17. nov, 2021

Krijgsheer of vredesapostel?

De brug over de Maas bij Heusden in de N267 bestaat uit drie delen: een tuibrug over het zomerbed, enkele aanbruggen over het winterbed en een binnendijks talud. Gezamenlijk verbinden ze de oevers van de Maas. De brug is een landmark in de gemeente waar ik woon.

Lang geleden ben ik in Delft opgeleid als civiel ingenieur. Civiel ingenieurs bouwen onder andere bruggen. Achteraf gezien ben ik die studie ingerommeld. Ik was goed in de bèta-vakken en had niet zo'n scherp beeld van mijn toekomst. Mijn vader had dat beeld (voor mij) wel. Hij was al civiel ingenieur. Ik ging 'dus' naar Delft. Zijn HTS-passie voor de bouwplaats heb ik maar voor een deel geërfd: in de uitvoerende bouw lag mijn belangstelling op voorhand niet. Ik ben meer van de theorie, de modellen en het interdisciplinaire. Ik zag veel parallellen met andere toepassingsgebieden: fysica, chemie, werktuigbouw, bestuurskunde. De verbinding tussen techniek en maatschappij boeit mij vandaag nog steeds meer dan de afschuifsterkte van een specifieke, gedeeltelijk voorgespannen betonnen brugligger. In militaire dienst was ik een tijd lang geplaatst op het bureau brugclassificatie. Die job was eerst en vooral een lege huls. Zo gaat dat bij ambtenaren soms. Ik ben een bruggenbouwer, maar niet direct in het fysieke.

Ik ben geïnteresseerd in een breed spectrum aan onderwerpen. In de regel heb ik daar genuanceerde opvattingen over. Ik kan de belangen en motieven van andere partijen begrijpen, accepteren en dichter bij elkaar brengen. Ik haal daar energie uit. Toch treft mij af en toe het luidruchtige verwijt dat ik geen bruggenbouwer ben. Op de sociale media is zo een verwijt snel gemaakt als je mensen met een uitgesproken mening niet naar de mond praat. Laat ik heel duidelijk zijn: niet voor alle meningen die in de sociale media worden geventileerd heb ik begrip, laat staan dat ik het er mee eens ben. In 2015 heb ik besloten om een duidelijke streep te trekken tussen mensen en dingen die de moeite van het verdedigen (of aanvallen) waard zijn en zaken die dat niet zijn. De meeste mensen en dingen zijn de moeite waard om te beschermen. Sommige niet. Ik verdedig bijvoorbeeld geen klimaat- en Holocaustontkenners en accepteer ook geen discriminatie op grond van huidskleur, leeftijd, geslacht of seksuele geaardheid. Dat laatste bracht me een enkele maal in openlijk conflict met HRM, want als er nou één plek is waar heimelijk maar ook bij uitstek wordt gediscrimineerd dan is het op de arbeidsmarkt, alle gejammer over toenemende personeelstekorten ten spijt. Dat is hypocrisie in zijn zuiverste vorm.

Wanneer een harde lijn wordt overtreden, kan ik besluiten om een activistische houding aan te nemen of om de schouders op te halen. Het is niet altijd te voorspellen welke van de twee het gaat worden. In augustus ben ik een keer met de dood bedreigd. Niet eens anoniem. Daar heb ik werk van gemaakt. Het argument dat het achteraf misschien niet serieus gemeend was, komt bij mij niet aan. Zoiets doe je niet. Nooit.

Soms voel ik me als een ongetemde rivier die meanderend door een deltagebied naar zijn eindbestemming, de zee, zoekt. Dat je in een dichtbevolkt gebied als Nederland een grote rivier niet helemaal de vrije loop kunt laten, begrijp ik als civiel ingenieur en als waterbouwer. Wie een rivier te veel insnoert, krijgt vroeger of later de rekening. Zo werkt het bij mij - als mens - ook. Te lang heb ik mij door te veel mensen laten insnoeren. Ik had soms wel wat minder inschikkelijk mogen zijn. Sinds 2015 ben ik meer gericht op de mens dan op de zaak. Die mens kan ik, maar ook heel goed een ander zijn. Ik realiseer me daarbij steeds vaker dat het bouwen van bruggen ook niet altijd opportuun is. De N267 was in de jaren zestig gedacht als een autosnelweg van Wijk en Aalburg via het Ei van Drunen door de Loonse en Drunense Duinen naar Tilburg. De viaducten zijn op veel plaatsen aangelegd over 2x2 rijstroken, waarvan maar de helft is gerealiseerd. De structuurweg en de verkeersbrug hadden verkeer moeten aantrekken. Dat is in dit geval niet in de gedachte mate gebeurd.

Ik wil niet beweren dan de brug bij Heusden van helemaal niets naar helemaal nergens gaat. Wel is het verkeersaanbod beperkt. Dat is historisch goed te verklaren. Je moet dus weten wáár je als eerste een brug gaat bouwen als je van plan bent om geld en energie te spenderen. Waar weinig verkeer is, is er a priori geen noodzaak. Pontjes voldoen dan ook. Waar partijen strijdend tegenover elkaar staan, is het soms beter om maar géén brug te bouwen. Niet voor niets vormen brede rivieren vaak de grens tussen twee, niet zo bevriende landen.

Als bruggenbouwer werk ik in opdracht, maar ik blijf ook mijn eigen agenda volgen. Dat betekent in extremo twee dingen. Ik begin niet aan betaalde projecten die gedoemd zijn om in een ambtelijke bureaulade te eindigen. Die lades puilen al uit. Dat is geen bruggen bouwen, maar geldverspilling. Aan de andere kant van het spectrum ga ik mijn energie niet steken in het overbruggen van rivieren die te breed zijn. Soms is het beter als de volken aan beide zijden van de rivier lekker in hun eigen habitat blijven. De Maas is over grote lengte een grensrivier tussen twee  provincies. Tussen katholiek en protestant. Weinig vredesapostelen zijn zo rechtvaardig als brede rivieren die door oneindig laagland stromen ....