12. sep, 2022

Zijn er nog vrágen?

Het lijkt een goede afronding van een redevoering; de vraag of er nog vragen zijn. Je wekt de schijn alsof je open stelt voor je publiek. Het effect is vaak averechts. Het publiek klapt dicht. Er volgt een ongemakkelijk stilte. In het beste geval is er één ingehuurde persoon in het publiek die het ijs breekt, gevolgd door een korte, beleefde discussie waarin vooral niet wordt gevraagd wat er gevraagd moet worden.

Vele malen heb ik in een publiek gezeten voor wie de spreker, leidinggevende of directeur eindigde met deze gewraakte vraag. Het voelde altijd als een soort anticlimax. Uit een soort van balorigheid had ik dan luidkeels de vraag willen stellen, waarom spreekt u eigenlijk met een grote vuist in uw wijde broekzak of waarom kijkt u ons niet aan maar naar het beeldscherm achter uw rug? Zulke vragen stel je als werknemer niet, in elk geval niet in een hiërarchische organisatie. Ik vond het tenenkrommend.

Wat is er mis met de vraag of er nog vragen zijn?

Iemand die een presentatie houdt, eindigt in een positieve climax, liefst met een volgbare aanloop, met een ferme conclusie of aanbeveling die weinig twijfel lijdt. Dat is wat jij wilt dat mensen onthouden.

Vragen over de inhoud kunnen het begin zijn van een discussie, maar ze mogen nooit afdoen aan de kern van je boodschap.

Vragen zijn voor nieuwsgierige en kritische mensen. Prima!

Vragen zijn er ook bij onzekere mensen, mensen die dingen niet alles hebben begrepen wellicht. Voor mensen die zich verlegen of dom voelen. Ga jij als vragensteller je domheid voor een grote groep collega's etaleren? De meeste mensen doen dat niet. Wil jij door de baas publiek worden afgepoeierd? Het zijn altijd de haantjes de voorste die de discussie monopoliseren. Of vriendjes van de spreker. Daar kom jij heus niet tussen.

Het gevolg hiervan is, dat de meningen niet representatief gepeild worden. Als spreker denk je te weten hoe het publiek over je verhaal denkt, maar wees er zeker van dat grote delen van het publiek achter jouw rug om geen positieve verhalen over je vertellen. Dat krijg jij niet te zien of te horen.

Hoe kan het anders?

De eerste vraag is of je na afloop van je verhaal vragen of discussie wilt. Vragen gaan over de feiten. Discussie over meningen. Als het antwoord 'ja' is, kan je besluiten om het in twee stukken te knippen. Eerst de inhoud, de robuustheid van het betoog en de onderliggende feiten. Daarna de meningen. Beter is het om de respons niet zelf op te halen, maar om dat uit te besteden aan een moderator. De moderator herhaalt of parafraseert de vraag, zodat mensen op de achterste rij de vraag ook meekrijgen. Heel vaak zijn het mensen op de voorste rijen die iets aan de spreker vragen, eenvoudig omdat het oogcontact van de spreker niet verder reikt. Op de achterste rijen is de vraag vaak niet te verstaan. Die rijen haken snel af. Er ontstaat geroezemoes, waardoor ook het antwoord in de mist verdwijnt. Een moderator heeft daar oog en oor voor en grijpt desnoods in. Hij of zij zamelt vragen in, sorteert ze en bepaalt een volgorde. Het gezag van de spreker blijft hierdoor onaangetast.

Bedanken voor de aandacht is not done. Jij krijgt de aandacht die je met je toespraak verdient. Aandacht is jouw verdienste. Niet van het publiek. Je mag de organisatie wel bedankt voor de geboden gelegenheid. Aan het begin. Niet aan het einde.

Zeilwedstrijden worden gewoonlijk voorafgegaan door een palaver. Dat is een mondelinge toelichting voor de deelnemers op de wedstrijdbepalingen. De wedstrijdleider is daarvoor verantwoordelijk. De bepalingen staan niet ter discussie. Iedereen kan ze lezen. De praktijk is dat dit niet altijd gebeurt en ook dat er wel eens niet-standaard paragrafen in zijn verwerkt. Het is altijd goed om de belangrijkste punten en bijzonderheden nog eens kort te noemen. De andere reden is dat je jezelf en je team aan de zeilers kunt voorstellen. Ze hebben je gezicht gezien en kunnen je aanspreken als ze dat willen. In de praktijk zijn er vrijwel altijd enkele vragen. Niet alles hoeft voor iedereen altijd in een keer duidelijk te zijn. Er zijn routiniers en beginnelingen. De gedachte kan opkomen om dat soort vragen als domme vragen weg te zetten. Mensen kunnen toch ook lezen? Doe dat nooit! Geef er een uitleg aan en eindig met een positieve herformulering. Zo voorkom je dat mensen geen vragen meer stellen omdat ze voor gek of dom worden versleten. Domme vragen bestaan niet. Foute antwoorden wel. Wie mensen wil enthousiasmeren, moet elke vraag waarderen. Wie vragen stelt, komt immers verder. Omarm ze dus. Maar doe dat nooit met de vraag of er nog vragen zijn. U weet nu waarom.