Deze bijdragen zijn ook verschenen op LinkedIn

21. jan, 2018

English title: East West Street, on the origins of genocide and crimes against humanity.

In 2010 Philippe Sands, a Franco-British laywer, attends a conference in the Ukraïne. By mere accident he discovers historical lines between his grandfather, two pioneers in the development of international law and Hans Frank. During the Nazi occupation of Poland was the General-Gouverneur and legal advisor of Adolf Hitler.

He worked six years on this breathtaking book, which is issued both in French and in English. I read the French version, since my wife is a native French speaker. If this English summary is somewhat defective, please accept my apologies. I'm a Dutch. From a scientific point of view the acknowledgment seems sound. More than 50 pages of notes and sources are listed at the end.

As said before, four persons are in the centre of this history.

Leon Buchholz, the jewish grandfather of Philippe Sands. Born in 1904 in Lemberg. Lemberg is the Austrian name for L'viv (Ukraine), L'vov (USSR), L'wow (Poland) and Leopolis (Latin). Today it's the most western big city of the Ukraine. I visited Lemberg in 2008. Buchholz left Lemberg in 1937. Like many other jews from the East he landed in Vienna. In 1939 he found a safe haven in Paris.

Hersch Lauterbach, a jewish professor in international law. Born in the L'vov oblast in 1897. Lauterbach prepared the accusation of 21 Nazi's during the Neurenberg trials in 1945-1946.

Raphael Lemkin, a jewish lawyer, born in Poland in 1904 around 100 km north of Lemberg, who lived in Lemberg until the beginning of WW-II. Lemkin succeeded partially in getting the concepts of 'genocide' and 'crimes against humanity' accepted by Court for the first time.

Hans Frank, minister of the Nazi occupied zone in Poland, born in 1900 in Karlshuhe. As the German official in charge he visited Lemberg in 1942. He denied to have known what kind of war crimes took place in his territory. During the trial it became clear that he was one of the Nazi's that shared the Wannsee conference and organised the 'Endlösung'. His anti-semitic philosophy and attitude appeared beyond any doubt.

Retour à Lemberg merges the history of four families of which three were nearly totally exterminated during the war. As a matter of fact this has been an incentive for the two jewish lawyers. The books provides a deep insight in how the Neurenberg trial was established, what the internal controversies and consequences for international penal law were. In parallel the Tokio war trials took place. It's interesting to see the big differences between the two trials. In Tokio the generals were pursued. Professor B.V.A. Röling from the Netherlands was one of the judges there. In Neurenberg the military were mostly kept out of the prosecution. Political responsibles, however, were not. The verdict was limited to war crimes. What happened between 1923 and 1939 was left out, since there was no war. Today the scope of the International Court of Justice in The Hague is wider. Dictators can't apologize themselves with the argument that these acts were internal affairs only, like the Turks do for Armenia in 1915. International law has been developed further and further. The basis was laid in Neurenberg.

I leave the highly interesting legal technicalities to the legal people under my readers.

The personal touch in this book is more than just a touch. Three families lost most of their relatives. For part of them the Germans did an uncontested book-keeping. Many disappeared and never returned. Those who managed to get away just in time lost contact with their families in the East. In the meantime Hans Frank and his family lived in a castle near Cracow. It is likely that he never used a weapon himself. He only gave orders. Orders that he got from Der Führer himself. One day his aristocratic wife Brigitte complains about the huge numbers of uncivilized forced labourers that makes her surroundings unsafe. She hardly seemed to realize what business her husband was in. As a widow she never stopped admiring her husband.

Philippe Sands traced the children and grandchildren of three major players and interviewed them, when possible. These records add a lot of information to the many written sources that were left behind and makes East West Street, on the origins of genocide and crimes against humanity much more than a compulsory book for every student of law.

 

19. jan, 2018

In de week van de circulariteit zijn vijf sectorplannen gepresenteerd voor het volledig circulair maken van de Nederlandse economie in het jaar 2050. Dat jaar ligt 32 jaar voorbij de actualiteit. Dit jaar ben ik 36 jaar in de bouwtoelevering bezig geweest met het onderwerp. Een onderwerp dat toen alleen nog niet zo heette. Volgens Rijkswaterstaat, die de markt momenteel afstroopt om deskundigheid op dit terrein in huis te halen, had ik volgens mijn cv onvoldoende kwalificaties op dit terrein. Dus mocht u nou van mening zijn dat dat de auteur maar wat raaskalt, prijs u dan gelukkig dat Rijkswaterstaat geheel aan uw zijde staat.

De transitieagenda bouweconomie haakt aan bij het Rijksbrede programma circulariteit, het grondstoffenakkoord en het Energieakkoord, dat stelt dat de Nederlandse economie in 2050 niet alleen volledig circulaire, maar ook vrij is van de inzet van fossiele brandstoffen. Dat zijn voorwaar geen geringe ambities!

De wereld kan veranderen

In 32 jaar kan de wereld onvoorstelbaar veranderen. Neem het tijdvak 1905-1947: twee Wereldoorlogen, enige tientallen miljoenen dodelijke slachtoffers en Europa in puin. Of het tijdvak 1950-1982: vergaande motorisatie en mechanisatie, exponentiële groei van de bevolking en de consumptie. Of het tijdvak 1985-2017: globalisering, digitalisering en democratisering. Wie dat aan het begin van het tijdvak kon voorspellen, die had een goede glazen bol. En nu willen we het gaan hebben over onze maakbare toekomst?! Er is maar een land ter wereld dat enige ervaring heeft met het denken en succesvol handelen op een dergelijke tijdschaal en dat is (communistisch) China. In de geïndustrialiseerde, democratische wereld lopen grote ambities vaak vast in de bureaucratie. De Energiewende in Duitsland is wel het meest beruchte voorbeeld. Wij denken noodzakelijke en fundamentele transities in Nederland op te lossen door het instellen van stuurgroepjes, bestaande uit zeven personen. Alsof die de doorzettingsmacht bijeen kunnen brengen om het voor elkaar te krijgen. Leg die vraag eens voor aan Ed Nijpels, voorzitter van de Borgingscommissie van het Energieakkoord. 

Internationale context

De interacties tussen Nederland en de rest van de wereld worden in de transitieagenda circulaire bouweconomie nauwelijks genoemd. Denk en handel internationaal, staat er ergens in mijn richtingwijzers. De havens van Rotterdam en Amsterdam mogen er naar streven om de overslag van kolen terug te brengen naar nul, zou dat het Europese gebruik van kolen echt verminderen? Als ik een kopje thee drink, bestaat dat voor 200 ml uit water. Dat er in India voor de thee in dat kopje 100 liter water nodig was, vermeldt de grondstoffenstatistiek niet. De uitstoot van CO2 door de Nederlandse industrie daalt flink als je de ovens van ENCI en TATA sluit. Maar zouden we helemaal geen staal, aluminium en cement meer nodig hebben? Kunnen we de invoer ervan verbieden?

Begripsbepaling

Over de definities en bepalingsmethoden is nog veel te zeggen. De industrie zal niet aarzelen om naar zich toe te rekenen. Er is in Nederland een aanzienlijk grondverzet. De aanleg van de Tweede Maasvlakte en de zandmotor voor de kust van Kijkduin betekenden, zo beschouwd, een historisch hoog verbruik aan ophoogzand. Moeten we zoiets dan maar niet doen? De agenda is heel slordig met systeemgrenzen en begrippen: op het ene moment heeft de uitstoot te maken met de bouwactiviteit, op het andere moment slaat hetzelfde getal op de uitstoot in de gebouwde omgeving. De ene keer staat er miljard kg, de andere keer miljard ton. Zoiets mag niet!   

Nut en noodzaak

Wat mij betreft bestaat er geen enkele twijfel over de noodzaak van het terugdringen van het gebruik aan fossiele brandstoffen en natuurlijke hulpbronnen. Menige oorlog is gevoerd om die bronnen veilig te stellen; water, olie en landbouwgrond. China neemt stilletjes bezit van Afrika, gelukkig zonder een druppel bloed te vergieten. De Yankees kunnen daar nog iets van leren. In de transitieagenda worden dingen veel te makkelijk op een hoop gegooid: metalen, steen en beton. Het ene product is veel schaarser dan het andere. Begin dan maar eens bij de producten die het meeste aan schaarsheid lijden. Is dat zo'n vreemd idee? Bio-based zou het panacee moeten zijn. Niemand die zich de vraag stelt hoeveel ruimtebeslag bio-based vergt en waar dat ten koste van gaat. Palmolie ten koste van tropisch regenwoud? Willen we dat echt? Substitutie van grondstoffen is altijd een keuze. Geen keuze mag worden gemaakt zonder afweging van voor- en nadelen. Circulariteit is een vat vol dilemma’s.

Circulaire vrouwen

Opmerkelijk - en misschien wel hoopgevend - is dat het vooral vrouwen zijn die de duurzaamheidskar trekken. De witte mannen maken de dienst uit in de Raden van Bestuur. Vrouwen spelen de eerste viool bij het verduurzamen van de wereld. Als het gaat om overtuigen, ben ik er niet zo zeker van dat vrouwen de feiten altijd paraat hebben. Als het gaat om motiveren en enthousiasmeren wel. Dat laatste zal de doorslag gaan geven in de nieuwe economie. Een vrouw zal minder snel aanleiding geven tot georganiseerde oppositie bij de gevestigde belangen. De gevestigde belangen zijn groot. Zolang branches nog in hun statuut hebben staan dat ze de belangen van de sector moeten verdedigen, de markt voor het product moeten stimuleren en medewerkers op afstand moeten blijven van circulaire projecten die het volume aantasten, is er nog veel weerstand te overwinnen. Dat is een perfide mechanisme. De medewerker die nieuwe markten weet te ontwikkelen wordt beloond. De medewerker die de circulariteit naar een hoger niveau brengt, bestraft of zelfs ontslagen. Dit is in strijd met elke MVO-code. In de transitieagenda wordt heel gemakkelijk gesproken over resultaten boeken en nieuwe verdien- en businessmodellen, de praktijk is toch vaak weerbarstiger.  

Kennisinfrastructuur

Vrolijk wordt gesproken over experimenteren, samenwerken en kennisdelen. Als er nu drie dingen zijn waarin de bouw vandaag niet uitblinkt, zijn het deze onderwerpen. SBRCURnet sloot begin deze maand na 65 jaar haar poorten. Dat was toch hét centrum bij uitstek voor experimenten, samenwerking en kennis delen in de Nederlandse bouw?

Blijft er in mijn ogen dan niets overeind van de transitieagenda’s?

Nee, zo is het zeker niet. Er is veel denkkracht verzameld. Ik beticht de auteurs wel van kokerdenken, onkritisch overschrijven en onvoldoende analytisch vermogen, vooral waar het de samenhang der dingen betreft. Lateraal denken dus, als noodzakelijke brug tussen lineair en circulair denken en handelen. Ik realiseer me heel goed dat samenhangen de gehele rapportage flink compliceren. Vele van die samenhangen zijn moeilijk kwantificeerbaar. Onverantwoorde simplificaties en aannames dragen echter ook niet bij aan een succesvolle uitvoering.

Wat verder ontbreekt zijn ‘lessons learned’. Zeker, er worden succesvolle projecten opgevoerd als bewijsvoering dàt het kan. Er worden echter geen lessen geleerd uit projecten die niet geslaagd zijn. Daar valt immers geen goede sier mee te behalen. Het idee dat Nederland straks wereldwijd koploper gaat zijn in circulaire economie is zeker een wenkend perspectief. Maar zolang er in die agenda’s zo weinig wordt gezegd over wat er in het buitenland gebeurt en wat wij daar misschien van kunnen leren, lijkt me die ambitie redelijk ijdel.

18. jan, 2018

Duitsers hebben soms onvertaalbare woorden. Querdenker is er zo een. Dwarsdenker klinkt precies zoals de vertaling zegt: vooral dwars. Penseur latéral klink mooier, maar is ook niet wat het is. Lateral thinking is het evenmin, maar komt aardig in de buurt.

Ich bin ein Querdenker.

Ja, zoiets zou ik best over mijzelf kunnen zeggen.

In Duitsland is er elk jaar een groot congres van Querdenker. Die hebben een reden van bestaan omdat het creatieve aspect van management in Duitsland slecht ontwikkeld is. En dat zien de managers zelf ook. Querdenker hebben zichzelf verenigd om te voorkomen dat ze als querulanten worden gezien. Een Querdenker is vaak een vrij zwevende intelligent persoon die snel dwarsverbanden kan leggen en parallellen ziet. Micromanagers worden knettergek van dit soort (chaotisch ogende) lui. Anderen koesteren hun methodieken. Querdenker zijn niet a priori goede of slechte mensen. Ze komen goed tot hun recht in een liberale omgeving en gaan ten onder in een strakke, eendimensionale bedrijfscultuur.

Bedrijven die gebruik weten te maken van dwarsdenkers scoren hoog op creativiteit, zelfreflectie, zelfkritiek en tegenmacht. Querdenker zien verbanden die anderen niet zien, trekken soms onwelgevallige conclusies en waaien niet bij de eerste de beste storm om. Ze hebben een sterk intern kompas. Met non-conformisme heeft het allemaal niets te maken. Een dwarsdenker stelt vragen. Vaak vragen die al een keer gesteld zijn, maar soms ook niet. Jonge kinderen hebben door hun nieuwsgierigheid en ongeconditioneerd gedrag vaak trekken van Querdenker. Met de opvoeding wordt het stellen van vragen stellen er langzaam uit geramd. Op school en in het bedrijfsleven gaat het om de juiste antwoorden. Niet om de juiste vragen en zeker niet om de verkeerde vragen.

Duitsland is het land van Dichter und Denker. Denkers heb je er in allerlei soorten: Denker, Nachdenker, Vordenker, Querdenker. Vordenkers zijn in Nederland bijna net zo schaars als Querdenker. Frits Bolkestein was er misschien een. Peter Sloterdijk beslist. Noam Chomsky wellicht. Raymond Aron vermoedelijk. In het land van dominees en kooplui is het niet lekker leven voor Querdenker. Misschien ben ik gewoon in het verkeerde land geboren....

3. jan, 2018

Voorzitters zijn er in allerlei soorten en maten, groot en klein, mannelijk en vrouwelijk, dienend en leidend, zichtbaar en onzichtbaar. Alle verenigingen hebben een voorzitter. Sommige zijn heel bekend, anderen opereren uitsluitend achter de schermen. Sportvereniging, politieke partij of branchevereniging, ze kunnen allemaal niet zonder. De voorzitter van mijn watersportvereniging ken ik in eigen persoon. Die van mijn politieke partij ook, maar de voorzitter van de vereniging waarvoor ik jarenlang werkte, zou ik waarschijnlijk niet eens herkennen als ik hem in een restaurant zou tegenkomen. Je kunt er voor kiezen om als voorzitter onbekend te blijven, al moet je er soms wel hard voor werken en goed worden afgeschermd.

Sommige verenigingen kiezen bewust voor een boegbeeld. VNO doet dat, Bouwend Nederland en ook de vakbond De Unie. Iedereen kent hun voorzitter, bijna niemand hun directeur, terwijl die toch dag in, dag uit in touw is. 

Je kunt doorschieten in bekendheid. Dan weet iedereen wie jij bent. Of was. Maar niemand realiseert zich dat je ook voorzitter bent van een bepaalde brancheorganisatie of sportkoepel. In zo een geval schiet je je doel voorbij. Ik heb Eelco Brinkman zien afbranden bij Bouwend Nederland. In eerste instantie hield hij vlammende betogen, in tweede termijn miste hij iedere affiniteit met en een basale kennis van de sector. Dan bereik je, ondanks je grote bekendheid en vele connecties, niets. Dan heb je binnen de kortste keren een boegbeeld dat in de touwen bungelt in plaats van onder de spriet.

Boegbeelden hebben het niet gemakkelijk. Ze staan altijd in de volle wind. Iemand anders zit aan het roer. Van een boegbeeld wordt verwacht dat hij spreekt namens de hele achterban en die van zijn beste kant laat zien. Een boegbeeld ziet als eerste wat er op de sector afkomt. Kansen, maar ook bedreigingen. Loopt het schip uit het roer dan kan hij of zij niet veel doen, maar hij krijgt wel de pers op zijn dak en moet zich dan maar groot zien houden. Bij hoge zeeën gaat hij als eerste nat. Zijn er successen te vieren dan moet hij zich juist klein maken. Is er sprake van een overwinning, dan moet hij in staat zijn – in elk geval naar buiten toe – zijn mond helemaal dicht te houden. Belangenbehartigers vieren geen overwinningen, want dat zou meteen de laatste keer zijn. Kort en goed, een boegbeeld verenigt een aantal eigenschappen in zich, die bij aardse stervelingen maar zelden te vinden zijn.

Naar de achterban toe is hij op het ene moment dienend en op het andere leidend. Hoewel hij beschikt over uitgebreid machtsinstrumentarium mag hij dat alleen bij hoge uitzondering inzetten, want dat ondergraaft meteen zijn gezagspositie. Echt leidend kan hij niet zijn, want de ledenvergadering bepaalt het doel en de navigatie. Wel kan hij versnellen dat een doel wordt bepaald en de middelen waarmee dat wordt bereikt. Hij zal het belang van alle bloedgroepen moeten begrijpen en dienen, ook als er grote tegengestelde belangen zijn. Hoe groter de tegenstellingen, hoe zwakker zijn positie en hoe kleiner zijn geloofwaardigheid. Een beetje boegbeeld schrijft tegenwoordig een blog of, iets klassieker, een boek waarin hij uiteenzet hoe hij de wereld ziet.

Wie heeft er nu nog zin in een voorzitterschap van een vereniging of koepelfederatie?

De meeste boegbeelden zullen deze kwellingen noodgedwongen onbezoldigd moeten ondergaan. Er staat tegenover dat je boegbeeld bent en ja, die vooraanstaande positie is niet iedereen gegund....      

15. jun, 2017

Today embedded journalists are everywhere in Iraq, in Syria and in Afghanistan. Being embedded as a journalist has several advantages. You may freely talk to everybody, the army will protect you physically and you may end up in places where even a lonely planet tourist never comes. Once embedded journalists are set free they start getting dangerous. Then they start talking with connections of connections. They start arguing about about facts and figures. They form their own opinion on the basis of personal histories, site visits and other research. A publication of Michael Hastings lead to the unintended end of the splendid career of Lt.Gen. Stanley McChrystal, responsible for the US task force Afghanistan, spending an annual military budget comparable with the Dutch GBP.

"The first casualty when war comes is truth"

Hiram W. Johnson, senator - 1918.

 

Most of the recordings of Hastings dates back between 2008 and 2010. President Obama inherited the Afghan war from the Republican Bush. Bush used to be familiar with uniforms and military men. For Obama the military apparatus has no appeal at all. He doesn't even know how to handle them. Yet he is aware of the military-industrial complex that is behind the frontline. There is another factor, which should not be neglected; the military-public relations-public affair complex. Joseph Goebbels and Leni Riefenstahl laid the basis for propaganda in 1933. Since then the sector provides workplaces for many thousands of people and not only in times of war!

Searching for truth in wartimes is as difficult as finding a white bear on the South Pole. Even the answer to a simple question "why did we basically start this invasion?" might develop over time. Getting out of a conflict is even worse. When have we achieved our goals? When do we claim victory? How to prevent loss of face? How do we secure the safety of military personell when, one day, the withdrawal takes place. Seventy years after WW-II new publications are continuously issued. Yes, it takes time to dig up all nasty facts. And say 'sorry' for the mistakes during the war.

Hastings scrupulously describes the reasons, sentiment, goals and results of the military action in Afghanistan. He concludes that there was a clear cut goal right at the beginning: chase away IS and Taliban from Afghanistan and restore the failed state. But was this a realistic goal? No way! Fighting for un unrealistic goal demotivated the soldiers and their officers. More people on the ground doesn't help achieving that type of goals. More people only makes generals ('the operators') more important. Hastings is impressed by the drive of many individual soldiers. The feel that they are fighting for their country and take into account great personal risks.

Hastings has written a breathtaking account (412 pages) of the Afghan war. He shows that bureaucratic sword fighting in Washington DC is sometimes even more important the deploying Chinook helicopter above the battlefield. Some leaders emerge as the right man in the right place and time. McCrystal. Others perform as mere career generals. Petreaus. Like in big multinationals you'll never get an extra star when you haven't won a war somewhere abroad.

It's hard to say why, but Dutch journalist seldom pop up as war correspondents. The job requires a lot of time, patience, diplomacy, courage and investigations to get to the heart of the matter. Hastings has it all. He made friends. He made enemies. Above all he did a tremendous job!