Deze bijdragen zijn ook verschenen op LinkedIn

5. jul, 2019

Op 4 juli 2019 vond in het LEF bij Rijkswaterstaat in Utrecht de feestelijke oplevering plaats van vier rapporten over Circulair Bouwen. De rapporten zijn in betrekkelijk geringe tijd tot stand gekomen. Ze bevatten zeker geen wereldschokkende zaken. Wereldschokkend is veeleer dat iedereen de inhoud onderschrijft. Dat is de opdracht, uitdaging en verdienste van NEN.

Twee jaar geleden was ik bij de draagvlakverkenning op de bovenste etage van het gebouw van NEN in Delft. Ik vond de reacties toen variëren lauw tot enthousiast. In elk geval ontbraken de usual suspects die slechts aanwezig zijn om een project vanaf de start te saboteren omdat het niet in hun straatje past. Dat is al grote winst.

Circulair Bouwen staat sinds enkele jaren hoog op de bouwagenda. Los van allerlei beleidsmaatregelen zie ik diverse bedrijfstakken al initiatieven ontplooien, hetzij om de klant te behagen, danwel om een nieuw business model in te voeren en soms omdat grondstoffen duurder worden. In de bouw gaan veranderingen overal tergend langzaam. Er zijn een paar uitzonderingen.

Ruim 35 jaar voordat de term Circulair Bouwen werd uitgevonden, hield ik me al mee bezig. Er is eigenlijk geen periode geweest dat ik me er niet mee bezig heb gehouden. Ik heb mogen werken aan successen en ook veel mislukkingen voorbij zien komen. Recruiters mogen zich afvragen of ik als zestiger nog wel een beetje bij de tijd ben. Of de schoolverlaters niet méér weten. Mijn tegenvraag is hoeveel twintigers en dertigers hun klassieken kennen. Hergebruiksprogramma's zijn in het verleden slecht gedocumenteerd, ook door de overheid. Ze zitten in de hoofden van mensen met grijze haren. Maar kennis is heel goed herbruikbaar.

Met een buitengewoon opgewekt humeur reed ik aan het begin van de middag weer huiswaarts. Zo kan het dus ook. Met beperkte middelen en een grote inzet van onbetaalde professionals kan je in korte tijd vier bruikbare handleidingen schrijven. Ik denk dat er een kleine honderd mensen getuige waren van de oplevering. Dat is best veel voor NEN. RWS hostte de bijeenkomst. Het LEF is een bijzonder, onconventionele locatie. Je zou niet geloven dat je bij een grijs ambtenarenbolwerk op bezoek bent. Het was een kleurrijke bijeenkomst. Niet zozeer vanwege de huidskleur van de mensen, maar wel omdat de vrolijke huisstijl tot in details werd doorgevoerd. De kopjes in de rapporten zijn geel of roze (!). Zelfs de jurk van de projectleidster was passend geel, kanariegeel. De toonzetting was onveranderd positief. Trots op wat er is bereikt. Dankbaar voor wie had bijgedragen. Vertrouwen in de toekomst. Niet het gebruikelijke gezever van branchevertegenwoordigers die altijd roepen dat anderen hun gedrag eerst moeten veranderen. Of de rekening moeten betalen.

Er waren veel 'jonge' mensen bij voor wie de materie nog betrekkelijk nieuw is. Soms slaan die wel eens door in hun fantasie. Dat kan hinderlijk zijn. In dit geval domineerden de leergierigheid en de bereidheid om zeker weten en niet-zeker-weten van elkaar te scheiden. Het project was minder gericht op vernieuwing dan op consensus. Dat is goed gelukt. Het is nu even belangrijker dat iedereen de zelfde taal spreekt, de zelfde conventies hanteert en de zelfde meetmeethoden hanteert. Hoe langer je daarmee wacht, hoe meer moeite je zult krijgen om dat achteraf weer te repareren. Het gebeurt niet vaak dat dit inzicht al zo vroeg ontstaat. Meestal is standaardisatie het een knock-out wedstrijd tussen rivaliserende systemen. Nu moet Europa ons nog gaan volgen -:)

Zoals gezegd, de bekende brommerige oude mannetjes ontbraken. Dat gold ook voor de mensen die nog nat achter de oren waren. Ervaring was hier de gemeenschappelijke noemer. De een wat meer dan de ander, maar toch. Bevlogen, maar ook met de voeten op de grond. Er werd niet alleen gesproken, maar waarempel ook geluisterd. Zo deed ik een paar suggesties die in de plenaire zitting onverkort werden vermeld. Laat ik zeggen dat ik zoveel open mindness niet gewend ben. Misschien kunnen vrouwen toch beter luisteren dan mannen!

Zoals op de groepsfoto te zien is, was het een redelijk gemengd gezelschap van belangstellenden. Meer mannen dan vrouwen, dat wel, maar de vrouwen waren geen verwaarloosbare minderheid zoals in groepen waarin ik in het verleden meestal acteerde. Dat geeft toch andere accenten en een andere sfeer. In de politiek, waar een sterke onderlinge concurrentie heerst, ontbreken die saamhorigheid en dat groepsgevoel vaak. Elke vrouw is daar gewoon de concurrent van elke man. Wantrouwen zit diep ingebakken. Vliegen afvangen is een examenvak.

Misschien dat je een bijeenkomst zoals die van gisteren een vergadering moet noemen. Als dat zo is, heeft de organisatie er veel aan gedaan om het niet zo te laten voelen. De organisatie en het randgebeuren deugden. Het was een vrolijke bijeenkomst met in doorsnee positieve, enthousiaste mensen. Vanzelfsprekend kwam ik veel mensen tegen uit mijn oude netwerk. Mensen die weten dat ze op mijn persoonlijke integriteit kunnen rekenen en zonder schroom, vrees of angst voor repressies met mij kunnen praten.

Ik verwacht niet dat dit gezelschap de bouw radicaal zal veranderen. Daarvoor zit er te veel inertie in de bedrijfstak. Dat dit gezelschap er is, bezorgt me niettemin een heel voldaan gevoel.

14. mrt, 2019

Was het maar zo eenvoudig als in de bovenstaande tekening!

In een enkel geval is het makkelijk.

  1. Op LinkedIn herkent met de activistische klimaatontkenner van verre. Die komen open en eerlijk uit de kast.
  2. Als een lang geëmeriteerde hoogleraar in de bètawetenschappen oppositioneel over het klimaat begint, is er een dikke kans dat hij zich heeft aangesloten bij de fanclub van professor Kees de Lange.
  3. De olie- en gasindustrie kent een hoge concentratie aan klimaatontkenners, evenals de cement- en betonindustrie. En zijn ze geen fundamentele klimaatontkenner dan vrezen ze gewoon voor hun baan.

De meeste klimaatontkenners zijn niet aan hun neus te herkennen. De meesten komen ook niet uit de kast. Ed Nijpels was er heel duidelijk over bij de instelling van de klimaattafels; iedereen mag hier zijn zegje komen doen, maar voor klimaatontkenners is hier geen plaats, we gaan niet terug naar een gepasseerd station. Dat was ferme taal voor een VVD-er! Het weren van de onderhandelingstafel is vergelijkbaar met het innemen van het laatste IS-bolwerk. Je wint de veldslag, maar niet de oorlog tegen IS. Zolang niet elke IS-er gedood is, zullen ze activistisch blijven. Het lastige is dat je nu niet meer weet waar ze precies zitten. Ga er maar vanuit dat een aantal onderhandelaars aan de klimaattafel instructies van hogerhand heeft gekregen om de (verborgen) bedrijfsagenda door te voeren. Ik ben er op een iets lager aggregatieniveau onderdeel van geweest. Tot het punt waarop het voor mij onverdraaglijk werd.

Begrijp me goed, ook mensen die de made made klimaatverandering wel erkennen kunnen wartaal uitslaan. In mijn bestaan in loondienst kon ik makkelijk vijf dagen in de week vullen aan het weerleggen van onzin over cement en beton, maar dat maakt mij nog niet tot een klimaatontkenner.

Bij de aanstaande provinciale statenverkiezingen gaat meer dan 20% van de Nederlandse bevolking op extreem rechts stemmen, PVV en FvD. Beide partijen ontkennen de grote invloed van de mens op de opwarming van de aarde. Er is in Nederland maar een kleine minderheid van de kiezers die er voor uitkomt wat ze in het stemhokje hebben aangekruist. Bij de stemmers van PVV en FvD is dat een minimale minderheid. Stemmingen zijn geheim, Dat is iets waar extreem rechts zéér aan hecht. Je kunt vermoeden wie er op extreem rechts stemt, vertellen doen ze je het meestal niet.

Zeer recent stuitte ik op een position paper van een 'fossiele' industrie. Dat maakte op slag duidelijk welke argumenten onverbrekelijk verbonden zijn met het ongeloof - of de angst voor de gevolgen van het klimaatbeleid. Onderstaand een aantal kenmerken die wijzen op de hand van een klimaatontkenner:

  1. De kunst van het kleinredeneren. Een klimaatontkenner is trots op Nederland, maar relativeert de bijdrage van Nederland aan de totale uitstoot van CO2. Het begint al met de verhouding tussen man made en natural. Vervolgens gaat hij in op de geringe bijdrage van Nederland aan de wereldeconomie. Tot slot wijst hij er fijntjes op dat de wereldeconomie, met name daar waar de bevolking nog groter wordt, veel sneller groeit dan de Europese of de Japanse.
  2. De kunst van het kleinpraten. Je kunt het hebben over het verminderen van de CO2-footprint van de gebouwde omgeving, waar bouwmaterialen een onderdeel vanuit maken. Een belangrijk bouwmateriaal is beton. Een belangrijk bestanddeel van beton is cement. Het grootste deel van het cement dat in Nederland wordt gebruikt is buitenlandse cement. Een klimaatontkenner zal roepen dat zijn handelingsperspectieven minimaal zijn. Een klimaatactivist pakt de telefoon en belt met zijn buitenlandse hoofdkantoor of met zijn counterparts in de bedrijfskolom.
  3. De wet van de verminderde meeropbrengst. Een klimaatontkenner zal altijd in herinnering brengen hoeveel vooruitgang er al is geboekt en hoe efficiënt de Nederlandse industrie is. Elke aanvullende verbetering zal méér geld kosten, wat ten koste gaat van de concurrentiepositie.
  4. De kosten om de einddoelstelling te halen. Over opbrengsten, verantwoordelijkheden voor latere generaties, de uitgestelde kosten van niets doen en geopolitieke overwegingen hoor je de klimaatscepticus nooit.
  5. Het geloof in de eigen onmisbaarheid. Het product wat hij maakt is onmisbaar. Probeer je eens een wereld voor te stellen zonder olie of beton. Dat betekent in zijn ogen terug naar de Middeleeuwen. Zowel vóór als ná de Middeleeuwen werd beton als bouwmateriaal gebruikt. Tussen 400 - 1.850 na Christus was het materiaal inderdaad in onbruik. De echte hardliners zullen er aan toevoegen dat de Middeleeuwen een duistere periode waren omdat er geen beton werd gebruik.
  6. De kunst van het afschuiven van de eigen verantwoordelijkheid c.q. het geloof in end-of-pipe oplossingen. Als de politieke mainstream toch iets van de klimaatontkenner wil, dan moet het maar carbon capture and storage worden. De overheid moet het straatje schoonvegen. Lukt dat niet dan is het tenminste de schuld van de (onbetrouwbare) overheid.

Vanmorgen stond er een grote kop in alle kranten: Rutte maakt een 'groene' ruk naar links. Een CO2-heffing voor de industrie is niet langer een taboe. CCS is geen optie. Dit is de nieuwe politieke realiteit. Wen er maar aan, VNO-NCW. Het lijkt erop dat Rutte het licht heeft gezien. De klimaatontkenners bij de VVD vormen vanaf nu een verwaarloosbare minderheid. Een duidelijke waterscheiding tekent zich af. De klimaatdrammers zitten in de coalitie en de linkse oppositie. De hele kamer steunt de klimaatplannen van Rutte, met uitzondering van extreem rechts. Gelukkig heeft extreem rechts geen schijn van kans op het dragen van beleidsverantwoordelijkheid. En dat is maar goed ook.

4. mrt, 2019

Je crois c’est la première fois dans ma vie que j’ai lu un livre québécois. Bien sûr il y a des auteurs francophones partout et dans le monde entier, mais pourquoi choisir un canadien alors qu'il y a tant de bons auteurs français?

Honnêtement, je n’ai pas choisi. Ce livre était un cadeau pour ma femme qui n’a pas encore trouvé le temps de le lire.

Presque tous les pays ont leurs séries policières à la télévision: Flikken Maastricht, Tatort, Forbrudelsen, Wallander, Candice Renoir. La formule date depuis très longtemps. Qui n’a pas lu Maigret, Grisham ou  Ludlum? Mais un détective canadien?

Oui, Richard Ste Marie en est un.

L’histoire commence avec un triple meurtre. Une femme (son épouse) et deux hommes, qu’il ne connaît pas. Rentré un jour plus tôt que prévu d’un congrès à New York, Vincent Morin trouve sa femme dans le lit conjugal avec deux hommes nus. Ce n’était pas ce à quoi il s'attendait en  arrivant à la maison. Après il a perdu les pédales. Mais quoi faire avec les trois corps? Il décide de transporter les corps vers une usine abandonnée  dans les bois, à une trentaine kilomètres de Montréal et d'incendier l’auto avec à bord les trois corps humains . Il espère que personne ne les decouvrira…

La suite nous fait témoin de ses efforts de ne pas attirer l’attention de la police. Au début ses mensonges restent faciles. Après huit mois, la police a trouvé l’homme numéro trois, qui avait justement manqué l’orgie sexuelle à la maison de Vincent Morin. Le filet de pêche se referme très rapidement à partir de ce moment.

Moi, j’aime l' accumulation de mensonges dans ce livre. On sait Vincent Morin n’échappera pas à la danse. On voit qu’il présente de nouveaux  alibis à chaque fois. Qui va gagner? Quand arrivera le dénouement?

Richard Ste-Marie est un narrateur qui se cache dans les caractères de son livre. Il s’imagine le monde autour de  l’assassin devenir de plus et plus petit. À qui peut-il encore faire confiance? Il brûle toutes les traces. Il coupe avec son passé. Malheureusement il n’est pas capable d’oublier les images qui sont attachées à son acte. Il reste comme un prisonnier de son passé. Ça lui fait du mal. Après tout son arrestation se révèle comme une libération …

Merci, Cathérine! -😊

3. feb, 2019

Van der Heijden schrijft sinds 1978. Hij is productief en meeslepend. Heel lang geleden las ik "De slag om de Blauwbrug" en "De tandeloze tijd". Ik bewaar er geen afgetekende herinneringen aan. In 2010 verongelukte zijn zoon Tonio. Dat is onweerlegbaar een gebeurtenis die er diep inhakt. Bij een auteur eens te meer omdat die zijn gedachten moet vrijmaken om te kunnen schrijven. Nu lijkt hij zich te hebben hervonden, al blijft "Mooi liggen" (364 blz) niet vrij van kritiek.

Het boek is gebaseerd op ware gebeurtenissen. De ramp met de MH17 boven de Oekraïne. Het vermoorden van regimecritische journalisten door leden van de Russische geheime dienst. De werkzaamheden van het internationale strafhof in Den Haag. Tegelijk stelt de schrijver dat alle hoofdpersonen aan zijn fantasie zijn ontsproten. Veel fantasie had A.F.Th daar niet voor nodig. De namen zijn veranderd. De personen om wie het gaat, hadden in real life twee ogen, oren, benen, armen en een echt hoofd.

In kort bestek draait het boek om het leven van de Russische journalist Grigori Moerasjko en zijn Nederlandse vriend Natan Haandrikman, wiens ouders zijn omgekomen bij de crash van de MH17. Tot aan zijn 25-ste gedroeg Moerasjko zich als een model-sovjet burger. Hij diende in het leger en vocht aanvankelijk vol overtuiging in Tsjetsenië. Daar gaat een knop in zijn hoofd om. Hij voelt zich misbruikt en raakt geestelijk beschadigd. De ondergang van de Russische kernonderzeëer Koersk maakt iets in hem wakker als hij ziet hoe de waarheid door de autoriteiten wordt gemanipuleerd. Het wantrouwen culmineert als de MH17 wordt neergeschoten met een Russische BUK-raket. Als de grond onder zijn voeten te heet wordt, besluit hij te vluchten naar de Oekraïne. Daar komt hij in contact met de SBOe, de Oekraïense geheime dienst. Samen besluiten ze om zijn liquidatie in scène te zetten. Grigori verzaakt bewust om zijn vrouw daarover te informeren. Juist als de SBOe een persconferentie over de liquidatie organiseert, wandelt Grigori welgemoed het toneel op. Hilariteit alom. Chef van de SBOe in zijn hemd. Russische journalisten smalen. Fake news is dus een uitvinding van de SBOe, niet van het Kremlin. Grigori hoopt dat zijn vrouw hem huilend in de armen zal vallen, maar het tegendeel blijkt. Ze voelt zich bedrogen. Wil hem niet meer zien. De collega-journalisten keren hem de rug toe. Zijn leven lijkt zinloos, tot het moment waarop hij als getuige door het strafhof wordt opgeroepen. Aan zijn getuigenis komt hij niet meer toe, omdat hij in het Haagse hotel Des Indes door twee Russen wordt vergiftigd. Dit evenement voel je al vijftig bladzijden aankomen. De relatie met zijn vrouw Yulia en zijn twee kinderen is meer dan een decor bij een thriller. Van der Heijden graaft die relatie goed uit. Daar tekent de pen van een ervaren schrijver voor.

Critici mogen beweren dat Van der Heijden het zich deze keer wat al te makkelijk heeft gemaakt. Misschien liggen de gebeurtenissen allemaal nog te vers in het geheugen. De Russische censor zal het boek, hoe geromantiseerd het ook is, zeker niet laten passeren. De schrijver toont zich een groot stilist, weet spanning op te bouwen en verrassende wendingen uit te werken. Dat verdient alles bij elkaar toch een dikke pluim!

25. nov, 2018

Professor De Graaf heeft alles wat het vak geschiedenis interessant maakt. Ze is een uitstekende docent, ze verbindt het verleden moeiteloos aan de actualiteit, is bijzonder ijverig en productief, ze houdt zich bij de feiten, schrijft vlot (doch niet foutloos!) en heeft ondanks een opvoeding bij de zwarte kousenkerk een fris televisievoorkomen.

Ze is tegenwoordig hoogleraar 'History of International Relations and Global Governance'. Toen het Engels op de universiteit nog geen voertaal was, heette ze gewoon professor terrorismebestrijding.

Het boek "Tegen terreur, hoe Europa veiliger werd na Napoleon" gaat voor 80% van de bladzijden over het tijdvak 1815-1818. In 1830 houdt het wel zo'n beetje op. Dat is niet het tijdvak waarin ze is gespecialiseerd. Ze moest zich dus veel opnieuw inlezen. Het is een kloek boek geworden van meer dan 500 bladzijden. Als hardcover kostte het boek nog geen dertig euro. Hoe kan dat? Om te beginnen denk ik dat ze het boek heeft geschreven in de tijd van de baas. Schrijversloon is dus niet inbegrepen.Verder valt me op dat de redactie matig is. Waarschijnlijk is daarop bezuinigd. Opvallend is het, storend niet. Het enige dat mij stoorde was de terugkerende, professorale uitdrukking 'zoals wij aanstonds zullen zien...'

Ze is op pad gegaan met de onderzoeksvragen 'wanneer nam het Europese veiligheidsbeleid een aanvang en hoe zag dat er uit?' De stelling kan worden verdedigd dat dit beleid begon met de val van Napoleon. Als iemand mij had gezegd dat het Europese veiligheidsbeleid met het Vrede van Munster (1648) begon, had ik het ook geloofd.

De Graaf maakt onderscheid tussen drie vormen van terreur. Er is als eerste georganiseerde staatsterreur of terreur tegen de staat. De Franse revolutie is daar een voorbeeld van. Als tweede noemt ze de ongeorganiseerde terreur. De boze eenling met een pistool. Tot slot waren er struik- en zeerovers die de wereld onveilig maakten. Over de verwarde eenlingen maakte men zich in die tijd niet zo heel druk. Zeerovers konden het economisch belang van een land schaden en dat was een van de redenen waarom Frankrijk in 1830 bezit nam van Algerije. Wist ik niet. De Franse revolutie baarde de Europese staats- en regeringsleiders van toen veel zorgen. Na de val van Napoleon was die geest nog steeds uit de fles. Er waren bloedige veldtochten en -slagen geweest, die het inwoneraantal van een land deden dalen. Miljoenen mannen sneuvelden in de kracht van hun leven. Dat kan je als een land niet hebben. Het corrigerend vermogen van de democratie bestond nog niet. Wel kon het volk in opstand komen. Dat was minstens zo gevaarlijk!

De Graaf beschrijft hoe door middel van internationale conferenties het gevaar van terrorisme kon worden bezworen. Het na-oorlogse leiderschap van Wellington speelde daarin een grote rol, evenals het kapitaal dat het VK had vergaard door haar koloniën en de opkomende industrialisering. Het revanchisme en militarisme van de Pruissen moest worden getemd. De Russische tsaar speelde op de achtergrond eveneens een belangrijke rol. Engeland, Oostenrijk, Pruissen en Russen maakten de dienst in Europa uit. Pas daarna kwamen Spanje, Portugal, Italië, Zweden en de kleinere landen. Enige overeenkomst met het Europa van het heden zal de lezer niet vreemd zijn. De opkomende VS werden buiten de samenwerking gehouden. De Engelsen en Fransen waren nog niet over 1776 heen. Pas honderd jaar na Napoleon mochten de VS actief voor hun belang in Europa opkomen.

Wat ik eveneens niet wist was dat de Fransen in 1815 gedwongen werden tot het doen van herstelbetalingen aan de grote overwinnaars. Dat fenomeen kennen we nog uit de Eerste Wereldoorlog. Wellington had al snel in de gaten dat deze maatregel kwaad bloed zette bij de bevolking en wilde haar matigen. Zonder twijfel zal hebben meegespeeld dat er aanslagen op zijn persoon werden gespeeld als hij in Parijs op inspectie was. Na drie jaar waren de Fransen er vanaf en trok de bezetttingsmacht zich terug. De macht van koningen en keizers van in die dagen nog heel persoonlijk. Zij beschikten over het (nood)lot van het volk. Minister-presidenten deden alleen mee in Engeland, de bakermat van de moderne democratie. Omdat Napoleon in gans Europa had huisgehouden, had hij overal vijanden. Een gemeenschappelijke vijand maakt samenwerken niet alleen nodig, maar ook makkelijk. Tot dat waren er wel grote conflicten in Europa geweest, maar die betroffen eerder twee, drie of vier staten.

Dankzij de bezwerende krachten van twee mannen met een schier onmetelijk gezag, met name Metternich en Wellington, kon Europa een periode van dertig jaar vrede tegemoet zien. Nationalisme en patriotisme werden getemd. Na een generatie begon het volk zich toch weer te roeren en braken er all over the place nieuwe revoluties uit.

Voor wie de geschiedenis van het moderne Verenigde Europa een beetje kent is dit boek een feest der herkenning. Waarom leren we eigenlijk maar zo weinig van ons verleden?