5. jul, 2019

Platform CB23

Op 4 juli 2019 vond in het LEF bij Rijkswaterstaat in Utrecht de feestelijke oplevering plaats van vier rapporten over Circulair Bouwen. De rapporten zijn in betrekkelijk geringe tijd tot stand gekomen. Ze bevatten zeker geen wereldschokkende zaken. Wereldschokkend is veeleer dat iedereen de inhoud onderschrijft. Dat is de opdracht, uitdaging en verdienste van NEN.

Twee jaar geleden was ik bij de draagvlakverkenning op de bovenste etage van het gebouw van NEN in Delft. Ik vond de reacties toen variëren lauw tot enthousiast. In elk geval ontbraken de usual suspects die slechts aanwezig zijn om een project vanaf de start te saboteren omdat het niet in hun straatje past. Dat is al grote winst.

Circulair Bouwen staat sinds enkele jaren hoog op de bouwagenda. Los van allerlei beleidsmaatregelen zie ik diverse bedrijfstakken al initiatieven ontplooien, hetzij om de klant te behagen, danwel om een nieuw business model in te voeren en soms omdat grondstoffen duurder worden. In de bouw gaan veranderingen overal tergend langzaam. Er zijn een paar uitzonderingen.

Ruim 35 jaar voordat de term Circulair Bouwen werd uitgevonden, hield ik me al mee bezig. Er is eigenlijk geen periode geweest dat ik me er niet mee bezig heb gehouden. Ik heb mogen werken aan successen en ook veel mislukkingen voorbij zien komen. Recruiters mogen zich afvragen of ik als zestiger nog wel een beetje bij de tijd ben. Of de schoolverlaters niet méér weten. Mijn tegenvraag is hoeveel twintigers en dertigers hun klassieken kennen. Hergebruiksprogramma's zijn in het verleden slecht gedocumenteerd, ook door de overheid. Ze zitten in de hoofden van mensen met grijze haren. Maar kennis is heel goed herbruikbaar.

Met een buitengewoon opgewekt humeur reed ik aan het begin van de middag weer huiswaarts. Zo kan het dus ook. Met beperkte middelen en een grote inzet van onbetaalde professionals kan je in korte tijd vier bruikbare handleidingen schrijven. Ik denk dat er een kleine honderd mensen getuige waren van de oplevering. Dat is best veel voor NEN. RWS hostte de bijeenkomst. Het LEF is een bijzonder, onconventionele locatie. Je zou niet geloven dat je bij een grijs ambtenarenbolwerk op bezoek bent. Het was een kleurrijke bijeenkomst. Niet zozeer vanwege de huidskleur van de mensen, maar wel omdat de vrolijke huisstijl tot in details werd doorgevoerd. De kopjes in de rapporten zijn geel of roze (!). Zelfs de jurk van de projectleidster was passend geel, kanariegeel. De toonzetting was onveranderd positief. Trots op wat er is bereikt. Dankbaar voor wie had bijgedragen. Vertrouwen in de toekomst. Niet het gebruikelijke gezever van branchevertegenwoordigers die altijd roepen dat anderen hun gedrag eerst moeten veranderen. Of de rekening moeten betalen.

Er waren veel 'jonge' mensen bij voor wie de materie nog betrekkelijk nieuw is. Soms slaan die wel eens door in hun fantasie. Dat kan hinderlijk zijn. In dit geval domineerden de leergierigheid en de bereidheid om zeker weten en niet-zeker-weten van elkaar te scheiden. Het project was minder gericht op vernieuwing dan op consensus. Dat is goed gelukt. Het is nu even belangrijker dat iedereen de zelfde taal spreekt, de zelfde conventies hanteert en de zelfde meetmeethoden hanteert. Hoe langer je daarmee wacht, hoe meer moeite je zult krijgen om dat achteraf weer te repareren. Het gebeurt niet vaak dat dit inzicht al zo vroeg ontstaat. Meestal is standaardisatie het een knock-out wedstrijd tussen rivaliserende systemen. Nu moet Europa ons nog gaan volgen -:)

Zoals gezegd, de bekende brommerige oude mannetjes ontbraken. Dat gold ook voor de mensen die nog nat achter de oren waren. Ervaring was hier de gemeenschappelijke noemer. De een wat meer dan de ander, maar toch. Bevlogen, maar ook met de voeten op de grond. Er werd niet alleen gesproken, maar waarempel ook geluisterd. Zo deed ik een paar suggesties die in de plenaire zitting onverkort werden vermeld. Laat ik zeggen dat ik zoveel open mindness niet gewend ben. Misschien kunnen vrouwen toch beter luisteren dan mannen!

Zoals op de groepsfoto te zien is, was het een redelijk gemengd gezelschap van belangstellenden. Meer mannen dan vrouwen, dat wel, maar de vrouwen waren geen verwaarloosbare minderheid zoals in groepen waarin ik in het verleden meestal acteerde. Dat geeft toch andere accenten en een andere sfeer. In de politiek, waar een sterke onderlinge concurrentie heerst, ontbreken die saamhorigheid en dat groepsgevoel vaak. Elke vrouw is daar gewoon de concurrent van elke man. Wantrouwen zit diep ingebakken. Vliegen afvangen is een examenvak.

Misschien dat je een bijeenkomst zoals die van gisteren een vergadering moet noemen. Als dat zo is, heeft de organisatie er veel aan gedaan om het niet zo te laten voelen. De organisatie en het randgebeuren deugden. Het was een vrolijke bijeenkomst met in doorsnee positieve, enthousiaste mensen. Vanzelfsprekend kwam ik veel mensen tegen uit mijn oude netwerk. Mensen die weten dat ze op mijn persoonlijke integriteit kunnen rekenen en zonder schroom, vrees of angst voor repressies met mij kunnen praten.

Ik verwacht niet dat dit gezelschap de bouw radicaal zal veranderen. Daarvoor zit er te veel inertie in de bedrijfstak. Dat dit gezelschap er is, bezorgt me niettemin een heel voldaan gevoel.