27. nov, 2020

Sunset industries

Afgelopen week liet iemand in mijn omgeving het begrip ‘sunset industry’ vallen. Ik had er nooit van gehoord, maar de betekenis was me wel in een klap duidelijk: het zijn bedrijven die met een verouderde techniek of business model zitten en geen plaats meer hebben in de moderne tijd.

Voorbeelden van uitlopende producten: stoomboten, gloeilampen, cassettebandjes en langspeelplaten, dieselauto’s en tweetakt scooters, bruinkoolwinning en kolengestookte elektriciteitscentrales.

Je kunt je afvragen of de oliewinning en de kunstmest-, staal- en cementproductie daar in brede zin op langere termijn ook niet toe gaan behoren. Vandaag is nog geen sprake van kwantitatieve afbouw, wel van relocatie. De relocatie zal zeker doorzetten. De fracking industry in Canada en de VS ligt al wel aardig op zijn gat.

In de marketingliteratuur heet dat: einde productlevenscyclus. Veel aandacht wordt daar verder niet aan besteed. Je houdt namelijk op met geld verdienen en komt in allerlei vervelende juridische en sociale problemen terecht. Geen domein van marketeers. Regeringen willen in zo een situatie nog wel eens te hulp schieten. Bij strategische bedrijfstakken die van nationaal belang zijn, wordt er al dan niet verkapte staatssteun uitgedeeld om de levensduur nog wat te verlengen en de sociale gevolgen te verzachten. Wat van de EU geen staatssteun mag heten, wordt onder de titel innovatiesubsidie uitgekeerd. Maar wat valt er te innoveren in een uitlopende bedrijfstak? Op een dag eindigt ook dat spoor. Geen steun van de overheid meer voor de kolenwinning en de kwakkelende vliegtuig- of scheepsbouwer.

De meeste bedrijven zijn niet van strategisch belang. Zo kon het gebeuren dat een groot deel van de maakindustrie naar het (Verre) Oosten verkaste, de textielindustrie voorop, de electronica en de automotive sector zeker niet als laatste. De staat heeft meer tools in haar gereedschapskist dan noodsteun. Ze kunnen helpen met een belastingvoordeel, met tech-subsidies, soepele (of strenge) vergunningsvoorwaarden. Dit alles kan nooit verhinderen dat er sunset industries zijn en zullen blijven.

In de Bondsrepubliek wordt de bruinkoolwinning langzaam maar wel dwingend uitgefaseerd. Het zelfde zal de Poolse kolenwinning overkomen. Dat doet pijn. Elke Zuid-Limburger weet dat. De kapitaalintensieve kolen-, olie- en kerncentrales kunnen/moeten financieel worden uitgekocht. De gevolgen voor de werkgelegenheid zijn beperkt. De leveringszekerheid van de duurzame energiebronnen is nog wel een dingetje. In de olie-industrie zijn de eerste gevolgen van de decarbonisatie al voelbaar. In de Europese cementindustrie ligt fase 1 vandaag geheel achter ons. Daarvan heeft maar weinig de (inter)nationale pers gehaald. Het zal hier niet bij blijven. Er zal een grote relocatie gaan komen van de zware industrie naar streken en landen waar de opwekking van energie op een geheel andere manier plaats gaat vinden. Het is niet meer belangrijk waar de afnemer zit of de grondstoffen, maar de bron van duurzame energie.

Onder druk van politieke doelen zal er een energietransitie moeten worden gerealiseerd. Niet het business model of de technologie is uitlopend, maar het maatschappelijk speelveld verandert. Tal van transitiemanagers laten nu van zich horen. Ze kunnen je precies vertellen hoe je de gewenste, nieuwe realiteit kunt bereiken. Waar je ze veel minder over hoort, is hoe je netjes van de oude af kunt komen. Praten over winst is makkelijker en aantrekkelijker dan over verlies.

Ik heb persoonlijk ervaren wat het betekent om voor een sunset industry te werken. Het moederconcern had weinig ervaring met het stilleggen van fabrieken. ENCI in Maastricht was een van de eerste. Laten we hopen dat ze er lering uit hebben getrokken. Ik steek mijn handen daarvoor niet in het vuur. Als je al geen exit-gesprekken houdt.... Eerlijk gezegd ken ik geen voorbeelden van bedrijfstakken die voorspelbaar het loodje gingen leggen waarbij de sociale problemen (vroeg)tijdig zijn herkend, erkend en opgelost. Het begint er al mee dat dit soort bedrijfstakken weinig jonge mensen aanneemt. Als groep vergrijzen de werknemers. Omdat dat over de hele breedte gebeurt, is overstappen naar een concurrent niet aan de orde. Discriminatie op leeftijd doet de rest. Recruiters kijken eerst en vooral naar het cv, wat mensen gedaan hebben, niet naar wat ze (zouden) kunnen. Dit is dus geen begaanbare weg. Je zult het moeten hebben van je connecties en bekendheid buiten je eigen branche. Dat is al weer zo’n kenmerk van een sunset industry: veel mensen zijn erg intern gericht, als was het maar vanwege de grote omvang van het bedrijf. Mensen met opleidingen en taken die niet specifiek zijn voor het product of proces komen dan vaak nog het makkelijkste weg. Voor hen is branche-specifieke ervaring zelden een vereiste.

Met de energietransitie en de circulaire economie in het vooruitzicht wordt het hoog tijd om een nationaal masterplan te maken ‘wat doen we met het personeel van ‘sunset industries’?' In de regel zijn dat geen mensen (voornamelijk mannen) met hoorntjes.

Ik heb nog geen HRM-er gesproken die hierover behoorlijk heeft nagedacht. Blijkbaar gaat de energietransitie helemaal aan ze voorbij en lopen ze achter de feiten aan. Straks komen we weer mensen tekort voor de nieuwe economie. Regeren is vooruitzien! Vaak meer dan een kabinetsperiode!