Deze bijdragen zijn ook verschenen op LinkedIn

18. jan, 2018

Duitsers hebben soms onvertaalbare woorden. Querdenker is er zo een. Dwarsdenker klinkt precies zoals de vertaling zegt: vooral dwars. Penseur latéral klink mooier, maar is ook niet wat het is. Lateral thinking is het evenmin, maar komt aardig in de buurt.

Ich bin ein Querdenker.

Ja, zoiets zou ik best over mijzelf kunnen zeggen.

In Duitsland is er elk jaar een groot congres van Querdenker. Die hebben een reden van bestaan omdat het creatieve aspect van management in Duitsland slecht ontwikkeld is. En dat zien de managers zelf ook. Querdenker hebben zichzelf verenigd om te voorkomen dat ze als querulanten worden gezien. Een Querdenker is vaak een vrij zwevende intelligent persoon die snel dwarsverbanden kan leggen en parallellen ziet. Micromanagers worden knettergek van dit soort (chaotisch ogende) lui. Anderen koesteren hun methodieken. Querdenker zijn niet a priori goede of slechte mensen. Ze komen goed tot hun recht in een liberale omgeving en gaan ten onder in een strakke, eendimensionale bedrijfscultuur.

Bedrijven die gebruik weten te maken van dwarsdenkers scoren hoog op creativiteit, zelfreflectie, zelfkritiek en tegenmacht. Querdenker zien verbanden die anderen niet zien, trekken soms onwelgevallige conclusies en waaien niet bij de eerste de beste storm om. Ze hebben een sterk intern kompas. Met non-conformisme heeft het allemaal niets te maken. Een dwarsdenker stelt vragen. Vaak vragen die al een keer gesteld zijn, maar soms ook niet. Jonge kinderen hebben door hun nieuwsgierigheid en ongeconditioneerd gedrag vaak trekken van Querdenker. Met de opvoeding wordt het stellen van vragen stellen er langzaam uit geramd. Op school en in het bedrijfsleven gaat het om de juiste antwoorden. Niet om de juiste vragen en zeker niet om de verkeerde vragen.

Duitsland is het land van Dichter und Denker. Denkers heb je er in allerlei soorten: Denker, Nachdenker, Vordenker, Querdenker. Vordenkers zijn in Nederland bijna net zo schaars als Querdenker. Frits Bolkestein was er misschien een. Peter Sloterdijk beslist. Noam Chomsky wellicht. Raymond Aron vermoedelijk. In het land van dominees en kooplui is het niet lekker leven voor Querdenker. Misschien ben ik gewoon in het verkeerde land geboren....

3. jan, 2018

Voorzitters zijn er in allerlei soorten en maten, groot en klein, mannelijk en vrouwelijk, dienend en leidend, zichtbaar en onzichtbaar. Alle verenigingen hebben een voorzitter. Sommige zijn heel bekend, anderen opereren uitsluitend achter de schermen. Sportvereniging, politieke partij of branchevereniging, ze kunnen allemaal niet zonder. De voorzitter van mijn watersportvereniging ken ik in eigen persoon. Die van mijn politieke partij ook, maar de voorzitter van de vereniging waarvoor ik jarenlang werkte, zou ik waarschijnlijk niet eens herkennen als ik hem in een restaurant zou tegenkomen. Je kunt er voor kiezen om als voorzitter onbekend te blijven, al moet je er soms wel hard voor werken en goed worden afgeschermd.

Sommige verenigingen kiezen bewust voor een boegbeeld. VNO doet dat, Bouwend Nederland en ook de vakbond De Unie. Iedereen kent hun voorzitter, bijna niemand hun directeur, terwijl die toch dag in, dag uit in touw is. 

Je kunt doorschieten in bekendheid. Dan weet iedereen wie jij bent. Of was. Maar niemand realiseert zich dat je ook voorzitter bent van een bepaalde brancheorganisatie of sportkoepel. In zo een geval schiet je je doel voorbij. Ik heb Eelco Brinkman zien afbranden bij Bouwend Nederland. In eerste instantie hield hij vlammende betogen, in tweede termijn miste hij iedere affiniteit met en een basale kennis van de sector. Dan bereik je, ondanks je grote bekendheid en vele connecties, niets. Dan heb je binnen de kortste keren een boegbeeld dat in de touwen bungelt in plaats van onder de spriet.

Boegbeelden hebben het niet gemakkelijk. Ze staan altijd in de volle wind. Iemand anders zit aan het roer. Van een boegbeeld wordt verwacht dat hij spreekt namens de hele achterban en die van zijn beste kant laat zien. Een boegbeeld ziet als eerste wat er op de sector afkomt. Kansen, maar ook bedreigingen. Loopt het schip uit het roer dan kan hij of zij niet veel doen, maar hij krijgt wel de pers op zijn dak en moet zich dan maar groot zien houden. Bij hoge zeeën gaat hij als eerste nat. Zijn er successen te vieren dan moet hij zich juist klein maken. Is er sprake van een overwinning, dan moet hij in staat zijn – in elk geval naar buiten toe – zijn mond helemaal dicht te houden. Belangenbehartigers vieren geen overwinningen, want dat zou meteen de laatste keer zijn. Kort en goed, een boegbeeld verenigt een aantal eigenschappen in zich, die bij aardse stervelingen maar zelden te vinden zijn.

Naar de achterban toe is hij op het ene moment dienend en op het andere leidend. Hoewel hij beschikt over uitgebreid machtsinstrumentarium mag hij dat alleen bij hoge uitzondering inzetten, want dat ondergraaft meteen zijn gezagspositie. Echt leidend kan hij niet zijn, want de ledenvergadering bepaalt het doel en de navigatie. Wel kan hij versnellen dat een doel wordt bepaald en de middelen waarmee dat wordt bereikt. Hij zal het belang van alle bloedgroepen moeten begrijpen en dienen, ook als er grote tegengestelde belangen zijn. Hoe groter de tegenstellingen, hoe zwakker zijn positie en hoe kleiner zijn geloofwaardigheid. Een beetje boegbeeld schrijft tegenwoordig een blog of, iets klassieker, een boek waarin hij uiteenzet hoe hij de wereld ziet.

Wie heeft er nu nog zin in een voorzitterschap van een vereniging of koepelfederatie?

De meeste boegbeelden zullen deze kwellingen noodgedwongen onbezoldigd moeten ondergaan. Er staat tegenover dat je boegbeeld bent en ja, die vooraanstaande positie is niet iedereen gegund....      

15. jun, 2017

Today embedded journalists are everywhere in Iraq, in Syria and in Afghanistan. Being embedded as a journalist has several advantages. You may freely talk to everybody, the army will protect you physically and you may end up in places where even a lonely planet tourist never comes. Once embedded journalists are set free they start getting dangerous. Then they start talking with connections of connections. They start arguing about about facts and figures. They form their own opinion on the basis of personal histories, site visits and other research. A publication of Michael Hastings lead to the unintended end of the splendid career of Lt.Gen. Stanley McChrystal, responsible for the US task force Afghanistan, spending an annual military budget comparable with the Dutch GBP.

"The first casualty when war comes is truth"

Hiram W. Johnson, senator - 1918.

 

Most of the recordings of Hastings dates back between 2008 and 2010. President Obama inherited the Afghan war from the Republican Bush. Bush used to be familiar with uniforms and military men. For Obama the military apparatus has no appeal at all. He doesn't even know how to handle them. Yet he is aware of the military-industrial complex that is behind the frontline. There is another factor, which should not be neglected; the military-public relations-public affair complex. Joseph Goebbels and Leni Riefenstahl laid the basis for propaganda in 1933. Since then the sector provides workplaces for many thousands of people and not only in times of war!

Searching for truth in wartimes is as difficult as finding a white bear on the South Pole. Even the answer to a simple question "why did we basically start this invasion?" might develop over time. Getting out of a conflict is even worse. When have we achieved our goals? When do we claim victory? How to prevent loss of face? How do we secure the safety of military personell when, one day, the withdrawal takes place. Seventy years after WW-II new publications are continuously issued. Yes, it takes time to dig up all nasty facts. And say 'sorry' for the mistakes during the war.

Hastings scrupulously describes the reasons, sentiment, goals and results of the military action in Afghanistan. He concludes that there was a clear cut goal right at the beginning: chase away IS and Taliban from Afghanistan and restore the failed state. But was this a realistic goal? No way! Fighting for un unrealistic goal demotivated the soldiers and their officers. More people on the ground doesn't help achieving that type of goals. More people only makes generals ('the operators') more important. Hastings is impressed by the drive of many individual soldiers. The feel that they are fighting for their country and take into account great personal risks.

Hastings has written a breathtaking account (412 pages) of the Afghan war. He shows that bureaucratic sword fighting in Washington DC is sometimes even more important the deploying Chinook helicopter above the battlefield. Some leaders emerge as the right man in the right place and time. McCrystal. Others perform as mere career generals. Petreaus. Like in big multinationals you'll never get an extra star when you haven't won a war somewhere abroad.

It's hard to say why, but Dutch journalist seldom pop up as war correspondents. The job requires a lot of time, patience, diplomacy, courage and investigations to get to the heart of the matter. Hastings has it all. He made friends. He made enemies. Above all he did a tremendous job!

 

20. mrt, 2017

... voor bestuurlijk Nederland zou tegenspraak moeten zijn, aldus Pier Eringa in NRC Handelsblad van 6 maart 2017.

 

Interessante stelling!

Het lijkt me een leuke klus voor mijn collega's van het Nederlands Normalisatie Instituut in Delft. Ze maken er meteen een project van, compleet met probleem- en doelstelling, financieringsbehoefte, tijdplan, stakeholderanalyse, definities, internationale harmonisatie, meetmethodes en - natuurlijk - een interne pilot. Over dat laatste maak ik me nog de minste zorgen. De meeste NEN-medewerkers zijn mondig en assertief genoeg voor tegenspraak. Het NEN-management weet daar - in mijn ogen - heel behoorlijk mee om te gaan.

Waarom schrijft Eringa over bestuurlijke tegenspraak?

In de provincie Drenthe is vorige week een bestuurder uit de bocht gevlogen. Zijn naam was Tichelaar, commissaris van de Koning in de provincie. Hij had zijn schoonzus voorgedragen voor een klusje bij de provincie en hoewel niet verboden, had hij daarmee toch de schijn van belangenverstrengeling gewekt. Exit Tichelaar.

Tichelaar hoeft zich niet eenzaam te voelen; korpschef Bouman, COA-bestuurder Albayrak en wethouder Van Rey (en vele anderen) gingen hem voor. Ze gedroegen zich als kleine zonnekoningen, lieten zich niet tegenspreken en verloren onderweg hun morele kompas. Eerder schreef ik over de fraudesoftware bij VW, waar een aantal managers in de fout ging. Onduidelijk is waar het begon en wie daarvoor verantwoordelijk is. In essentie was het 'Verstoss' bekend, maar het werd intern niet gecorrigeerd. Tegenspraak valt slecht in een hiërarchische organisatie. Iemand had Winterkorn of Tichelaar op zijn vestje moeten durven spugen. Hey man, dit ken ech nie!

Er zijn goede redenen om aan te nemen dat bepaalde NAM-ingenieurs meer wisten over de risico's van aardbevingsschade dan de firma naar buiten wilde erkennen. Ze werden 'kaltgestellt' door de ondernemingsleiding en -juristen. Aansprakelijkheid! Imagoschade! Gisteren zat premier Rutte bij Pauw en Jinek tegenover een aantal boze Groningers. Hij wist met de situatie niet goed raad. Hij wist dat hij zich empathisch moest tonen, deed zijn stinkende best, maar voelde ook dat zijn empathisch gedrag in de ambtelijke uitvoeringsorganisatie wordt gesmoord. Maar die organisatie wilde hij ook niet afvallen. De Groningers voelde zich niet gehoord, op dezelfde manier als ik me (ooit) niet gehoord voelde door mijn pensioenmaatschappij, die mij aanzienlijke schade had berokkend, maar niet in voor mij begrijpelijke termen wist uit te leggen hoe dat zo gekomen was, laat staan wie daarvoor verantwoordelijk te houden viel. Levendig kon ik me gisterenavond de boosheid van de Groningers voorstellen. Het gaat meestal minder om persoonlijk leed dan om bestuurlijke doofheid en het ontbreken van mogelijkheden tot tegenspraak.

Tegenspraak laat zich niet vanuit Den Haag regisseren, net zomin als integriteit zich top-down laat opleggen. Het gaat zelfs nog een stap verder. Zolang de ambtelijke of ondernemingsleiding haar medewerkers intern vasthoudt aan doelstellingen die contrair zijn aan de officiële doctrine van Public Affairs & Externe Communicatie is het systeem zo rot als een appel. Een NAM-medewerker moet vooral veel gas en leveringszekerheid verkopen. Hij moet winst maken! Bij Public Affairs mogen ze een mooi verhaaltje houden over verantwoord en zuinig omgaan met aardgas en over de relatieve voordelen van schoon aardgas. Herkent u iets? Ik ben daar zeer alert op in mijn pogingen om passend werk te vinden. Veel belangenbehartigers zijn meer bezig met het opwrijven van hun achterban dan met het oplossen van maatschappelijke problemen. GroenLinks wil om die reden niet meer met ze praten. Ik snap dat wel, al vind ik het niet altijd verstandig. Ik laat me niet snel meer iets op de mouw spelden. Bij Externe Communicatie moeten ze zich de boze bewoners van het lijf zien te houden. Zo werkt het dus niet. Er zijn veel firma's waar interne en externe doelstellingen niet congruent zijn. Burgers voelen dat intuïtief aan. En ze hebben gelijk.

Pier Eringa doet een oproep tot meer tegenspraak. Ik kan achter die oproep staan, maar de praktijk zal niet gemakkelijk zijn. Managers die tegengesproken worden, voelen dat al snel als persoonlijke kritiek. Of voelen zich in hun beroepseer aangetast. Om maar te zwijgen over hun autoriteit. Ondergeschikten worden snel weggezet als deloyaal. Of als betweters. Dat is geen cultuur die uitnodigt tot tegenspraak. Medewerkers zullen zich onveilig voelen, zich terugtrekken of ondergronds gaan.

Ik denk en vrees dat het een kwestie van lange adem gaat worden; het organiseren van een cultuur waarin tegenspraak net zo normaal is als 's morgens je schoenen aantrekken. Cultuurveranderingen kosten in de regel veel tijd. Zulke veranderingen wordt vertraagd door een generatieverschil. Tichelaar was een zestiger en nog redelijk autoritair. Zijn ondergeschikte medewerkers waren mondig, maar kregen weinig ruimte. De allerjongsten waren misschien zelfs onaangepast. Ook dit patroon is bekend uit de management literatuur en -praktijk.

Het lijkt me echt een schitterende klus voor NEN om aan de slag te gaan met het onderwerp tegenspraak. Als de norm er komt, dan is er meteen draagvlak bij alle partijen. Op de groene versie kan iedereen die dat wil reageren. Organisaties kunnen zich van elkaar onderscheiden en zich laten certificeren op basis van beoordelingsrichtlijnen. Bij HRM kunnen ze zich vast gaan warmlopen in de jacht op 'countervailing power'. Misschien komt er bij politieke wetenschappen wel een leerstoel "Institutionele aspecten van de organisatie van tegenspraak".

Opeens stokt mijn pen. Ik ga dat waarschijnlijk niet meer meemaken in mijn arbeidzame leven. Maar er moet natuurlijk wel iets te dromen overblijven.

11. jan, 2017

 

La journaliste juïve-française Anne Sinclair (née 1948) est la petite-fille de Paul Rosenberg, fameux conseiller des peintres modernes, dont la galerie se trouvait 21 Rue de La Boétie, Paris. Elle est aussi connue comme la ex-femme de Dominique Strauss-Kahn, président du IMF.

Un jour Mme Sinclair se trouve dans son automobile quand son quartier, chez La Bastille, a été bouclé par la police. Elle demande la police que faire maintenant. Sans réfléchir le gendarme réponds automatiquement "Vos papiers' s'il vous plaît" et après "Vos quatre grands-parents, sont il français?"

C'était longtemps que quelqu'un lui a posé une question comme ça. Elle était stupéfaite. Ce serait le début d'un récherche pour retrouver ses racines.

Ce livre est une combinaison des récherches journalistiques, familiaires et historiques. C'est ni l'un, ni l'autre. Plûtot tous ensembles. 

Du point de vue historique il n'y a pas beaucoup de nouveau. Pour les Français. Les Français qui ont démenti leur propre rôle dans la deuxième Guerre du Monde pour trop longtemps. Dans le temps Paris hébergeait une très grande population juïve. La régime Vichy n'a pas été très sympatique pour eux. Mème aujourd'hui Paris est important pour la communauté juïve.

Comme à Amsterdam beaucoup de juïfs posèdent des galeries d'arts. Pendant la guerre un bien grand part des chef d'oeuvres a éte volé par les Allemands. Après la guerre les toiles ont été recuperés partiellements, parfois avec un grand effort juridique. Les Allemands, les Suisses, les Russes, ils aiment les toiles beaucoup et ils n'étaient pas incliné de les relivrer gratuit. Un part significant des possesseurs n'avaient pas survecu la guerre. Les héritiers n'était pas toujours connus avec les pièces d'art. Ou mort aussi. 

Bien que Mme Sinclair n'a pas étudié ses grands-parents dans une mode journalistique, ses liens familiaire lui forcent de les rechercher plus profonde. Elle se sent part de sa famille. Parfois très proche, parfois très loin. L'anti-sémitisme en France lui paraissait quelque chose du passé. En même temps elle est forcée de reconnaître qu'une certaine base n'est pas encore disparu. Sa famille a souffert pendant la guerre. L'histoire a clairement marqué sa famille, qui s'était  enfuis vers l'Amérique du Nord pour ne jamais rentrer en France.

Moi j'ai appris beaucoup sur la rôle de la France pendant la deuxième Guerre du Monde. Il me faut reconnaître que la langue de Mme Sinclair est très riche, très originale et souvent très impressionante. Il y a des phrases que je me souviendrai longtemps. Biensûr, elle est une des journalistes les plus admirées en France. C'est difficile à imaginer qu'elle a eu une longue relation avec une des plus grands bambocheurs de la France .... (DSK).