6. jun, 2018

Gecontroleerde destructie

Op de naastliggende foto staat niet toevallig een schoorsteen die met explosieven neergehaald wordt. Schoorstenen zijn de symbolen bij uitstek van het industriële, fossiele, en niet-circulaire tijdperk. Meters onderzoeksrapporten, beleidsnotities en discussiestukken worden jaarlijks geproduceerd om nieuwe technieken ingang te doen vinden ('te implementeren'). Even zovele vraagtekens worden, terecht of onterecht, geplaatst bij de haalbaarheid van de gestelde doelen.

Inmiddels is er een nieuwe tak van sport opgestaan: transitiemanagement. Dat is de wetenschap die grote veranderingen in moet leiden. Anders dan bij revoluties gaat het bij transitiemanagement om een snelle, gecontroleerde overgang. Waar in mijn ogen veel te weinig aandacht aan wordt besteed en wat het tempo van de transitie uiteindelijk zal bepalen is de bereidheid van de dinosaurussen om zich aan te passen. Over de oorzaak van het uitsterven van de dino doen veel theorieën de ronde: vulkaanuitbarstingen, meteorietinslagen, klimaatveranderingen. In tegenstelling tot de moderne dino's (kolencentrales, cement- en ertsverwerkende industrie) waren de dinosaurussen in de oudheid niet de oorzaak van de klimaatverandering.

De overheid speelt een belangrijke rol bij de restlevensduur van de klassieke energie-opwekkingscentrales. In Duitsland (en andere landen) worden kern- en kolencentrales per decreet uitgefaseerd. Vergunningen voor de winning van grondstoffen, zoals mergel, kennen meestal een einde looptijd. Daarna houdt het abrupt op. Als de industrie geluk heeft, wordt ze van rijkswege (deels) gecompenseerd. Dit is een moddervette kluif voor corporate juristen. De overheid bepaalt niet hoe er wordt uitgefaseerd, alleen wanneer ze moeten zijn afgeschakeld. Op basis van vrijwilligheid gebeurt er helemaal niets. In tweede instantie zien we grote aandeelhouders die niet meer wensen te investeren in 'fossiel'. Die vormen een groeiende tegenmacht. Dit zijn vormen van ongecontroleerde destructie.

Bedrijfseconomen en strategen zijn getraind in het bereiken van economische groei, het vergroten van marktaandeel en het vasthouden van markten. Iets minder sexy is het trimmen van een bedrijf zodat de rentabiliteit verbetert en de productlifecycle langer wordt. Ook dat is een vak. Als er al sprake is van doelgerichte, totale destructie dan is het van de concurrent.

Partiële destructie kennen we van het verplaatsen van bedrijvigheid; weefsels en garens van Tilburg naar India, gloeilampen van Stadskanaal naar Polen, auto's van Parijs naar Slowakije. De staal- en cementindustrie dreigen al jaren om bij stijgende emissierechten de boel op te pakken en naar een lokatie buiten Europa te gaan. De bedrijvigheid wordt niet vernietigd. De lokale werkgelegenheid wel. Hoegenaamd op verzoek van de aandeelhouders, het kapitaal. Deze partiële destructie volgt een draaiboek en is grotendeels gecontroleerd.

Het is niet zo dat er bij grote concerns geen goede ideeën zijn om een nieuwe invulling te geven aan de vraag naar metalen, energie en bindmiddelen voor de bouw. De ingenieurs die werkzaam zijn bij deze industrieën lezen hun vaktijdschriften en doen research. Ze kunnen sommetjes maken over de winstgevendheid en de ROI. Vaak is de toekomst niet zo somber als de bedrijfsleiding haar voorstelt. Waar de schoen wringt is de versnelde afschrijving van het bestaande kapitaalgoed. Als een bestaande installatie nog dertig jaar meekan, maar in tien jaar moet worden afgeschreven, doet dat pijn. Als je een mooie, klassieke tok-tok Mercedes diesel hebt, maar je mag daar niet meer mee in grote steden rijden, doet dat pijn. Het omgekeerde komt ook voor. Als je over een technisch gedateerde installatie of voertuig beschikt, kan je daar goedkoop mee produceren c.q. rijden. Hem weg doen is niet interessant. Houd ze zo lang mogelijk in bedrijf. Daarmee verdien je (steeds meer) geld. Daarmee kan je de voorliggende investeringen betalen. Beperk het onderhoud tot heel en veilig. Beperk het aantal personeelsleden tot het absolute minimum. Staf heb je in deze situatie sowieso niet meer nodig. Of het milieu hiermee gediend is? Nee, maar ergens moeten de dingen straks wel van worden betaald.

Het netto effect van deze reactie van het bedrijfsleven op een aanstaande, opgelegde transitie is per saldo negatief. De transitie kan er zelfs door worden vertraagd. Concernstrategen en bedrijfseconomen spinnen er goed garen zijn. Conservatisme loont. Althans op de korte termijn. Dat kapitaalgoederen en arbeidskrachten worden gekannibaliseerd, is geen thema. Sommige dino's slaan momenteel hard terug, met een machtige staart die velen ontzag inboezemt.

De energietransitie zou gebaat zijn bij serieuze studies naar mogelijkheden om bepaalde activiteiten, om niet te spreken over sectoren, gecontroleerd af te bouwen. Dat vergt meer en dieper inzicht in de conserverende krachten en processen. Vooral van binnenuit, niet langs de academische lat. Die tegenkrachten en processen kunnen niet worden afgedaan met een gemakkelijk 'de industrie wil niet'. Natuurlijk lopen er bij de zware industrie best wel zware klimaatontkenners rond, maar in de regel niet op de hoogste posities. Daar is die houding inmiddels 'not done'. In de uitvoering van de transitie heeft het tweede echelon echter wel een sleutelrol. Ze kunnen altijd roepen 'wil wel, kan niet', al dan niet als dekmantel voor ondermijnende activiteiten. Ook dat vertraagt de transitie.

Mijn voorstelling is niet om bedrijfsactiviteiten door middel van explosies neer te halen, zoals de schoorstenen op de foto. Sloopactiviteiten gaan anno 2018 intelligente en subtieler toe. Slopen is een gecontroleerde activiteit geworden. Slopen kan nodig zijn om plaats te maken voor nieuw. Op kleine schaal wordt er door banken en bedrijfseconomen nagedacht over het gecontroleerd beëindigen van ondernemingen: het papa-en-mama winkeltje in het ontvolkte dorp, de onderneming waar geen opvolging voor in de familie kan worden gevonden, de boerderij die te klein is voor de toekomst. Op grote schaal gebeurt dit veel minder. Bij RWE zijn ze ermee aan het oefenen. De factor tijdsdruk is nieuw. Het wordt hoog tijd dat bedrijfseconomen zich beter gaan bekwamen in het gecontroleerd beëindigen van grote bedrijfsactiviteiten zodat de energie- en grondstoffentransitie wordt versneld en niet langer wordt vertraagd door korte termijn belangen.