Deze bijdragen zijn ook verschenen op LinkedIn

7. okt, 2018

Het internet stroomt momenteel vol met meningen over het terugtreden van Alexander Pechtold.

In zijn afscheidsspeech 'Tijd voor een nieuwe generatie' gaat hij in op verleden, heden en toekomst van de partij en van hemzelf. Laten we eens kijken wat hij ons - behalve zijn afscheid - nog meer te vertellen had?

 

 

De openingszin.

'Bijna 12,5 jaar geleden kozen jullie mij tot lijsttrekker.'

Twaalf-en-een-half jaar partijleider maakt een mens minstens vijfentwintig jaar ouder. Alexander is dus niet 52 jaar, maar 64 jaar oud en staat dus virtueel kort voor zijn pensioen. Twaalf-en-een-half jaar in een en dezelfde functie is, zo kan ik uit ervaring putten en ongeacht de hoeveelheid succes je daarin ook hebt, altijd te lang.

Bij de eerste zin wisten we al wat hij zou gaan zeggen.

'Het juiste moment om afscheid te nemen bestaat niet.'

Een waarheid als een koe. Bij groei stap je niet uit. Bij krimp zal je altijd het verwijt krijgen dat een kapitein het schip nooit als eerste verlaat. De vraag 'waarom nu' werd in maart 2018 aan de keukentafel in Wageningen beantwoord: de missie was volbracht. D66 zit met sterke ministers in het Kabinet. D66 is weer een volwassen partij.

'Ik wil hier de aankondiging doen'.

Afscheid van elkaar nemen doe je oog in oog met de mensen die vertrouwen in je gesteld hebben. Zo moet het en niet anders. Er zijn werkgevers die hier een voorbeeld aan kunnen nemen.

'Steun van het congres komt niet vanzelf. Steun moet je verdienen'.

Een (democratische) partij is de facto een top-down organisatie, waarbij de basis de baas is en de top het uitvoerende orgaan. Precies omgekeerd als in het bedrijfsleven, maar wel zo transparant. Ik sprak in het verleden vaker met de landelijke voorzitter van D66 dan met de voorzitter van de branchevereniging die ik jarenlang mocht dienen. De voorzitter van een vereniging met 28.000 leden is kennelijk makkelijker te benaderen dan een met 5 leden.

'Hervormen. Werken aan de toekomst. Aanpakken wat anderen niet durfden. Niet om de hete brij heen, maar recht er op af'.

Hier valt wel iets op af te dingen. Het wordt steeds moeilijker om moeilijke punten op een genuanceerde manier te benoemen zonder dat de pers en heel het volk over je heenvallen, maar ik geloof ook in de gezamenlijke conclusie van Wouter en Alexander, namelijk dat die houding de partij de kop zou kunnen kosten. So be it. Je staat ergens voor of niet. Bij mij is het niet anders. Een harde kern in een zachte schil.

'Wat heb ik veel van hen geleerd!'

Daarbij verwijst hij naar Hans van Mierlo, Jan Terlouw, Els Borst en Thom de Graaf. Mensen die je inspireerden om echt na te denken. Wat is het toch heerlijk als je een of meer leermeesters in je leven hebt! Hier moest ik even een traantje wegpinken. In mijn professionele habitat waren de mensen waarvan ik iets heb opgestoken altijd heel ver weg. Hun toespraken waren nauwelijks inspirerender dan van de plaatsvervangend partijvoorzitter in Schin op Geul.

'Met Jan Terlouw en Thom de Graaf hebben we gelukkig nog twee klankborden van klasse.'

Ik geloof niet dat deze woorden nog toelichting behoeven. Ze onderstrepen de vergeten toegevoegde waarde van wijsheid en ouderdom.

'Maar mede door jullie permanente vertrouwen konden we blijven bouwen.'

Terecht dat Alexander het woord 'vertrouwen' opvoert. Dat is een sleutelbegrip in elke menselijke verhouding. Mijn vertrouwen in de partij heeft best wel eens deukjes opgelopen, zeer onlangs nog, maar mijn vertrouwen in haar mensen is nimmer beschadigd.

'Nederland kan alleen vooruitkomen als we samenwerken.'

In een verbrokkeld politiek landschap zit er niets anders op. Maar laat je ook eens verrassen door de inzichten van een ander. Durf je te laten overtuigen. Blijf nieuwsgierig naar de argumenten van de ander. Durf het compromis aan te gaan. Bij circa een op de vier amendementen en moties die werden ingediend ben ik overstag gegaan door de argumenten die bij de microfoon werden aangebracht. De bouw en bouwtoelevering zijn in Nederland hopeloos gefragmenteerd. Samenwerken blijkt keer op keer te hoog gegrepen. Samenwerken kan je leren en moet je leren als je succesvol wilt zijn. Gelukkig staat samenwerken bij D66 hoog op de agenda.

'En zo wordt onze eigen mening een feit'.

D66 is de partij van de nuance, de twijfel en de afweging. Wie anno 2018 nog spreekt in zinnen met komma's verliest snel de aandacht. Op het congres kregen de insprekers 30 seconden de tijd waarin ze contact met het publiek moesten maken, argumenten moesten aandragen en tot een stellingname moesten komen. De insprekers namen desondanks driemaal zo veel tijd als was ingeroosterd. Er zijn mensen die zichzelf wel heel graag horen spreken en het congres geen stap verder brengen. Ook de strengste congresvoorzitster kon dat niet helemaal verhinderen.

'Laten we weer eens een komma durven zetten, voordat we tot een punt komen'.

Een waarlijk betoverende beeldspraak.

'Ik heb nul ambitie om door het leven te gaan als het Orakel van Wageningen.'

Een overduidelijke sneer in de richting van Hans Wiegel.

'Ik heb het volste vertrouwen in de vele talenten en toppolitici die onze partij nu heeft.'

Veel leiders voelen zich bedreigd door het aanstormende talent. Merkel 'beseitigt' elke kroonprins of -prinses. Trump ziet ze het liefst in de gevangenis. Poetin doodt ze echt. Zo niet Alexander Pechtold. Groot zijn alleen die leiders die zich op de juiste momenten ook weer klein weten te maken. En we hebben echt veel talent in onze partij. Veel meer dan die ene man die iedereen kent. Die generatie moet het nu gaan waarmaken. Daarvoor zal hard geknokt moeten worden. Maar het komt goed. Daar ben ik zeker van.

5. sep, 2018

Am 12. November 2018 ist es genau 100 Jahre her, dass die heutige Republik Österreich entstand. Der junge Kaiser Karl wurde gebeten das Land sofort zu verlassen und auf die Ansprüche auf den Thron zu verzichten. Er starb im Alter von 34 Jahr auf der Insel Madeira.

Man kann sich fragen, ob nicht längst alles geschrieben ist über der Zeit unmittelbar nach dem 1. Weltkrieg. Die Antwort ist wahrscheinlich ja. Aber trotz dieser Antwort ist dieses Buch (224 Seiten) nicht überflüssig. Man könnte ja leicht vergessen, dass (auch) die neu gegründete Republik Österreich, als Nachfolger des Anzünders des 1. Weltkrieges und im Schatten des grossen Deutschen Reiches, komplizierte Zeiten erlebte als der Frieden in Europa nach vier Jahren ausbrach.

Holland hat den 1. Weltkrieg nicht mitgemacht. Wir lernten etwas in der Schule über Deutschland, die Besatzung vom Rheinland und den späteren Reparationszahlungen. Über Österreich wurden wir gar nicht unterrichtet. Dieses Buch füllt also eine Leere. Der zweite Grund warum dieses Buch doch aktuell ist, liegt in den Parallelen. Nach jedem grossen Krieg gibt es immer einen fortgeschrittenen Streit über die neuen Staatsgrenzen, über Unabhängigkeit, Wiedergutmachung und dem Wiederaufbau der Wirtschaft. Rache spielt auch gewöhnlich eine grosse Rolle. Und sie bringt üblicherweise nichts. Die Bibel warnte schon davor.

Sehr lesenswert sind die Kapitel über den Wiederaufbau der vollkommen aus dem Ruder gelaufenen Wirtschaft. Die Griechen und die Europäische Kommission sollten diese Kapitel mal wieder aufschlagen. Es ist ein Wunder, dass eine Revolution ausgeblieben ist, dass Österreich nicht Pleite ging und die staatliche Einheit erhalten blieb.

Aus der Geschichte lassen sich auch Dinge lernen die man aus heutiger Sicht nicht versteht. So versuchte die Provinz Tirol sich Deutschland anzugliedern, Vorarlberg der Schweiz und Kärnten Slowenien. Der Teil östlich von Wien wurde Ungarn entnommen. Südtirol gehörte ab dann wieder an Italien. Preussen, Galizien, Moravien und Böhmen machten sich vom Stammland los. Es gab natürlich auch einen strategischen Zweck um sich abzutrennen. Die Wiener blieben als letzten Verantwortlichen für den Krieg und für den Schadensersatz übrig. Die Hauptstadt Wien konnte sich aber selbst nicht ernähren, es fehlten Kohlen und Devisen. Das Land war zutiefst politisch gespalten zwischen christlich-konservativ-katholisch und sozial-demokratisch. Angst vor den Kommunisten hatten alle. Als die (armen) Juden aus der ehemaligen K&K-Provinz Galizien nach Wien flohen, entstand eine arme (sozialistische) Unterschicht. Die Juden in Wien waren derzeit erfolgreich und mächtig. Der Boden für Antisemitismus wurde gelegt und hat seitdem Jahrzehnte überdauert. Dieser Fremdenhass findet auch heute noch Resonanz in der FPÖ. Die erzkatholischen Leute waren auch nicht immer freundlich zu den Juden. Juden und Sozialisten waren eher Alliierte.

Der Autor, Walter Rauscher, hat dieses Buch nicht vergebens geschrieben. Es kommt zur richtigen Zeit und das nicht nur wegen des 100. Geburtstags der Republik Österreich.

Ich danke Frau Dr. Elisabeth Hofer aus Salzburg für dieses nette Geburtstaggeschenk.

30. jul, 2018

Klassieke voorbeelden van vragen die nooit tot stellen zijn gekomen zijn die aan overleden ouders, partner of aan verdwenen ex-en. De persoon aan wie de vraag gesteld had moeten worden is er (plotseling) niet meer of onbereikbaar. De koude conclusie moet zijn dat je gewoon te laat was om de vraag te stellen. Gedane zaken nemen geen keer. Het antwoord zal nooit meer komen. Over tot de orde van de dag.

Vandaag sloot de Maleise regering het dossier MH370. Men legt zich erbij neer dat het antwoord op de vraag wat er met het vliegtuig is gebeurd nooit meer zal komen. Dat is een grote stap. Vooral voor de nabestaanden. Die zullen nooit weten wat er met MH370 is gebeurd.

De vragen die te beantwoorden zijn hebben meestal betrekking op een gebeurtenis of een bepaalde tijd. Wat kinderen in Duitsland niet aan hun vaders durven te vragen over de Tweede Wereldoorlog, durven hun kleinkinderen wel. Daardoor gaan de hoogbejaarden praten en in veel gevallen lucht dat aan beide kanten van de tafel op. Niets is zo beklemmend als een vraag die niet (meer) beantwoord kan worden. Kinderen en ouden van dagen spreken de waarheid. Daar tussen in is er veel meel en veel mist. Televisieseries bestaan bij de gratie van cliffhangers. Je wilt weten hoe het zit. Hoe het afloopt.

In een enkel geval ontstaat de prangende vraag pas nadat de persoon aan wie je de vraag had willen stellen buiten beeld is geraakt. Dingen vallen door nieuwe feiten pas dan op hun plaats. Sommige stukjes ontbreken nog. Zo denk ik dat mijn eerste vriendinnetje bij nader inzien toch van de andere kant was. Maar ga je dat vragen? After all those years? Nee! Mijn moeder heeft een hele zak met geheimen mee haar kist ingenomen. Waarschijnlijk bewust, maar zeker weten doen we dat niet. Het antwoord interesseert me niet meer. De relatie is postuum kapot. Aan een notaris op de Oranjesingel zou ik graag de indringende vraag stellen "zou je niet veel beter slapen als je gewoon de waarheid onder ogen zou zien?" Een notaris spreek je niet me je aan. Vragen over de integriteit van notarissen zijn a priori 'not done'. Dat is een taboe. Die vraag stel je niet.

In de meeste gevallen komt een vraag langzaam op, maar durf je hem uit schaamte niet te stellen. Zo bekende een Philips-collega van mijn vrouw eens dat hij een dag in de war was geweest toen hij ontdekte dat ze (met mij) getrouwd was. Het was niet omdat hij een oogje op haar had. Het beeld had zich in zijn hoofd genesteld dat ze als carrièrevrouw geen man in haar huis kon hebben, laat staat kinderen. Hij had nooit aan haar durven vragen of dat ook werkelijk zo was was. Ik begreep hem. Ook zij schrok. Niet van de vraag, maar wel van het beeld dat ze kennelijk opriep. Aan sommige vrouwen durf ik evenmin niet te vragen of ze een relatie hebben. Die vraag wordt in veel gevallen he-le-maal verkeerd uitgelegd. Dus wordt hij niet gesteld. Voor mij worden deze dames na verloop van tijd geslachtsloze wezens. Wil een mens een geslachtsloos wezen zijn?

Ook in de zakelijke sfeer spelen ongestelde vragen een rol.

Je merkt bijvoorbeeld dat je voor bepaalde mensen of informatie wordt afgeschermd. Als je gaat doorvragen krijg je stekelige of nietszeggende antwoorden van je leidinggevende. Wat is hier aan de hand? Is het inbeelding van mij of realiteit? Ben ik een complotdenker of nu toch een beetje naïef? Als je het voor de eerste keer meemaakt, herken je de signalen nog niet. Je bent immers goed van vertrouwen. Maar als die persoon met jouw spul of idee achter de horizon is verdwenen, weet je genoeg: je had de vertrouwensvraag eerder moeten stellen. Chinezen doen dat, zij het niet op de eerste dag en niet zo expliciet als wij.

In de wereld van de energietransitie kom je in industriële kringen belangenbehartigers tegen en klimaatontkenners. De belangenbehartigers gedragen zich tenminste nog voorspelbaar. Vaak onderschrijven ze het doel op hoofdlijnen (anders kom je niet aan tafel) en mogen ze aan de praktische marges nog wat rommelen. De klimaatontkenners gaan vaak ondergronds. Ze komen uit de kast zoals minister Stef Blok: in besloten bijeenkomsten. Je zag het niet aankomen. Je had het niet gehoopt, maar het blijkt wel zo te zijn. De vraag ligt dan op je lippen: "Hoe denk jij te kunnen functioneren in deze arena?" Je stelt de vraag niet. Aan iemand die stelt dat de VVD rechts genoeg is, stel je ook niet de vraag: "En wat dan wel?" want je hoort het antwoord liever niet. Je hebt het liever gezellig met je collega's.

Met terugwerkende kracht verwijt ik mijzelf dat ik HRM in het verleden niet veel indringender heb bevraagd, want hun woord bleek niet altijd die betekenis en die hardheid te hebben die een normaal mens er aan toedicht. Je gaat toch niet vanaf de eerste dag vragen om de toezeggingen meteen maar even schriftelijk vast te leggen. Hier wordt 'dus' op grote schaal misbruik van gemaakt. "Dat kan ik me niet meer herinneren" is de standaard dooddoener. Ik heb dit te vaak naar mijn zin gehoord. Uit de verkeerde hoek.

De vertrouwensvraag vergt wederkerigheid.

Het heeft niet veel zin om vanuit een machtspositie over deze vraag te beginnen. Een leidinggevende mag aan zijn medewerkers vragen om hem te vertrouwen. De omgekeerde vraag leidt bij ontkenning doorgaans tot hetzelfde antwoord. De medewerker kan gaan. Die trekt altijd aan het kortste eind. Daarom wordt die vraag nooit hardop gesteld. Machtsuitoefening is dodelijk voor elke wederzijds vertrouwen. Essentiële vragen worden dan niet meer gesteld en niet meer beantwoord. Dat laatste legt een zware verantwoordelijkheid op de schouders van degene die het tot dit punt brengt. Of je nu geheimen bewust meeneemt naar je graf of bewust een sterk hiërarchische atmosfeer creëert waarin bepaalde vragen niet kunnen worden gesteld en zeker niet eerlijk mogen worden beantwoord, je laat mensen met soms levenslang kwellende vraagtekens boven hun hoofd achter. Is het je dat waard? Wil je dat op je geweten hebben?

De beste manier om het 'hadden' in de bovenstaande vraagstelling te voorkomen is daarom de vraag toch maar stellen. Wat er ook van kome. Je kunt het eerst op een indirecte manier proberen of via de band. Je merkt al vrij snel of er weerstand zit. Nadat the state of alert is afgekondigd is het zaak om de juiste richting te kiezen. Makkelijker gezegd dan gedaan.

I have learned my lessons pretty well ....

Sadder and wiser kan ik aankondigen dat ik die ongemakkelijke vragen dus wel zal gaan stellen als de situatie zich voordoet. Daarin verschil ik wezenlijk van mensen tussen de 25 en 45 jaar, de meest gewilde cohort bij de werkgevers. Die cohort heeft nog geen blauwe plekken op de ziel. Het grote voordeel is wel dat we vanaf aquit precies weten wat er aan elkaar hebben.

21. jun, 2018

Getriggerd door het nieuws dat de Europese staats- en regeringsleiders dit weekeinde een informeel werkoverleg hebben over het migratievraagstuk, de netelige situatie waarin Angela Merkel zich bevindt, de opnieuw tenenkrommende uitspraken van de Amerikaanse president en een wat oppervlakkige bijdrage van Paul Scheffer in de NRC van vandaag voelde ik me geroepen om ook een duit in zakje te doen.

Het beeld dat veel mensen bij migratie hebben zit in de bovenstaande foto; gammele bootjes met Afrikanen, die door mensensmokkelaars in 'failed state' Lybië de zee op worden gestuurd. Dat dit maar een deel van de werkelijkheid is behoeft, hoop ik, geen betoog.

Migratie heeft een humanitair, een demografisch en een economisch aspect. Dat laatste is mijn motief om LinkedIn als podium te kiezen.

Migratie is van alle tijden. Wie er aan twijfelt moet het Oude Testament maar eens ter hand nemen. De seculiere variant vertelt 'reisverhalen' van de Oude Grieken en Romeinen. Zonder Romeinse migranten bestonden steden als Nijmegen, Utrecht en Maastricht niet. Alsof dit nog niet voldoende is, kunnen we het rijtje voor de afgelopen honderd jaar aanvullen met een serie van door autoritaire machthebbers gedwongen migraties van bepaalde minderheidsgroepen, ook wel deportatie genoemd. Dat fenomeen lijkt ook in het hedendaagse Europa nog steeds niet met wortel en tak uitgebannen.

De meest rabiate vreemdelingenhaters roepen dat we de grenzen voor migranten helemaal moeten sluiten. Dat is een drastische maatregel die onbedoeld (?) ook verhindert dat jaarlijks ongeveer 150.000 mensen Nederland verlaten. We verhinderen daarbij dat 30.000 mensen met een Nederlands paspoort terugkeren naar hun vaderland. We worden een gevangene in eigen land. Zo zal het toch wel niet bedoeld zijn?

OK, we sluiten de grens in één richting; je mag er wel uit, maar je mag er niet in. Gevolg is dat Nederland langzaam leegloopt of uitsterft, want op elke vrouw wordt in Nederland maar 1,6 kind geboren. Zo zal het ook wel niet bedoeld zijn.

OK, dan trekken we het maar wat ruimer. We hanteren de Europese buitengrens. Dat kan weer niet verhinderen dat zich elk jaar 25.000 Polen in Nederland vestigen. Het aantal Grieken, Portugezen, Spanjaarden en Italianen is nog niet zo heel groot, maar het aantal dat deze kant op komt stijgt door de economische malaise in die landen explosief. Sowieso zijn vele vormen van migratie in de afgelopen twintig jaar meer dan verdubbeld, zowel immigratie als emigratie. De grotere dynamiek heeft onmiskenbaar gevolgen voor de identiteit en de economische ontwikkeling van een land. Het beeld dat we van de realiteit hebben verandert snel, maar de realiteit verandert sneller dan het beeld.

Beleidsmatig kan je met de bevolkingsstatistieken alle kanten uit. Let wel op dat je niet in je eigen voet schiet.

Dit brengt mij op het volgende; de drijvende krachten achter migratie.

Laat ik maar dicht bij huis beginnen: de liefde.

Ook ik heb een importbruid, weliswaar blank en blond, maar toch, ze heeft de grote stap gezet. Het Nederlands staatsburgerschap gaat ze zeker niet aanvragen. Dat is ook nergens voor nodig. Het is al weer een stuk lastiger als je aanstaande bruid niet blank en blond is, maar bijvoorbeeld Mexicaan. Het maakt daarbij weinig verschil of je uit de slums van Mexico komt of de dochter bent van Carlos Slim. Er is veel voor te zeggen dat deze nieuwkomers, net als gezinsherenigers, zich de Nederlandse taal en cultuur eigen maken. Zo niet, dan zal je altijd een 'foreigner in town' blijven.

Arbeidsmigratie

Veel Japanse en Amerikaanse arbeidsmigranten in Nederland komen niet verder dan die status. Ze zijn hier tijdelijk en nemen niet de moeite om de taal te leren. Laten we ook niet vergeten dat er aan de universiteiten, maar ook in de olie- en gasindustrie hoogopgeleide arbeidsnomaden zijn die komen en gaan. Mijn vader was er zo een. Deed zijn best om Limburgs, Portugees en Papiamento te leren en toen hij dat een beetje in de vingers had, kreeg hij een andere standplaats. Arbeidsmigratie kan zowel een vraaggestuurde als een aanbodgestuurde kant hebben. Dit treft zowel beroepen zonder substantiële kwalificaties als beroepen waarvoor hoge technische en wetenschappelijke eisen worden gesteld. Daarin ingrijpen heeft directe gevolgen voor de arbeidsmarkt en nationale economie. Een afgeleide vraag is of die verhoudingen worden verstoord en zo ja in welke mate. Is het erg of juist goed dat er een Nobelprijswinnende Russische professor theoretische natuurkunde aan de Radbouduniversiteit doceert? Welke ambitieuze Nederlandse wetenschapper voelt zich hier het slachtoffer van? Is het erg dat onze asperges worden geplukt door Poolse arbeiders? Stonden Nederlanders hiervoor echt in de rij? Voor vluchtelingen geldt dat een baan, hoe eenvoudig ook (krantenjongen of postsorteerder), een opstapje is naar zelfredzaamheid en integratie. Het onderscheid tussen kansloze, laag- en hoogopgeleide c.q. kansrijke arbeidsmigranten is (buiten de grenzen van de EU) relevant. Er bestaan toegesneden regelingen voor.

Vluchtelingen

Behalve liefdes- en arbeidsmigranten zijn er vluchtelingen. Die zijn er in alle soorten en maten. Er zijn vluchtelingen uit oorlogsgebieden, politieke vluchtelingen en economische vluchtelingen. Zelfs binnen mijn eigen firma bestonden die laatsten. Je kon op een zeker moment kiezen tussen ontslag bij de Nederlandse vestiging en een baan bij een buitenlandse vestiging van het concern, bijvoorbeeld Brussel of Heidelberg, maar veel liever nog Lagos, Timboektoe of Tehachepee. Die keuze heeft een tijdlang een redelijk dikke vluchtelingenstroom opgeleverd. Het sluiten van de grenzen voor migranten zou extra werklozen hebben opgeleverd. Soms is het lastig om de verschillende soorten vluchtelingen van elkaar te onderscheiden. Iedereen vertelt met natte ogen zijn eigen, droevige verhaal. Wat er waar is, is niet altijd duidelijk. Aan de ene kant van het spectrum regeert de compassie, aan de andere de onbarmhartigheid.

Referentiekader

Over dit alles heen is een netwerk aan regels en internationale verdragen gespannen. In de praktijk wordt daar door verschillende landen een verschillende invulling aan gegeven. Dat is in mijn ogen een zeer slechte zaak. Op waterbedden zit niemand te wachten. Internationale coördinatie en regulering van migratiestromen kan alleen een succes zijn wanneer overal dezelfde regels gelden en worden toegepast. Nationale oplossingen zijn geen houdbare oplossingen. Sowieso moet migratie nooit in een beleidsvacuüm terecht komen. Daarvoor is het thema veel te belangrijk. Evenmin is het migratiebeleid gebaat bij taboes en fact free politics. De onderlegger voor het beleid dient een lange termijnvisie te zijn waarin de driehoek demografie, economie en een rechtvaardige wereld het referentiekader vormt. Niet achter de feiten aanlopen, maar richting geven aan onze eigen toekomst. Zo zou het moeten zijn.

Ik ben heel benieuwd waar Angela Merkel en Mark Rutte zondagavond mee thuiskomen.

17. jun, 2018

De foto verwijst naar een oude boerderij die twee jaar geleden door de gemeente onbewoonbaar werd verklaard. Vandaag staat alleen de facade nog overeind, gestut door een tijdelijke hulpconstructie. De boerderij stond niet in een aardbevingsgebied. Het grootste deel van de tijd is de boerderij bewoond geweest en liefdevol onderhouden. Hij stond aan de oude parallelstructuur bij mij in het dorp. In de jaren zeventig van de vorige eeuw is hij ingesloten in een nieuwbouwwijk en als boerderij dus niet meer geschikt. Daarna is het gebouw door een huisjesmelker verhuurd, slecht onderhouden en uiteindelijk volledig gekannibaliseerd. Het heeft nog twee jaar geduurd voordat de gemeente een sloopbevel kon geven. Zo gaat het met oude boerderijen en zo gaat het soms met bedrijven, zeker als er buitenlandse moeder of een hedgefund op het toneel verschijnt. 

Ooit vertegenwoordigde de boerderij een behoorlijke economische waarde. Het was een huis waarin je kon wonen, maar ook onderdeel van een bedrijf met een toekomstig winstpotentieel. Het beeld dat we hier zien is exemplarisch voor veel boerenbedrijven op het platteland. Of je gaat met je tijd mee. Of je beëindigt je bedrijfsvoering. Met de tijd meegaan kan verschillende gedaantes aannemen: je zoekt een niche of begint een camping, je gaat biologisch, je stapt over op natuurbeheer of je gaat grootschalig. Keuze genoeg. In veel gevallen zal het wel gepaard gaan met aanzienlijke investeringen of dito desinvesteringen.    

De dinosaurussen van onze industrie hebben te maken met vergelijkbare problemen. Het beëindigen van een bedrijfsactiviteit komt nooit gelegen. Omdat je weinig afschrijvingen meer hebt kun je lekker goedkoop produceren. Het onderhoud beperk je tot heel en veilig. Zo kan je met die Mercedes 190 diesel uit 1990 ook vandaag nog redelijk goedkoop kilometers maken. Als iemand dan besluit dat je de stad niet meer in mag, is je wagen op slag praktisch waardeloos geworden. Als een overheid tegen een cementfabrikant zegt dat je vanaf 2018 geen mergel meer uit de bodem mag halen, weet je precies wanneer je installatie een boekwaarde nul heeft. En dat is nog maar klein bier. Kolencentrales worden bij decreet uitgefaseerd. Dat gaat niet zonder pijn. In de kapitaalintensieve industrie zijn gedwongen, versnelde afschrijvingen 'a pain in the ass'.      

Aan de andere kant van het spectrum vinden we mensen met een vooruitgangsgeloof. Veel mensen belijden het geloof passief. Sommige gelovigen gaan echter zover dat er sprake is van extremisme. In de milieubeweging komen we alle schakeringen tegen. Dan zijn er ook nog mensen (en bedrijven) die voorwenden dat ze gelovig zijn. Als het puntje bij paaltje komt, zitten ze om puur opportunistische reden vooraan in de kerk. Ze zijn weg als blijkt dat hier niets aan te verdienen valt. Nog lastiger zijn mensen die je naar de mond praten, maar niet bereid zijn om als eerste in beweging te komen. Het zijn de schooljongens aan de rand van het koude zwembad. Veel praatjes, maar nog meer bezwaren. 

De grote transitieprogramma's van de overheid (energie, emissies, klimaat, grondstoffen, circulaire economie, beton) zijn gedoemd om te mislukken als er geen selectie aan de poort plaatsvindt. Nu zit groen en rijp, pro en contra, gelovig en deskundig, oprecht en onoprecht door elkaar heen. Ambtenaren laten zich zand in de ogen strooien. Naar de minister toe heet het 'breed draagvlak'. Het heet polderen, maar in werkelijkheid is het een garantie voor vertraging op vertraging. Moet het dan bij decreet, zoals in China? Dat is niet wat ik bepleit. 

Ik heb veel normalisatiewerk gedaan en geleerd dat het tempo van de vooruitgang sterk is gerelateerd aan de mate waarin partijen een verbindend doel hebben. Het was zaak om mensen die dat doel niet onderschreven snel te identificeren en de juiste behandeling te geven. Het ultimum remedium is ze uit de commissie zetten. Vergewis je er dan wel van of het middel niet erger is dan de kwaal. 

Bij transities zullen er altijd winnaars en verliezers zijn. Als we niet opletten worden de laagste inkomens geofferd aan onze groene ambities. Er zijn bedrijfstakken die geen enkel belang hebben bij een energietransitie of een CO2-belasting. Dat is niet in hun voordeel. Ze zullen zich dus verzetten. Je moet niet verwachten dat ze er aan meewerken, ook niet als ze de schijn meehebben. 

Om transities tot een succes te maken dienen betrokkenen overtuigd zijn van het hogere doel, een vast geloof te hebben in vooruitgang en bereid zijn om concrete stappen te zetten. Dat zijn dingen waaraan het bij partijen die de Grote Akkoorden hebben getekend meer dan eens aan ontbreekt. Daarom zal het nog lang gaan duren voor er garen van de klos komt.

Met een aantal mensen ben ik momenteel bezig om uit te vinden of er een business model is te ontwikkelen voor partijen die grotere stappen willen zetten dan in het polderlandschap gebruikelijk is. Omdat ze weten dat het moet. Omdat ze voelen dat het kan. Omdat ze bereid zijn om eerste stappen te zetten. Het gaat over minerale bindmiddelen en bio-based bouwmaterialen. We zoeken nog partners ....