10. feb, 2022

De delicate balans van vrijwilligerswerk

 

Mensen hebben verschillende motieven om aan vrijwilligerswerk te doen. Het loopt uiteen van 'erbij willen horen' tot 'structuur in het leven' en 'iets goeds willen doen'.

In het 'ik-tijdperk' staat vrijwilligerswerk steeds minder hoog op de agenda. De vraag 'what's in for me?' stelt zich steeds nadrukkelijker. Het tweeverdienerschap is de dood in de pot voor veel vrijwilligerswerk. Werkende moeders zijn feitelijk niet beschikbaar. Bij politieke partijen manifesteert zich dat in de vorm van mensen wel heel graag heel hoog op de kieslijst staan om later als betaald raads-, college- of Kamerlid voor het oog van alle snorrende camera's de wethouder, gedeputeerde of minister aan de tand te voelen, maar minder bereid zin om onbetaalde hand en spandiensten voor de partij uit te voeren. Aan partijprogramma's dragen ze maar zelden bij. Nu wil ik niet beweren dat 'door de partij' de enige weg omhoog via een verplichte studie politicologie of bestuurskunde in de politiek is. Er zijn buiten de politiek mensen met grote bestuurlijke gaven die het uitstekend doen als bestuurder. Voor de broodnodige diversiteit is dat alleen maar goed. Zoveel beter nog als mensen uit minderheidsgroepen en het commerciële bedrijfsleven de nek uitsteken.

Het politieke landschap versnippert. Dat heeft ernstige gevolgen voor de houdbaarheid van bestaande politieke partijen. Al die partijen (behalve die van Geert) moeten een partijapparaat (met vrijwilligers) in stand houden. Veel van de nieuwe partijen zijn ontstaan uit onvrede of protest. Een negatieve grondhouding dus. Veel van die partijen draaien om een persoon. Als die persoon (vanuit ijdelheid of wantrouwen) moeite heeft met delegeren en loslaten dan is het vertrekpunt voor een robuuste organisatie van meet af zwak. Er is geen vruchtbare basis voor het doen van vrijwilligerswerk. Meer nog dan werknemers dienen vrijwilligers met respect te worden behandeld. Het geeft geen pas om vrijwilligers onheus te bejegenen 'omdat het maar vrijwilligers zijn'. De landelijke partijen die momenteel hard aan invloed inboeten hebben te maken met het negatieve 'bandwagoneffect'. Talenten zien geen toekomst en wenden zich af. De enige partij die zich hieraan vandaag nog onttrekt, lijkt de VVD. Daarbij denk ik dat alles anders wordt als Mark Rutte de politiek verlaat.

In de grote studentensteden gaat het allemaal nog wel. Buiten de Randstad en in de provincie hebben de meeste landelijke partijen al grote moeite om een dienende vrijwilligersorganisatie in stand te houden. Als je de partij al niet wil dienen, hoe dien je dan een hele gemeenschap?

Het leiden van een organisatie van vrijwilligers vraagt om bijzondere vaardigheden. Misschien wel meer dan van een grote onderneming. Voor hun broodwinning zijn mensen niet van jou afhankelijk. Ze kunnen elk moment hun aandacht verleggen. HRM-tactieken die in een commerciële omgeving misschien nog werken, werken niet bij vrijwilligers. Vrijwilligers moet je aan je weten te binden. Maar geld en dikke leaseauto's krijg je daarvoor niet. Met het botte wapen van de hiërarchische doorzettingsmacht (ik wil dat jij dit doet) kom je bij vrijwilligers helemaal nergens. Als ambitieuze manager zou je kunnen denken dat je 'dus' met lege handen staat. Niets is minder waar. Bij vrijwilligers moet je focussen op andere motieven: erbij horen, structuur en een goed doel. Beloning speelt alleen in immateriële zin. Een voorzitter die dat snapt, snapt de essentie van het verenigingswerk.

Structuur is de lastigste van de drie drijfveren. Zowel voor de vrijwilliger als voor het bestuur. Welke bestuurder heeft niet de ervaring dat het bitter lastig afspraken maken is met vrijwilligers? Ze zeggen te pas en te onpas af. Ze zijn laat of te laat. Ze houden zich naar believen aan regels en procedures. In het slechtste geval houden ze zich alleen aan de regels als de regels in hun voordeel zijn.

Als vrijwilliger ben ik actief in vier domeinen. In mijn bestaan als duurzaam werkloze gelden voor mij alle drie de hoofdmotieven. Werkgevers willen mij om allerlei reden niet. Angst is de belangrijkste reden. Liever ons soort mensen. Daar helpen zelfs geen zeven vinkjes aan. Eerlijkheidshalve moet ik zeggen dat ik het eigenlijk niet eens precies weet, want geen enkele HRM-er voelde zich tot nu toe verplicht om een afwijzing eerlijk en behoorlijk te motiveren. Ongemotiveerde afwijzingen leiden al snel tot een gevoel van uitsluiting. Dat is precies wat je als maatschappij niet wilt! Veel HRM-ers behoren bijgevolg tot het asociale type. Het motief van 'ergens bij horen' woog bij mij nooit zo heel zwaar. Ik ben meer het autonome type dan een groepsdier. Voor 'iets goeds doen' kreeg ik in mijn werk nooit veel ruimte. Aandeelhouders moesten worden bevredigd. Daarna een hele tijd niets. 'Structuur' is bij mij diepgaand geïnternaliseerd. Het vrijwilligerswerk bied mij kansen die ik anders nooit had gekregen. Gelukkig kan ik het me permitteren in termen van tijd, geld en gezondheid. Gelukkig zijn er vrijwilligers zoals ik.

Vrijwilligers zijn niet helemaal gek. Het Watersportverbond zoekt (wegens geldgebrek) een onbetaalde secretaris. Die zal op jaarbasis nog heel wat uren aan de vereniging moeten besteden. Wie hier als onbetaalde vrijwilliger acteert, pleegt feitelijk broodroof. Dit werk moet gedaan worden door een zzp-er, in elk geval een professional. In deeltijd, maar wel betaald. 

Daar dient zich meteen een valkuil aan. Omdat ik veel tijd heb, krijg ik gemakkelijk veel taken toegeschoven. Ik ben flexibel en op een aantal terreinen redelijk deskundig. Wie wil er niet zulke vrijwilligers? Af en toe moet ik er de rem opzetten. Ik vind dat anderen zich ook mogen inspannen tot nut van het algemeen. Zo heb ik zeer bewust afstand gedaan van bepaald bestuurswerk. Ik wil niet de man zijn die het graf wordt ingedragen met de woorden 'hij was 25 jaar de toegewijde secretaris van onze postduivenvereniging'. Als anderen het werk na zekere tijd niet over willen nemen heeft een vereniging geen bestaansrecht. Dan is ze geen vereniging, maar een eenmansbedrijf geworden. Hoe minder mensen beschikbaar zijn, hoe meer die weinige vrijwilligers op hun bord krijgen en hoe meer ze mikpunt worden van kritiek. Vanaf de zijlijn is het makkelijk roepen.

In principe doe ik mijn vrijwilligerswerk 'om niet'.

Ik vind het belangrijk dat de lokale politiek goed functioneert. Daar hoort niet te veel energieverlies bij en dat is er helaas wel. Het is een teken van de tijd, dat zich op alle niveaus van het politieke bedrijf voordoet. Te veel mensen zijn bezig met het profileren van zichzelf. De website niet goed onderhouden, maar er wel als de kippen bij zijn als je 'unaniem' (lees: bij gebrek aan tegenkandidaten) tot voorzitter tot bent herbenoemd. Daar gruw ik van.

Onze vereniging van booteigenaren (klassenorganisatie) is een 'footlose' organisatie die veel vraagt en weinig brengt. Ze is wel onmisbaar. Ieder lid van de vereniging zou een paar jaar corvee moeten doen. Het werk zelf is niet onaardig en als iedereen zijn beste beentje voorzet, is het snel gedaan. Helaas blijkt het bitter moeilijk om vrijwilligers te vinden.

Een andere lokale vereniging is mijn zeilvereniging in Reeuwijk. Wat die voorheeft op de andere is het bezit van een thuishonk, een clubhuis of sociëteit zo u wilt. Het gevoel van welkom zijn en er bij horen is hiermee makkelijker te realiseren. We organiseren allerlei soorten wedstrijden. Daar heb ik ervaring mee en dus is mijn vrijwillige bijdrage aan de vereniging snel geleverd. De zeilvereniging koestert haar vrijwilligers. De zeilers zijn dankbaar. Zo zie ik het graag. Mijn zeilvereniging heeft de essentie van het vrijwilligerswerk in de kern begrepen. Ze groeit.

De vierde categorie is het ambulante werk als nationaal zeilwedstrijdleider. Dat doen ik niet helemaal voor niets. Reis- en verblijfkosten moeten worden vergoed. Hier kies ik mijn eigen klanten. Toont een opdrachtgever geen dankbaarheid, dan is het snel over en uit. Dankbaarheid zal de prijs zijn voor mijn ervaring. Wie dat nalaat te geven, ziet mij geen tweede keer.