27. feb, 2016

Dilemma's bij het thema constructieve veiligheid

Constructieve veiligheid .............. is in de bouw eigenlijk helemaal geen thema! De meeste bouwconstructies zijn behoorlijk over-gedimensioneerd, ze worden naar verloop van tijd vaak sterker en instorten doet er (in Nederland) eigenlijk maar zelden iets. Alleen als je op een glazen vloer gaat staan, komt er soms iets in je naar boven van 'zou dit wel veilig zijn?' Tegelijk is constructieve veiligheid daarmee 'nobody's theme'.

Is het daarmee ook werkelijk geen thema? Die vraag moet ontkennend worden beantwoord. Soms vallen er spontaan balkons naar beneden, storten er bouwkuipen of bekistingen in en bezwijken bruggen ook voordat er ook maar één auto overheen is gereden. Dan hebben we het nog niet gehad over bouw- en ontwerpfouten, aardbevingsschades in Groningen en mogelijke risico's van aantasting, veroudering en toegebrachte schades bij vele duizenden viaducten en bruggen in 's lands hoofdwegennet.

De bouwsector heeft deze vraagstukken (pas) in 2008 beantwoord met de oprichting van het Platform Constructieve Veiligheid, waarvan de website inmiddels al niet meer bestaat. Dat is een veeg teken. Rijkswaterstaat zoekt thans een specialist constructieve veiligheid. Die moet vooral een persoonlijke autoriteit zijn in het vakgebied en sector-overschrijdend kunnen denken. Dat wil zeggen: voor gebouwen, droge en natte infrastructuur. Wie zichzelf voldoende bekwaam acht moet zich daar maar melden. Er is nog niemand gevonden.

Ik denk dat dit niet de juiste oplossing is. Veiligheids- en gezondheidskwesties kan je beter niet maar aan één persoon ophangen. Dat moet bedrijfscultuur zijn. Of worden. Ik moest daaraan denken toen mijn vrouw en ik dezer dagen te maken kregen met een verkocht kitten dat vreemd gedrag vertoonde. Het was iets dat wij bij 143 nestjes nog niet eerder hadden gezien. Hoewel internetsearch niet heel veel opleverde, vonden we toch een bron die het fenomeen (niet de oorzaak) vrij nauwkeurig beschreef. Het geval was bewust aangebracht bij een organisatie en op een site die voor iedereen toegankelijk was. Zo gaat dat in de (dier)medische wetenschap: er wordt heel veel aan (internationale) kennisopbouw en -deling gedaan, vooral voor die ziektes en afwijkingen die besmettelijk of erfelijk zijn en maar heel weinig voorkomen. Constructieve onveiligheid is ook zo iets. Dat komt heel weinig voor, maar haalt wel de krant. En dan is het kalf al verdronken. Er uit leren doen we maar zelden. Internationaal is er wel wat uitwisseling tussen constructeurs, maar het is zeker niet aan de orde van de dag. Het is vooralincident management.

Constructieve veiligheid is ook een raar vak. Je hebt het over zaken waarvan je niet wilt dat ze plaatsvinden. Je hebt het soms zelfs over triviale zaken waarvan je je niet kunt voorstellen dat ze plaatsvinden. En toch gebeuren ze. Een specialist constructieve veiligheid realiseert niets tastbaars. Dat gaat zwaar tegen de natuur van de meeste civiel-ingenieurs in. Civiel-ingenieurs moeten iets maken, liefst iets nieuws en groots. Ze doen constructieve veiligheid er meestal even bij. Dat is goed, maar niet voldoende.      

De Vereniging Nederlandse Constructeurs pakt het thema op, al was het maar om haar eigen maatschappelijk belang mee te onderstrepen. Toch is het van een andere orde dan constructieve veiligheid in de luchtvaart of veiligheidstests bij automobielen.  Daar is het een unique selling point. In de bouw een gegeven. Als het géén gegeven is dan zijn de materiële en personele gevolgen vaak groot. De eersten die er dan bovenop springen zijn de advocaten.

Advocaten praten meteen over schuld en boete. Dat verhindert het soepel delen van kennis en het leren van slechte ervaringen. Het is de dood in de spreekwoordelijke pot. Weg met de juristen!

Ingenieurs praten/discussiëren/debatteren met elkaar over mogelijke oorzaken, over faalkansen en oplossingen. Dat laatste lijkt me veel gezonder. Je kunt er niet genoeg met elkaar over praten. En over publiceren. Totdat er niets meer is om over te praten. Maar dat zal nog wel even duren.