op de korte termijn en eigenbelang. De geschiedenis herhaalt zich?

Wetgevingsjuristen en staatsrechtsgeleerden kunnen ingewikkelde beschouwingen houden over macht, machtsverhoudingen en verantwoordelijkheden. Prachtig! In mijn partij krioelt het van dit soort mensen. Ze maken onderdeel uit van de elite waar velen tegen te hoop lopen. Met die elite is niets mis, zeker niet wanneer die elite ook een moreel kompas vormt. Het is pas mis als een mens c.q. het volk zich niet gehoord voelt. En de elite zijn gedeelde waarden laat varen. Dan staat op een dag de guillotine klaar of een paar Kalashnikovs. Wie meer geluk heeft krijgt te maken met een internationaal strafhof.

Laat ik het maar erkennen: ook ik voel me wel eens niet gehoord. Ik ben net zo lang te hoop gelopen tegen KPN totdat iemand in Den Haag bedacht dat ik niet alleen klaagde maar ook een echt probleem had, een probleem dat alleen zij konden oplossen. Het kostte ze wel een paar duizend euro, maar toen was het probleem ook binnen twee weken uit de wereld. Ik ben jaren lang in strijd geweest tegen de gemeente Heusden, over zoiets futiels als een paar parkeerplaatsen, net zo lang totdat er een nieuwe burgemeester kwam die vaststelde dat ik niet gehoord en niet gestoord was. Probleem binnen twee maanden opgelost. Ik heb me bijna tien jaar verzet tegen een (hoge) rijksambtenaar die niet wilden inzien en erkennen dat het ministerie het ernstig bij het verkeerde eind had. Op een dag werd hij vervangen en toen was de zaak binnen een half jaar geregeld. Uiteraard waren er niet alleen maar successen. Ik ben vastgelopen op het notariaat dat een zeer gesloten en naar binnen gericht bleek en daarnaast buitengewoon hardhorend. Van verantwoording afleggen en het woord transparantie heeft men daar nog nooit gehoord. Vertrouwen is hun handelsmerk. Alles gaat achter gesloten deuren. TTIP is er niets bij. Je moet ze op de blauwe ogen geloven. Of niet. Mijn vertrouwen in hen is zwaar beschadigd en dat is he-le-maal hun schuld!

Soms vergt het ontzettend veel energie om gehoord te worden. Achteraf nodeloos veel energie. Het voelt soms als vechten tegen de windmolens. De gevestigde macht is meestal veel beter georganiseerd dan haar tegenkrachten. Ze heeft ook nog een flink eigenbelang. Er zit onvoorstelbaar veel inertie in sommige grote organisaties, zo heb ik ervaren. Er wordt wat weggedoken en afgeschoven! Kastjes zijn net zo talrijk als muren. Maar ik ben een optimist in hart en nieren. Ik geloof in de kracht van mensen, zeker als die mensen zich een beetje organiseren en in positieve termen kunnen blijven denken en handelen.

De ongeorganiseerde en ontevreden witte hordes waren in 2016 een makkelijke prooi voor Donald Trump met zijn heldere taalgebruik, financiële onafhankelijkheid en zijn rol als buitenstaander. Vanaf begin volgend jaar is hij de machtigste man ter wereld, democratisch gekozen door het gemene volk. Dit heet dus ochlocratie. Moge God verhoeden dat hij ook de meest onverantwoordelijke man ter wereld wordt.