Deze bijdragen zijn ook verschenen op LinkedIn

17. jun, 2018

De foto verwijst naar een oude boerderij die twee jaar geleden door de gemeente onbewoonbaar werd verklaard. Vandaag staat alleen de facade nog overeind, gestut door een tijdelijke hulpconstructie. De boerderij stond niet in een aardbevingsgebied. Het grootste deel van de tijd is de boerderij bewoond geweest en liefdevol onderhouden. Hij stond aan de oude parallelstructuur bij mij in het dorp. In de jaren zeventig van de vorige eeuw is hij ingesloten in een nieuwbouwwijk en als boerderij dus niet meer geschikt. Daarna is het gebouw door een huisjesmelker verhuurd, slecht onderhouden en uiteindelijk volledig gekannibaliseerd. Het heeft nog twee jaar geduurd voordat de gemeente een sloopbevel kon geven. Zo gaat het met oude boerderijen en zo gaat het soms met bedrijven, zeker als er buitenlandse moeder of een hedgefund op het toneel verschijnt. 

Ooit vertegenwoordigde de boerderij een behoorlijke economische waarde. Het was een huis waarin je kon wonen, maar ook onderdeel van een bedrijf met een toekomstig winstpotentieel. Het beeld dat we hier zien is exemplarisch voor veel boerenbedrijven op het platteland. Of je gaat met je tijd mee. Of je beëindigt je bedrijfsvoering. Met de tijd meegaan kan verschillende gedaantes aannemen: je zoekt een niche of begint een camping, je gaat biologisch, je stapt over op natuurbeheer of je gaat grootschalig. Keuze genoeg. In veel gevallen zal het wel gepaard gaan met aanzienlijke investeringen of dito desinvesteringen.    

De dinosaurussen van onze industrie hebben te maken met vergelijkbare problemen. Het beëindigen van een bedrijfsactiviteit komt nooit gelegen. Omdat je weinig afschrijvingen meer hebt kun je lekker goedkoop produceren. Het onderhoud beperk je tot heel en veilig. Zo kan je met die Mercedes 190 diesel uit 1990 ook vandaag nog redelijk goedkoop kilometers maken. Als iemand dan besluit dat je de stad niet meer in mag, is je wagen op slag praktisch waardeloos geworden. Als een overheid tegen een cementfabrikant zegt dat je vanaf 2018 geen mergel meer uit de bodem mag halen, weet je precies wanneer je installatie een boekwaarde nul heeft. En dat is nog maar klein bier. Kolencentrales worden bij decreet uitgefaseerd. Dat gaat niet zonder pijn. In de kapitaalintensieve industrie zijn gedwongen, versnelde afschrijvingen 'a pain in the ass'.      

Aan de andere kant van het spectrum vinden we mensen met een vooruitgangsgeloof. Veel mensen belijden het geloof passief. Sommige gelovigen gaan echter zover dat er sprake is van extremisme. In de milieubeweging komen we alle schakeringen tegen. Dan zijn er ook nog mensen (en bedrijven) die voorwenden dat ze gelovig zijn. Als het puntje bij paaltje komt, zitten ze om puur opportunistische reden vooraan in de kerk. Ze zijn weg als blijkt dat hier niets aan te verdienen valt. Nog lastiger zijn mensen die je naar de mond praten, maar niet bereid zijn om als eerste in beweging te komen. Het zijn de schooljongens aan de rand van het koude zwembad. Veel praatjes, maar nog meer bezwaren. 

De grote transitieprogramma's van de overheid (energie, emissies, klimaat, grondstoffen, circulaire economie, beton) zijn gedoemd om te mislukken als er geen selectie aan de poort plaatsvindt. Nu zit groen en rijp, pro en contra, gelovig en deskundig, oprecht en onoprecht door elkaar heen. Ambtenaren laten zich zand in de ogen strooien. Naar de minister toe heet het 'breed draagvlak'. Het heet polderen, maar in werkelijkheid is het een garantie voor vertraging op vertraging. Moet het dan bij decreet, zoals in China? Dat is niet wat ik bepleit. 

Ik heb veel normalisatiewerk gedaan en geleerd dat het tempo van de vooruitgang sterk is gerelateerd aan de mate waarin partijen een verbindend doel hebben. Het was zaak om mensen die dat doel niet onderschreven snel te identificeren en de juiste behandeling te geven. Het ultimum remedium is ze uit de commissie zetten. Vergewis je er dan wel van of het middel niet erger is dan de kwaal. 

Bij transities zullen er altijd winnaars en verliezers zijn. Als we niet opletten worden de laagste inkomens geofferd aan onze groene ambities. Er zijn bedrijfstakken die geen enkel belang hebben bij een energietransitie of een CO2-belasting. Dat is niet in hun voordeel. Ze zullen zich dus verzetten. Je moet niet verwachten dat ze er aan meewerken, ook niet als ze de schijn meehebben. 

Om transities tot een succes te maken dienen betrokkenen overtuigd zijn van het hogere doel, een vast geloof te hebben in vooruitgang en bereid zijn om concrete stappen te zetten. Dat zijn dingen waaraan het bij partijen die de Grote Akkoorden hebben getekend meer dan eens aan ontbreekt. Daarom zal het nog lang gaan duren voor er garen van de klos komt.

Met een aantal mensen ben ik momenteel bezig om uit te vinden of er een business model is te ontwikkelen voor partijen die grotere stappen willen zetten dan in het polderlandschap gebruikelijk is. Omdat ze weten dat het moet. Omdat ze voelen dat het kan. Omdat ze bereid zijn om eerste stappen te zetten. Het gaat over minerale bindmiddelen en bio-based bouwmaterialen. We zoeken nog partners .... 

 

6. jun, 2018

Op de naastliggende foto staat niet toevallig een schoorsteen die met explosieven neergehaald wordt. Schoorstenen zijn de symbolen bij uitstek van het industriële, fossiele, en niet-circulaire tijdperk. Meters onderzoeksrapporten, beleidsnotities en discussiestukken worden jaarlijks geproduceerd om nieuwe technieken ingang te doen vinden ('te implementeren'). Even zovele vraagtekens worden, terecht of onterecht, geplaatst bij de haalbaarheid van de gestelde doelen.

Inmiddels is er een nieuwe tak van sport opgestaan: transitiemanagement. Dat is de wetenschap die grote veranderingen in moet leiden. Anders dan bij revoluties gaat het bij transitiemanagement om een snelle, gecontroleerde overgang. Waar in mijn ogen veel te weinig aandacht aan wordt besteed en wat het tempo van de transitie uiteindelijk zal bepalen is de bereidheid van de dinosaurussen om zich aan te passen. Over de oorzaak van het uitsterven van de dino doen veel theorieën de ronde: vulkaanuitbarstingen, meteorietinslagen, klimaatveranderingen. In tegenstelling tot de moderne dino's (kolencentrales, cement- en ertsverwerkende industrie) waren de dinosaurussen in de oudheid niet de oorzaak van de klimaatverandering.

De overheid speelt een belangrijke rol bij de restlevensduur van de klassieke energie-opwekkingscentrales. In Duitsland (en andere landen) worden kern- en kolencentrales per decreet uitgefaseerd. Vergunningen voor de winning van grondstoffen, zoals mergel, kennen meestal een einde looptijd. Daarna houdt het abrupt op. Als de industrie geluk heeft, wordt ze van rijkswege (deels) gecompenseerd. Dit is een moddervette kluif voor corporate juristen. De overheid bepaalt niet hoe er wordt uitgefaseerd, alleen wanneer ze moeten zijn afgeschakeld. Op basis van vrijwilligheid gebeurt er helemaal niets. In tweede instantie zien we grote aandeelhouders die niet meer wensen te investeren in 'fossiel'. Die vormen een groeiende tegenmacht. Dit zijn vormen van ongecontroleerde destructie.

Bedrijfseconomen en strategen zijn getraind in het bereiken van economische groei, het vergroten van marktaandeel en het vasthouden van markten. Iets minder sexy is het trimmen van een bedrijf zodat de rentabiliteit verbetert en de productlifecycle langer wordt. Ook dat is een vak. Als er al sprake is van doelgerichte, totale destructie dan is het van de concurrent.

Partiële destructie kennen we van het verplaatsen van bedrijvigheid; weefsels en garens van Tilburg naar India, gloeilampen van Stadskanaal naar Polen, auto's van Parijs naar Slowakije. De staal- en cementindustrie dreigen al jaren om bij stijgende emissierechten de boel op te pakken en naar een lokatie buiten Europa te gaan. De bedrijvigheid wordt niet vernietigd. De lokale werkgelegenheid wel. Hoegenaamd op verzoek van de aandeelhouders, het kapitaal. Deze partiële destructie volgt een draaiboek en is grotendeels gecontroleerd.

Het is niet zo dat er bij grote concerns geen goede ideeën zijn om een nieuwe invulling te geven aan de vraag naar metalen, energie en bindmiddelen voor de bouw. De ingenieurs die werkzaam zijn bij deze industrieën lezen hun vaktijdschriften en doen research. Ze kunnen sommetjes maken over de winstgevendheid en de ROI. Vaak is de toekomst niet zo somber als de bedrijfsleiding haar voorstelt. Waar de schoen wringt is de versnelde afschrijving van het bestaande kapitaalgoed. Als een bestaande installatie nog dertig jaar meekan, maar in tien jaar moet worden afgeschreven, doet dat pijn. Als je een mooie, klassieke tok-tok Mercedes diesel hebt, maar je mag daar niet meer mee in grote steden rijden, doet dat pijn. Het omgekeerde komt ook voor. Als je over een technisch gedateerde installatie of voertuig beschikt, kan je daar goedkoop mee produceren c.q. rijden. Hem weg doen is niet interessant. Houd ze zo lang mogelijk in bedrijf. Daarmee verdien je (steeds meer) geld. Daarmee kan je de voorliggende investeringen betalen. Beperk het onderhoud tot heel en veilig. Beperk het aantal personeelsleden tot het absolute minimum. Staf heb je in deze situatie sowieso niet meer nodig. Of het milieu hiermee gediend is? Nee, maar ergens moeten de dingen straks wel van worden betaald.

Het netto effect van deze reactie van het bedrijfsleven op een aanstaande, opgelegde transitie is per saldo negatief. De transitie kan er zelfs door worden vertraagd. Concernstrategen en bedrijfseconomen spinnen er goed garen zijn. Conservatisme loont. Althans op de korte termijn. Dat kapitaalgoederen en arbeidskrachten worden gekannibaliseerd, is geen thema. Sommige dino's slaan momenteel hard terug, met een machtige staart die velen ontzag inboezemt.

De energietransitie zou gebaat zijn bij serieuze studies naar mogelijkheden om bepaalde activiteiten, om niet te spreken over sectoren, gecontroleerd af te bouwen. Dat vergt meer en dieper inzicht in de conserverende krachten en processen. Vooral van binnenuit, niet langs de academische lat. Die tegenkrachten en processen kunnen niet worden afgedaan met een gemakkelijk 'de industrie wil niet'. Natuurlijk lopen er bij de zware industrie best wel zware klimaatontkenners rond, maar in de regel niet op de hoogste posities. Daar is die houding inmiddels 'not done'. In de uitvoering van de transitie heeft het tweede echelon echter wel een sleutelrol. Ze kunnen altijd roepen 'wil wel, kan niet', al dan niet als dekmantel voor ondermijnende activiteiten. Ook dat vertraagt de transitie.

Mijn voorstelling is niet om bedrijfsactiviteiten door middel van explosies neer te halen, zoals de schoorstenen op de foto. Sloopactiviteiten gaan anno 2018 intelligente en subtieler toe. Slopen is een gecontroleerde activiteit geworden. Slopen kan nodig zijn om plaats te maken voor nieuw. Op kleine schaal wordt er door banken en bedrijfseconomen nagedacht over het gecontroleerd beëindigen van ondernemingen: het papa-en-mama winkeltje in het ontvolkte dorp, de onderneming waar geen opvolging voor in de familie kan worden gevonden, de boerderij die te klein is voor de toekomst. Op grote schaal gebeurt dit veel minder. Bij RWE zijn ze ermee aan het oefenen. De factor tijdsdruk is nieuw. Het wordt hoog tijd dat bedrijfseconomen zich beter gaan bekwamen in het gecontroleerd beëindigen van grote bedrijfsactiviteiten zodat de energie- en grondstoffentransitie wordt versneld en niet langer wordt vertraagd door korte termijn belangen.

21. jan, 2018

English title: East West Street, on the origins of genocide and crimes against humanity.

In 2010 Philippe Sands, a Franco-British laywer, attends a conference in the Ukraïne. By mere accident he discovers historical lines between his grandfather, two pioneers in the development of international law and Hans Frank. During the Nazi occupation of Poland was the General-Gouverneur and legal advisor of Adolf Hitler.

He worked six years on this breathtaking book, which is issued both in French and in English. I read the French version, since my wife is a native French speaker. If this English summary is somewhat defective, please accept my apologies. I'm a Dutch. From a scientific point of view the acknowledgment seems sound. More than 50 pages of notes and sources are listed at the end.

As said before, four persons are in the centre of this history.

Leon Buchholz, the jewish grandfather of Philippe Sands. Born in 1904 in Lemberg. Lemberg is the Austrian name for L'viv (Ukraine), L'vov (USSR), L'wow (Poland) and Leopolis (Latin). Today it's the most western big city of the Ukraine. I visited Lemberg in 2008. Buchholz left Lemberg in 1937. Like many other jews from the East he landed in Vienna. In 1939 he found a safe haven in Paris.

Hersch Lauterbach, a jewish professor in international law. Born in the L'vov oblast in 1897. Lauterbach prepared the accusation of 21 Nazi's during the Neurenberg trials in 1945-1946.

Raphael Lemkin, a jewish lawyer, born in Poland in 1904 around 100 km north of Lemberg, who lived in Lemberg until the beginning of WW-II. Lemkin succeeded partially in getting the concepts of 'genocide' and 'crimes against humanity' accepted by Court for the first time.

Hans Frank, minister of the Nazi occupied zone in Poland, born in 1900 in Karlshuhe. As the German official in charge he visited Lemberg in 1942. He denied to have known what kind of war crimes took place in his territory. During the trial it became clear that he was one of the Nazi's that shared the Wannsee conference and organised the 'Endlösung'. His anti-semitic philosophy and attitude appeared beyond any doubt.

Retour à Lemberg merges the history of four families of which three were nearly totally exterminated during the war. As a matter of fact this has been an incentive for the two jewish lawyers. The books provides a deep insight in how the Neurenberg trial was established, what the internal controversies and consequences for international penal law were. In parallel the Tokio war trials took place. It's interesting to see the big differences between the two trials. In Tokio the generals were pursued. Professor B.V.A. Röling from the Netherlands was one of the judges there. In Neurenberg the military were mostly kept out of the prosecution. Political responsibles, however, were not. The verdict was limited to war crimes. What happened between 1923 and 1939 was left out, since there was no war. Today the scope of the International Court of Justice in The Hague is wider. Dictators can't apologize themselves with the argument that these acts were internal affairs only, like the Turks do for Armenia in 1915. International law has been developed further and further. The basis was laid in Neurenberg.

I leave the highly interesting legal technicalities to the legal people under my readers.

The personal touch in this book is more than just a touch. Three families lost most of their relatives. For part of them the Germans did an uncontested book-keeping. Many disappeared and never returned. Those who managed to get away just in time lost contact with their families in the East. In the meantime Hans Frank and his family lived in a castle near Cracow. It is likely that he never used a weapon himself. He only gave orders. Orders that he got from Der Führer himself. One day his aristocratic wife Brigitte complains about the huge numbers of uncivilized forced labourers that makes her surroundings unsafe. She hardly seemed to realize what business her husband was in. As a widow she never stopped admiring her husband.

Philippe Sands traced the children and grandchildren of three major players and interviewed them, when possible. These records add a lot of information to the many written sources that were left behind and makes East West Street, on the origins of genocide and crimes against humanity much more than a compulsory book for every student of law.

 

19. jan, 2018

In de week van de circulariteit zijn vijf sectorplannen gepresenteerd voor het volledig circulair maken van de Nederlandse economie in het jaar 2050. Dat jaar ligt 32 jaar voorbij de actualiteit. Dit jaar ben ik 36 jaar in de bouwtoelevering bezig geweest met het onderwerp. Een onderwerp dat toen alleen nog niet zo heette. Volgens Rijkswaterstaat, die de markt momenteel afstroopt om deskundigheid op dit terrein in huis te halen, had ik volgens mijn cv onvoldoende kwalificaties op dit terrein. Dus mocht u nou van mening zijn dat dat de auteur maar wat raaskalt, prijs u dan gelukkig dat Rijkswaterstaat geheel aan uw zijde staat.

De transitieagenda bouweconomie haakt aan bij het Rijksbrede programma circulariteit, het grondstoffenakkoord en het Energieakkoord, dat stelt dat de Nederlandse economie in 2050 niet alleen volledig circulaire, maar ook vrij is van de inzet van fossiele brandstoffen. Dat zijn voorwaar geen geringe ambities!

De wereld kan veranderen

In 32 jaar kan de wereld onvoorstelbaar veranderen. Neem het tijdvak 1905-1947: twee Wereldoorlogen, enige tientallen miljoenen dodelijke slachtoffers en Europa in puin. Of het tijdvak 1950-1982: vergaande motorisatie en mechanisatie, exponentiële groei van de bevolking en de consumptie. Of het tijdvak 1985-2017: globalisering, digitalisering en democratisering. Wie dat aan het begin van het tijdvak kon voorspellen, die had een goede glazen bol. En nu willen we het gaan hebben over onze maakbare toekomst?! Er is maar een land ter wereld dat enige ervaring heeft met het denken en succesvol handelen op een dergelijke tijdschaal en dat is (communistisch) China. In de geïndustrialiseerde, democratische wereld lopen grote ambities vaak vast in de bureaucratie. De Energiewende in Duitsland is wel het meest beruchte voorbeeld. Wij denken noodzakelijke en fundamentele transities in Nederland op te lossen door het instellen van stuurgroepjes, bestaande uit zeven personen. Alsof die de doorzettingsmacht bijeen kunnen brengen om het voor elkaar te krijgen. Leg die vraag eens voor aan Ed Nijpels, voorzitter van de Borgingscommissie van het Energieakkoord. 

Internationale context

De interacties tussen Nederland en de rest van de wereld worden in de transitieagenda circulaire bouweconomie nauwelijks genoemd. Denk en handel internationaal, staat er ergens in mijn richtingwijzers. De havens van Rotterdam en Amsterdam mogen er naar streven om de overslag van kolen terug te brengen naar nul, zou dat het Europese gebruik van kolen echt verminderen? Als ik een kopje thee drink, bestaat dat voor 200 ml uit water. Dat er in India voor de thee in dat kopje 100 liter water nodig was, vermeldt de grondstoffenstatistiek niet. De uitstoot van CO2 door de Nederlandse industrie daalt flink als je de ovens van ENCI en TATA sluit. Maar zouden we helemaal geen staal, aluminium en cement meer nodig hebben? Kunnen we de invoer ervan verbieden?

Begripsbepaling

Over de definities en bepalingsmethoden is nog veel te zeggen. De industrie zal niet aarzelen om naar zich toe te rekenen. Er is in Nederland een aanzienlijk grondverzet. De aanleg van de Tweede Maasvlakte en de zandmotor voor de kust van Kijkduin betekenden, zo beschouwd, een historisch hoog verbruik aan ophoogzand. Moeten we zoiets dan maar niet doen? De agenda is heel slordig met systeemgrenzen en begrippen: op het ene moment heeft de uitstoot te maken met de bouwactiviteit, op het andere moment slaat hetzelfde getal op de uitstoot in de gebouwde omgeving. De ene keer staat er miljard kg, de andere keer miljard ton. Zoiets mag niet!   

Nut en noodzaak

Wat mij betreft bestaat er geen enkele twijfel over de noodzaak van het terugdringen van het gebruik aan fossiele brandstoffen en natuurlijke hulpbronnen. Menige oorlog is gevoerd om die bronnen veilig te stellen; water, olie en landbouwgrond. China neemt stilletjes bezit van Afrika, gelukkig zonder een druppel bloed te vergieten. De Yankees kunnen daar nog iets van leren. In de transitieagenda worden dingen veel te makkelijk op een hoop gegooid: metalen, steen en beton. Het ene product is veel schaarser dan het andere. Begin dan maar eens bij de producten die het meeste aan schaarsheid lijden. Is dat zo'n vreemd idee? Bio-based zou het panacee moeten zijn. Niemand die zich de vraag stelt hoeveel ruimtebeslag bio-based vergt en waar dat ten koste van gaat. Palmolie ten koste van tropisch regenwoud? Willen we dat echt? Substitutie van grondstoffen is altijd een keuze. Geen keuze mag worden gemaakt zonder afweging van voor- en nadelen. Circulariteit is een vat vol dilemma’s.

Circulaire vrouwen

Opmerkelijk - en misschien wel hoopgevend - is dat het vooral vrouwen zijn die de duurzaamheidskar trekken. De witte mannen maken de dienst uit in de Raden van Bestuur. Vrouwen spelen de eerste viool bij het verduurzamen van de wereld. Als het gaat om overtuigen, ben ik er niet zo zeker van dat vrouwen de feiten altijd paraat hebben. Als het gaat om motiveren en enthousiasmeren wel. Dat laatste zal de doorslag gaan geven in de nieuwe economie. Een vrouw zal minder snel aanleiding geven tot georganiseerde oppositie bij de gevestigde belangen. De gevestigde belangen zijn groot. Zolang branches nog in hun statuut hebben staan dat ze de belangen van de sector moeten verdedigen, de markt voor het product moeten stimuleren en medewerkers op afstand moeten blijven van circulaire projecten die het volume aantasten, is er nog veel weerstand te overwinnen. Dat is een perfide mechanisme. De medewerker die nieuwe markten weet te ontwikkelen wordt beloond. De medewerker die de circulariteit naar een hoger niveau brengt, bestraft of zelfs ontslagen. Dit is in strijd met elke MVO-code. In de transitieagenda wordt heel gemakkelijk gesproken over resultaten boeken en nieuwe verdien- en businessmodellen, de praktijk is toch vaak weerbarstiger.  

Kennisinfrastructuur

Vrolijk wordt gesproken over experimenteren, samenwerken en kennisdelen. Als er nu drie dingen zijn waarin de bouw vandaag niet uitblinkt, zijn het deze onderwerpen. SBRCURnet sloot begin deze maand na 65 jaar haar poorten. Dat was toch hét centrum bij uitstek voor experimenten, samenwerking en kennis delen in de Nederlandse bouw?

Blijft er in mijn ogen dan niets overeind van de transitieagenda’s?

Nee, zo is het zeker niet. Er is veel denkkracht verzameld. Ik beticht de auteurs wel van kokerdenken, onkritisch overschrijven en onvoldoende analytisch vermogen, vooral waar het de samenhang der dingen betreft. Lateraal denken dus, als noodzakelijke brug tussen lineair en circulair denken en handelen. Ik realiseer me heel goed dat samenhangen de gehele rapportage flink compliceren. Vele van die samenhangen zijn moeilijk kwantificeerbaar. Onverantwoorde simplificaties en aannames dragen echter ook niet bij aan een succesvolle uitvoering.

Wat verder ontbreekt zijn ‘lessons learned’. Zeker, er worden succesvolle projecten opgevoerd als bewijsvoering dàt het kan. Er worden echter geen lessen geleerd uit projecten die niet geslaagd zijn. Daar valt immers geen goede sier mee te behalen. Het idee dat Nederland straks wereldwijd koploper gaat zijn in circulaire economie is zeker een wenkend perspectief. Maar zolang er in die agenda’s zo weinig wordt gezegd over wat er in het buitenland gebeurt en wat wij daar misschien van kunnen leren, lijkt me die ambitie redelijk ijdel.

18. jan, 2018

Duitsers hebben soms onvertaalbare woorden. Querdenker is er zo een. Dwarsdenker klinkt precies zoals de vertaling zegt: vooral dwars. Penseur latéral klink mooier, maar is ook niet wat het is. Lateral thinking is het evenmin, maar komt aardig in de buurt.

Ich bin ein Querdenker.

Ja, zoiets zou ik best over mijzelf kunnen zeggen.

In Duitsland is er elk jaar een groot congres van Querdenker. Die hebben een reden van bestaan omdat het creatieve aspect van management in Duitsland slecht ontwikkeld is. En dat zien de managers zelf ook. Querdenker hebben zichzelf verenigd om te voorkomen dat ze als querulanten worden gezien. Een Querdenker is vaak een vrij zwevende intelligent persoon die snel dwarsverbanden kan leggen en parallellen ziet. Micromanagers worden knettergek van dit soort (chaotisch ogende) lui. Anderen koesteren hun methodieken. Querdenker zijn niet a priori goede of slechte mensen. Ze komen goed tot hun recht in een liberale omgeving en gaan ten onder in een strakke, eendimensionale bedrijfscultuur.

Bedrijven die gebruik weten te maken van dwarsdenkers scoren hoog op creativiteit, zelfreflectie, zelfkritiek en tegenmacht. Querdenker zien verbanden die anderen niet zien, trekken soms onwelgevallige conclusies en waaien niet bij de eerste de beste storm om. Ze hebben een sterk intern kompas. Met non-conformisme heeft het allemaal niets te maken. Een dwarsdenker stelt vragen. Vaak vragen die al een keer gesteld zijn, maar soms ook niet. Jonge kinderen hebben door hun nieuwsgierigheid en ongeconditioneerd gedrag vaak trekken van Querdenker. Met de opvoeding wordt het stellen van vragen stellen er langzaam uit geramd. Op school en in het bedrijfsleven gaat het om de juiste antwoorden. Niet om de juiste vragen en zeker niet om de verkeerde vragen.

Duitsland is het land van Dichter und Denker. Denkers heb je er in allerlei soorten: Denker, Nachdenker, Vordenker, Querdenker. Vordenkers zijn in Nederland bijna net zo schaars als Querdenker. Frits Bolkestein was er misschien een. Peter Sloterdijk beslist. Noam Chomsky wellicht. Raymond Aron vermoedelijk. In het land van dominees en kooplui is het niet lekker leven voor Querdenker. Misschien ben ik gewoon in het verkeerde land geboren....