20. mrt, 2017

De nieuwe norm

... voor bestuurlijk Nederland zou tegenspraak moeten zijn, aldus Pier Eringa in NRC Handelsblad van 6 maart 2017.

 

Interessante stelling!

Het lijkt me een leuke klus voor mijn collega's van het Nederlands Normalisatie Instituut in Delft. Ze maken er meteen een project van, compleet met probleem- en doelstelling, financieringsbehoefte, tijdplan, stakeholderanalyse, definities, internationale harmonisatie, meetmethodes en - natuurlijk - een interne pilot. Over dat laatste maak ik me nog de minste zorgen. De meeste NEN-medewerkers zijn mondig en assertief genoeg voor tegenspraak. Het NEN-management weet daar - in mijn ogen - heel behoorlijk mee om te gaan.

Waarom schrijft Eringa over bestuurlijke tegenspraak?

In de provincie Drenthe is vorige week een bestuurder uit de bocht gevlogen. Zijn naam was Tichelaar, commissaris van de Koning in de provincie. Hij had zijn schoonzus voorgedragen voor een klusje bij de provincie en hoewel niet verboden, had hij daarmee toch de schijn van belangenverstrengeling gewekt. Exit Tichelaar.

Tichelaar hoeft zich niet eenzaam te voelen; korpschef Bouman, COA-bestuurder Albayrak en wethouder Van Rey (en vele anderen) gingen hem voor. Ze gedroegen zich als kleine zonnekoningen, lieten zich niet tegenspreken en verloren onderweg hun morele kompas. Eerder schreef ik over de fraudesoftware bij VW, waar een aantal managers in de fout ging. Onduidelijk is waar het begon en wie daarvoor verantwoordelijk is. In essentie was het 'Verstoss' bekend, maar het werd intern niet gecorrigeerd. Tegenspraak valt slecht in een hiërarchische organisatie. Iemand had Winterkorn of Tichelaar op zijn vestje moeten durven spugen. Hey man, dit ken ech nie!

Er zijn goede redenen om aan te nemen dat bepaalde NAM-ingenieurs meer wisten over de risico's van aardbevingsschade dan de firma naar buiten wilde erkennen. Ze werden 'kaltgestellt' door de ondernemingsleiding en -juristen. Aansprakelijkheid! Imagoschade! Gisteren zat premier Rutte bij Pauw en Jinek tegenover een aantal boze Groningers. Hij wist met de situatie niet goed raad. Hij wist dat hij zich empathisch moest tonen, deed zijn stinkende best, maar voelde ook dat zijn empathisch gedrag in de ambtelijke uitvoeringsorganisatie wordt gesmoord. Maar die organisatie wilde hij ook niet afvallen. De Groningers voelde zich niet gehoord, op dezelfde manier als ik me (ooit) niet gehoord voelde door mijn pensioenmaatschappij, die mij aanzienlijke schade had berokkend, maar niet in voor mij begrijpelijke termen wist uit te leggen hoe dat zo gekomen was, laat staan wie daarvoor verantwoordelijk te houden viel. Levendig kon ik me gisterenavond de boosheid van de Groningers voorstellen. Het gaat meestal minder om persoonlijk leed dan om bestuurlijke doofheid en het ontbreken van mogelijkheden tot tegenspraak.

Tegenspraak laat zich niet vanuit Den Haag regisseren, net zomin als integriteit zich top-down laat opleggen. Het gaat zelfs nog een stap verder. Zolang de ambtelijke of ondernemingsleiding haar medewerkers intern vasthoudt aan doelstellingen die contrair zijn aan de officiële doctrine van Public Affairs & Externe Communicatie is het systeem zo rot als een appel. Een NAM-medewerker moet vooral veel gas en leveringszekerheid verkopen. Hij moet winst maken! Bij Public Affairs mogen ze een mooi verhaaltje houden over verantwoord en zuinig omgaan met aardgas en over de relatieve voordelen van schoon aardgas. Herkent u iets? Ik ben daar zeer alert op in mijn pogingen om passend werk te vinden. Veel belangenbehartigers zijn meer bezig met het opwrijven van hun achterban dan met het oplossen van maatschappelijke problemen. GroenLinks wil om die reden niet meer met ze praten. Ik snap dat wel, al vind ik het niet altijd verstandig. Ik laat me niet snel meer iets op de mouw spelden. Bij Externe Communicatie moeten ze zich de boze bewoners van het lijf zien te houden. Zo werkt het dus niet. Er zijn veel firma's waar interne en externe doelstellingen niet congruent zijn. Burgers voelen dat intuïtief aan. En ze hebben gelijk.

Pier Eringa doet een oproep tot meer tegenspraak. Ik kan achter die oproep staan, maar de praktijk zal niet gemakkelijk zijn. Managers die tegengesproken worden, voelen dat al snel als persoonlijke kritiek. Of voelen zich in hun beroepseer aangetast. Om maar te zwijgen over hun autoriteit. Ondergeschikten worden snel weggezet als deloyaal. Of als betweters. Dat is geen cultuur die uitnodigt tot tegenspraak. Medewerkers zullen zich onveilig voelen, zich terugtrekken of ondergronds gaan.

Ik denk en vrees dat het een kwestie van lange adem gaat worden; het organiseren van een cultuur waarin tegenspraak net zo normaal is als 's morgens je schoenen aantrekken. Cultuurveranderingen kosten in de regel veel tijd. Zulke veranderingen wordt vertraagd door een generatieverschil. Tichelaar was een zestiger en nog redelijk autoritair. Zijn ondergeschikte medewerkers waren mondig, maar kregen weinig ruimte. De allerjongsten waren misschien zelfs onaangepast. Ook dit patroon is bekend uit de management literatuur en -praktijk.

Het lijkt me echt een schitterende klus voor NEN om aan de slag te gaan met het onderwerp tegenspraak. Als de norm er komt, dan is er meteen draagvlak bij alle partijen. Op de groene versie kan iedereen die dat wil reageren. Organisaties kunnen zich van elkaar onderscheiden en zich laten certificeren op basis van beoordelingsrichtlijnen. Bij HRM kunnen ze zich vast gaan warmlopen in de jacht op 'countervailing power'. Misschien komt er bij politieke wetenschappen wel een leerstoel "Institutionele aspecten van de organisatie van tegenspraak".

Opeens stokt mijn pen. Ik ga dat waarschijnlijk niet meer meemaken in mijn arbeidzame leven. Maar er moet natuurlijk wel iets te dromen overblijven.