7. sep, 2016

Geert Mak - De levens van Jan Six

Alle boeken van Geert Mak lezen als een tierelier. Ik heb er vele gelezen. Ik ben een heuse fan van hem. Doordat ze zo goed zijn geschreven onthoud je er veel van en doorzie je de verbanden in en de volgtijdelijkheid van de geschiedenis veel beter. Daar laten leraren en professoren het soms behoorlijk liggen. 

De levens van Jan Six gaat over elf generaties van het (laag-)adellijke geslacht Six. Jonkheren zijn het meestal. Prinsen, hertogen en graven komen er niet in voor. De oudste zonen heten per definitie en traditie Jan. Wat daarna komt is divers.

Geert Mak neemt ons mee naar de verhoudingen binnen de familie, de strategie om het familiekapitaal te behouden en door gerichte huwelijken uit te breiden en naar alle externe omstandigheden die we tijdgeest of historische gebeurtenissen noemen. In de verbinding ligt zijn kracht. In zijn slotbeschouwing voert hij de lezer nog even langs Thomas Piketty, die tien jaar lang onderzoek heeft gedaan naar economische ongelijkheid. De sociaal-democraat Mak vraagt zich af hoeveel ongelijkheid nog rechtvaardig is. De vraag beantwoorden doet hij niet. Veelvuldig bouwt hij bruggetjes naar andere standaardwerken van de literatuur. Dat geeft een extra dimensie aan het boek. 

De invloed van de adel is al eeuwen tanende in Nederland. Doen ze dan hun belangenbehartiging niet goed? Nee, in tegendeel, de meeste oorzaken liggen buiten henzelf. Door de verbeterde gezondheidszorg bleven er meer kinderen in leven. De mensen werden ouder. Het gevolg was dat het kapitaal sterk werd verdund. In de negentiende eeuw werd er belasting geïntroduceerd op vermogen en over erfenissen. Dat zijn ook tegenvallers voor wie wil rentenieren. De adel ondervond daarnaast concurrentie van een nieuwe elite, die veel geld uit de koloniën ophaalde. Er was stadse adel en landadel. De landadel verarmde snel. De grond bracht weinig op en het onderhoud van de opstallen was duur. De stadse adel vluchtte naar het leger, de wetenschap en de magistratuur. En er waren er die in de culturele wereld iets te zeggen hadden. Zoals de familie Six uit Amsterdam. De Keizersgracht. De gouden bocht.

De familie Six was rijk, maar kwam nooit verder dan de top-vijftig van de adellijke families. In de 19-de eeuw had de familie 'nog maar' twaalf man personeel in huis. Dat zie je anno 2016 niet heel veel meer. Als de nood aan de man kwam moest er maar weet een Rembrandtje verkocht worden. Of een Vermeertje. Kunst volgde het geld. In de 19-de eeuw was er een ware uittocht van oude Europese meesters richting de Nieuwe Wereld. Dáár zat het geld. Met een oude meester kon je je onderscheiden. Tonen dat je rijk was, smaak en historisch besef had. Hoe maak je van nieuw geld oud geld? Dat was de opgave, een opgave die nog steeds actueel is. Nog steeds heeft de familie Six invloed. Niet meer met de korte lijntjes naar het centrum van de macht, geen theevisites meer bij de koning of koningin, je komt ze nog wel veel tegen bij studentencorpora, in de rechterlijke macht en .... in de sociëteiten van koninklijke zeilverenigingen. Een jonkvrouw Six is nog steeds een begeerlijk jong ding.

Het boek begint met de beschrijving van het portret van Anna Wijmer, de vrouw van Jean (Jan) Six, geschilderd in 1641 door ene Rembrandt van Rijn. Het eindigt in mei 2016 als het boek verschijnt. De elfde generatie Jan Six heeft levend bijgedragen aan de totstandkoming en revisie van de familiekroniek.

Over de inhoud ga ik niet meer vertellen. De familiegeschiedenis telt 450 pagina's. Ik heb me met deze nieuwe Mak op geen moment verveeld.