11. dec, 2019

Het doek is gevallen

Gisteren belde mijn schoonvader (88) op. Of ik het al wist: ENCI sluit definitief de Maastrichtse poorten. Ik was niet thuis. Mijn vrouw nam op. Wij wisten van nog niets, maar verrassend is het bericht niet. De laatste vijftig mannen - en als je heel goed zoekt misschien ook wel ergens een vrouw - ruimen medio 2020 het veld. Wat er daarna met gebouwen en gronden gaat gebeuren is ongewis. Amovering en sanering van de bedrijfsterreinen zullen zeker miljoenen nog euro's vragen. Misschien dat een CEO met een salaris van 7 mln euro per jaar daar nog een persoonlijke bijdrage aan kan leveren?

Net als bij TATA worden besluiten over het aannemen en ontslaan van mensen bij ENCI in Maastricht in het moderne, geglobaliseerd bedrijfsleven achter een verre horizon genomen, in Duitsland om precies te zijn. De lokale OR wordt pro forma geïnformeerd. Van raadplegen zoals de wet voorschrijft is al lang geen sprake meer. De vakbonden moeten maar zien waar ze hun informatie vandaan halen. Dat is een immens verschil met pakweg dertig jaar geleden. Toen had de landendirecteur nog een aardige c. Hij had iedereen iets te vertellen. Naar hem werd geluisterd. En als jij goed naar hem luisterde, kon hij je tot bijna gelijke hoogte in de organisatie brengen. Nadat hij met pensioen ging, werd het Nederlandse geluid vakkundig gedemonteerd. De corporate jungle kent zijn eigen wetten.

De verleiding is groot om commentaar te gaan leveren op dit bericht. Ik ga dat als ex-werknemer niet doen. Ik breng slechts één pikante gebeurtenis in herinnering.

Het moet een bloedhete zomerdag zijn geweest in juni 2004 (?). In Maastricht is het dan altijd nog een paar graden warmer dan in 's-Hertogenbosch of 's-Gravenhage. Ik moest die dag in Den Haag zijn, op het ministerie van Economische Zaken. Ik herinner me van die dag dat de stationsthermometers elke 30 km westwaarts drie graden minder aangaven. Het gesprek zou gaan over het dossier wateroplosbaar chroom-VI. Een van de producten waarnaar in de Europese chromaatrichtlijn wordt verwezen, is cement. Nu zijn er vele soorten cement, waarbij sommige evident de opgegeven concentraties chroom-VI overschrijden en andere vrijwel nooit. De voorliggende vraag was of die tweede categorie op dezelfde manier moest worden behandeld als de eerste. Het antwoord van de ambtenaar in mijn richting was ontkennend. Hij was bereid om het op schrift te zetten. Dan komen twee andere vragen boven, namelijk is die ambtenaar wel bevoegd en waar is het bewijs van onze claim? Ik had wat huiswerk laten doen waaruit bleek wat ik stelde. Mijn baas ging bij uitzondering met mij mee. Successen zijn nu eenmaal voorbestemd om vele vaders te hebben. Wij plaatsten ons na afloop van het gesprek om vier uur in de namiddag met een koel biertje op een gezellig Haags terras om de gerealiseerde miljoenenbesparing te vieren.

Toen rinkelde opeens onze mobiele telefoon. Het nummer wees in de richting van Maastricht.

Onze Maastrichtse collega's bleken op dat tijdstip toevallig ook op een terras te zitten. Aan het Vrijthof. Zij vierden dat de provincie vergunning had verleend voor mergelwinning tot 2030. De toekomst van ENCI was weer voor jaren veilig gesteld.

Toen rinkelde ook daar een mobiele telefoon. We konden het gesprek bijna meeluisteren.

Een lid van de Vorstand vertelde de al licht aangeschoten ENCI-managers dat ENCI geen gebruik zou hoeven maken van de nieuwe vergunning omdat de cementmarkt zwak was en zo ook de concurrentiepositie van ENCI. De fabriek gaat binnenkort toch dicht. De vergunningverlenende instanties hadden misschien wel manjaren in de voorbereiding gestopt en waren bepaald niet geamuseerd bij het vernemen van het bericht van de ENCI-managers. De ENCI-managers evenmin.

Al vrij snel kwam de concernleiding op haar besluit terug. De markt was aangetrokken. De prijzen hadden zich enigszins hersteld. De productiecapaciteit in Maastricht was onmisbaar geworden. Of ENCI maar even een nieuwe vergunning wilde aanvragen? Die was toch al in kannen en kruiken?

Ondertussen waren de tijden veranderd. De maatschappelijke acceptatie was kleiner, de politieke verhoudingen waren gewijzigd en de geschoffeerde ambtenaren begrijpelijkerwijze minder coulant. Zo eiste de provincie dat de afdeling R&D in Maastricht zou blijven. Daar werd in Heidelberg nauwelijks op ingegaan. Al snel werd R&D in Maastricht gereorganiseerd c.q. gesaneerd. Vol trots meldde HC enkele jaren later dat er in de hoofdzetel een nieuw cementlab was geopend met 70 academici, voornamelijk Herrn Doktoren. In Nederland werd de ene na de andere gepromoveerde chemicus niet opgevolgd. Het academisch niveau bij de onderneming daalde tegen alle maatschappelijke tendenzen in.

De vergunningverlening in Maastricht verliep nu stroef. De zichttermijn werd teruggehaald van 2030 naar 2018. In België geeft de overheid ontgrondingsvergunningen af voor onbepaalde tijd. Als de grenzen van de concessie daar zijn bereikt, houdt het op. Dat kan vroeger of later zijn. Naar gelang de vraag naar grondstoffen. De concernleiding weet dat en handelt daarnaar. De Nederlandse overheid gelooft meer in fiscale voordelen voor buitenlandse ondernemingen.

De sluiting van ENCI heeft minder te maken met CO2 of milieu dan met een haperende interne en externe lobby. Binnen elk multinationaal concern gelden de wetten van de macht. Wie haar goed weet te bespelen maakt carrière, mag investeren en werkgelegenheid creëren. Buiten een concern bepalen de zogenaamde stakeholders in hoge mate het wel en wee van de firma. Precies op de dag dat ik mijn eerst grote, goed te materialiseren succes binnenhaalde, begon voor ENCI in Maastricht de gang naar Canossa....