10. jan, 2016

Over 55+ en werk

De statistieken zijn tegen mij gericht. Ik ben ouder dan 55 jaar en - in beginsel - onvrijwillig werkloos geraakt. De kans dat een 55-plusser weer aan het (vaste) werk komt is bijzonder klein. Het cohort werklozen bestaat in Nederland voor 40% uit 50-plussers. Daarin voert Nederland de Europese ranglijst aan. Wat betreft de kans op een terugkeer naar een reguliere baan is deze groep te vergelijken met arbeidsongeschikten en bijstandstrekkers. Met een belangrijk verschil: de meesten zijn nog kerngezond en heel gemotiveerd.

Het televisieprogramma Zembla besteedde afgelopen week aandacht aan het fenomeen. De verklaring voor het hoge werkloosheidspercentage onder ouderen bestond uit drie onderdelen.

  1. Er vallen veel ontslagen in sectoren waar de automatisering veel (oudere) slachtoffers maakt: banken, verzekeringen en administratie. Ook in traditionele bedrijfstakken zoals de bouw en de maakindustrie gaat het niet goed. Werkgevers en werknemers hebben verzaakt om aan de 'employability' te werken. Werkgevers beschouwden dat niet als hun verantwoordelijkheid. Werknemers zagen de urgentie misschien niet. Maar het kalf is verdronken en het dempen van de put zal pas over een aantal jaren effect hebben.
  2. Vroeger gingen mensen met 57 jaar met de VUT. Toen de VUT-regeling werd afgeschaft kwamen er veel meer 55-plus werklozen. Het aanbod aan oudere werklozen stijgt. Logisch toch?
  3. Maar wat erger is, bij de werkgevers bestaat een beeld van 55-plussers dat er niet aan bijdraagt om hen in dienst te nemen. Het beeld wordt niet bevestigd door de feiten. Het enige waarin 55-plussers zich onderscheiden van de rest is de duur van het ziekteverlof. Niet eens de frequentie. Aan de andere kant, het ontslag van een persoon jonger dan 55 jaar met een lang dienstverband was ook nooit gratis. En de meeste vrouwen worden zwanger ruim vóór ze 55 jaar zijn. Een 55-plusser van nu is - gemiddeld genomen - geestelijk en lichamelijk een heel ander fenomeen dan een van 25 jaar of 50 jaar geleden. Jazeker, gemiddeldes bestaan bij afwijkingen naar boven en beneden. Sommige mensen zijn "op" op hun 55-ste. Meer dan eens mensen met een lagere opleiding en minder gezonde levensstijl. Veel professoren gaan na hun pensionering gewoon door met werken, zelfs zonder betaling. Ze kunnen het en vinden het leuk om promovendi te begeleiden. Niemand die tegen ze zal zeggen dat ze oud en versleten zijn. Tenzij ze het heel bont maken. Kijk eens naar de leeftijden bij de verschillende wegatletiekraces. Die is in 25 jaar met minimaal 10 jaar omhoog gegaan. Duizenden 50-plussers lopen nu marathons. In Nederland. Zijn die te oud om te werken?

Hoe projecteer ik deze verklaringen op mijzelf?

Inderdaad, ik werkte bij een (zeer) traditionele bedrijfstak, de cementindustrie. In de periode dat ik daar werkte (1989 - 2015) is driekwart van de banen daar verdwenen. De productie bleef op langere termijn ongeveer gelijk. De vaste jaarlijkse winst is de laatst vijf jaar omgeslagen in een voorspelbaar verlies. Iedereen snapt dat dat niet kan voortbestaan. De branchevereniging is nog lange tijd gevrijwaard van grote ingrepen. Naarmate er minder mensen bij een branche werken zijn er ook minder mensen die weten hoe die branche echt in elkaar steekt, zeker als je nauwelijks nieuwe mensen meer aanneemt. Dat kan een vals gevoel van veiligheid oproepen. Ervaring betaalt zich immers uit. Via mijn vakbond "De Unie" heb ik zeker 15 jaar geroepen dat er meer aandacht moest komen voor "employability". Het verdween onder aan de agenda van de werkgever. Die had wel andere problemen aan het hoofd. Door het hoofdkantoor opgelegde bezuinigingen bijvoorbeeld. Toen er geen gehoor kwam ben ik zelf mijn employability maar gaan verbreden. Totdat het succes daarvan te veel begon op te vallen en ik werd teruggejaagd in mijn hok. Voorbij terug naar af. 

Als ik terugdenk aan mensen die met de VUT gingen, zie ik vooral buikige opa's die het opvoeden van kleinkinderen ineens als een soort van Wiedergutmachung zagen, het werk op de tweede plaats stelden en vanaf hun vijftigste verjaardag de dagen begonnen te tellen tot aan de VUT. De VUT wierp lange schaduwen vooruit. Het waren de mensen van lifetime employment die met een royale regeling naar huis mochten. Naast het feit dat er nu geen lifetime employment (en baangarantie) meer is, is het ook niet meer zeker dat als je eenmaal een vak hebt geleerd dat je na 40 jaar nog steeds in dat vak kunt zitten. Sommige vakken bestaan niet eens meer. En als ze nog bestaan zijn de gevraagde aantallen dramatisch gezonken. Mijn vak bestaat gelukkig nog wel. Er is genoeg te doen in mijn wereld. Als jochie van dertig heb je weinig te zoeken en vertellen in mijn vak (belangenbehartiging). Senioriteit is eerder een pré. Maar zonder gezonde bedrijfstak op de achtergrond is het slecht hazen vangen. Als die bedrijfstak in een permanente overlevingsstrijd verkeert, raken de zaken die een langere tijdshorizon hebben of niet erg tangible zijn al snel op de achtergrond. Mijn vak bestaat al eeuwen en zal nog eeuwen bestaan. Mijn broodheer geniet hier duidelijk minder zekerheden. De gemiddelde leeftijd in mijn bedrijfstak lag royaal over de 50 jaar en ver boven het landelijke gemiddelde. Bijna elk ontslag was dus het ontslag van een oudere. Ben je ouder dan 62 jaar, dan is de schade te overzien. Ben je jonger dan 50 jaar, dan maak je nog een kans. Ben je daar tussenin, dan zal je heel goede papieren moeten hebben. Of een goed netwerk.

Over de beeldvorming van werkgevers kan ik nog niet veel zeggen. Geen werkgever zal zeggen dat hij je afwijst omdat je te oud bent. In een geval kan ik hooguit een vermoeden hebben. Mijn profiel sloot naadloos aan op de eisen. Toch wordt een ander het. Als zijn of haar profiel evengoed aansluit, moet ik de persoon kennen. Ik ken die persoon niet. Het zal dus wel zo zijn dat men een jonger iemand prefereert en concessies doet aan het profiel. Overgekwalificeerd is ook een veel gehoorde reden voor afzegging. Maar wat is dat precies, overgekwalificeerd? Was ik dat in mijn laatste job dan niet?

Om werkgevers een beetje wakker te houden heb ik mijn BMI op mijn LinkedIn vermeld en het gegeven dat ik nog steeds aan wedstrijdsport doe. Ook in de zeilsport betaalt ervaring zich nog heel lang uit. Er zijn nationale zeilkampioenen die de pensioengerechtigde leeftijd royaal zijn gepasseerd. Er zijn nu meer hardlopende vijftigplussers dan dat er hardlopende mannen tussen de 18-35 jaar waren in de dagen dat ik intensief aan wegatletiek deed.

Flexibel ben ik met één kleine beperking. Ik ga voor mijn werk niet meer verhuizen. De kosten van een verhuizing verdien ik met werken nooit meer terug. Nog afgezien van de afbreukrisico's van een nieuwe job.

Op LinkedIn en in andere sociale media kan je allerlei klaag- en lotgenotenclubjes vinden van werkloze 55-plussers. Die bevestigen veelal het beeld dat werkgevers van 55-plussers hebben. Daar moet je dus niet zijn. Er zijn ook andere voorbeelden. Mensen die na hun ontslag een nieuwe draai aan hun leven weten te geven. Die zich bevrijd hebben van juk en sleur. Werkgevers zullen nog wel even moeten leren hoe ze 50-plussers moeten aanspreken en motiveren. Daar schort wel het een en ander aan. Werknemers zullen zich er op moeten instellen dat de pensioenleeftijd toch echt 67 jaar is. Er zijn landen waar de arbeidsparticipatie van ouderen, met name van vrouwen, veel en veel hoger is dan in Nederland. Ja, de oorzaak ligt ook in het vrouwenoverschot en een slechte pensioenvoorziening in die landen. In Nederland holt de kwaliteit van de pensioenen zienderogen achteruit. Je kunt er bijna niet tegenaan werken. Vaak zijn het mini-jobs. Soms is het (aanvullende) deeltijdarbeid. In een enkel geval wordt de senioriteit goed benut. We zouden eens om ons heen moeten kijken wat we in en van andere landen kunnen leren. En vooral: waarom de senioriteit daar beter wordt benut. Laat ik één voorbeeld noemen. Op enig moment moest er een boekje worden geschreven. Dat boekje had een prima sluitstuk kunnen zijn van mijn grote ervaring in dat domein. Ik had een flink gezag opgebouwd en als mijn naam onder het boekje zou staan, uiteraard samen met die van mijn broodheer, dan zou dat voldoende zijn geweest om een groot bereik en impact te hebben. Veel bedrijven laten medewerkers boeken schrijven in de jaren voor hun pensionering. Dan wordt de kennis van de gezaghebbende professional goed overgedragen. Er werd echter voor gekozen om een nieuwe leerling-medewerker te belasten met die job. En om een half dozijn andere partijen te laten meelezen. Daardoor zijn er (naar schatting) tienmaal zo veel uren in het project gestopt als wanneer ik dat zelf gedaan had. Het ging namelijk wel voornamelijk over mijn kennis. Als mijn salaris nu tienmaal zo hoog was geweest als mijn collega, dan was ik ontvankelijk geweest voor de opmerking 'u bent te duur voor dit soort werk'. U begrijpt, mijn salaris was nooit het tienvoudige.

Nee, ik voel mij per saldo nog helemaal geen onderdeel van die grote klagende gemeenschap van werkloze 55-plussers. Afgewezen worden brengt me niet uit mijn evenwicht. Schuldcomplex en kwellende onzekerheid zijn ver weg. Ik weet wat ik kon en wat ik kan. In een andere omgeving komt het er zelfs misschien wel beter uit. Bedrijven die niet reageren op mijn serieuze, correcte en open sollicitaties schrijf ik pro forma nog een herinnering. Wie niet het fatsoen heeft om mij te antwoorden, die verdient mijn talent niet. Beter vroeg door HRM gewaarschuwd dan te laat. Gelukkig zijn er mensen die me nog kunnen herinneren. Wie ik ben en wat ik kan. Wat ik weet en misschien nog kan leren. De meesten van hen zijn de vijftig gepasseerd en kunnen ervaring op waarde schatten. Voorlopig regeert het zelfrespect nog mijn agenda.

Jazeker, ik ben te huur, maar niet te koop.